Terug naar boven

Oordeel van het Verantwoordingsorgaan

4.3.1 Inleiding

Het Bestuur legt jaarlijks verantwoording af aan het Verantwoordingsorgaan over het gevoerde beleid en de naleving van de principes van goed pensioenfondsbestuur zoals bedoeld in het Besluit uitvoering Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling van 18 december 2006.

Het Verantwoordingsorgaan is op grond van artikel 6, tweede lid, van het reglement van het Verantwoordingsorgaan, bevoegd om jaarlijks een oordeel te geven over:

a. Het handelen van het Bestuur aan de hand van het jaarverslag, de jaarrekening en andere relevante informatie, waaronder de bevindingen van de Raad van Toezicht
b. Het door het Bestuur in het afgelopen kalenderjaar uitgevoerde beleid;
c. Beleidskeuzes die op de toekomst betrekking hebben;
d. De naleving van de Code Pensioenfondsen;

 In dat kader deelt het Verantwoordingsorgaan zijn bevindingen, spreekt een oordeel uit over het handelen van het Bestuur in 2019 en doet een aantal aanbevelingen voor 2020.

4.3.2 Totstandkoming

Op donderdag 30 april 2020 heeft het Bestuur aan het Verantwoordingsorgaan verantwoording afgelegd over het in 2019 gevoerde beleid. Het Verantwoordingsorgaan heeft zich een oordeel kunnen vormen aan de hand van de overlegvergaderingen van het Verantwoordingsorgaan met het Bestuur in 2019, eigen waarnemingen, het conceptjaarverslag ABP 2019 en het conceptverslag Duurzaam en Verantwoord Beleggen 2019. Ook heeft het Verantwoordingsorgaan de informatie uit gesprekken met de Raad van Toezicht, de externe accountant, de externe actuaris en de compliance officer van het Pensioenfonds bij zijn oordeel betrokken.

4.3.3 Algemeen

Het Verantwoordingsorgaan spreekt zijn waardering uit over het heldere jaarverslag en de inzichtelijke jaarrekening 2019. Ook constateert het Verantwoordingsorgaan dat het Bestuur gedurende het verslagjaar zich heeft ingespannen om de doelstellingen van ABP te realiseren.

Het Verantwoordingsorgaan waardeert de wijze waarop het Bestuur zich inspant om het Verantwoordingsorgaan te betrekken bij de besluitvorming en bij de strategische ontwikkelingen. De inspanningen van het Bestuur om het Verantwoordingsorgaan te betrekken bij aankomende beleidskeuzes worden op prijs gesteld. Ondanks de vooruitgang blijven er naar de mening van het Verantwoordingsorgaan op punten verbeteringen mogelijk. Deze verbeterpunten worden in dit oordeel benoemd. Het Verantwoordingsorgaan onderstreept het blijvende belang van een open, kritisch en constructief overleg tussen Bestuur en Verantwoordingsorgaan, met daarbij de erkenning van en het respect voor een ieders verantwoordelijkheid.

Op het moment van schrijven van dit oordeel is Nederland in de ban van de Covid-19 crisis. Deze crisis heeft grote impact op Nederland en ongetwijfeld ook op de financiële positie van het ABP. Het is nu nog te vroeg om hier een realistische en betrouwbare inschatting van te maken. Met het Bestuur volgt het Verantwoordingsorgaan de ontwikkelingen. Het Verantwoordingsorgaan gaat ervan uit dat het Bestuur het Verantwoordingsorgaan informeert over de gevolgen voor het fonds van deze ontwikkelingen.

 Onderstaand de bevindingen en aanbevelingen over 2019. Als er sprake is van een reeds langer lopend aandachtspunt zal dit vermeld worden.

 

4.3.4 Bevindingen en aanbevelingen

4.3.4.1 Jaarverslag en jaarrekening 2019

Bevinding:

In het kader van de uitoefening van zijn taak heeft het Verantwoordingsorgaan overleg gevoerd met de externe accountant, de externe actuaris en de compliance officer.

Het Verantwoordingsorgaan kijkt terug op een vruchtbare en transparante discussie met betrokken functionarissen. Mede op basis van deze gesprekken spreekt het Verantwoordingsorgaan zijn tevredenheid uit over het door het Bestuur gevoerde financiële beleid.

Het Verantwoordingsorgaan gaat ervan uit dat het Bestuur de aanbevelingen en suggesties van de externe accountant en de externe actuaris gaat opvolgen en verzoekt het Verantwoordingsorgaan daarover te informeren.

Het Bestuur kan, zo blijkt uit het jaarverslag, dankzij nieuwe technologie in de pensioenuitvoering beter onjuistheden opsporen en oplossen. Het programma “Grip op Data” moet borgen dat datakwaliteit en het omgaan met data niet alleen meer aandacht krijgt maar ook nauw aansluit met de digitale communicatie en de maatschappelijke aandacht voor de borging van privacy. De technologische ontwikkelingen op het punt van het gebruik van data en dataverkeer vergen een actief beleid om in de uitvoering daar adequaat op in te spelen.

De voorziening aangaande samenvallende diensttijd handelt over de rechten van partners van deelnemers op een aanvulling van hun pensioen als zij beiden, tegelijk bij ABP pensioen hebben opgebouwd. Deze gevallen zijn bij ABP bekend en hierop is de voorziening gebaseerd. De opgenomen voorziening leidt tot vragen in die situaties dat de gepensioneerde tot 1995 bij ABP Pensioen heeft opgebouwd en de partner in diezelfde periode bij een ander Pensioenfonds pensioen heeft opgebouwd. In die situatie kan ook recht bestaan op een aanvulling. Het Bestuur heeft inmiddels stappen gezet ter afdoening van dit dossier.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur hem nader te informeren over de wijze waarop adequaat wordt ingespeeld op de ontwikkeling van data-aangelegenheden.

Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur de achterstanden in het dossier aangaande samenvallende diensttijd voor zover het in zijn vermogen ligt in 2020 op te lossen en het Verantwoordingsorgaan hierover te informeren. Hierbij past tevens de vraag in hoeverre de opgenomen voorziening pensioenverplichtingen toereikend was.

4.3.4.2 Asset Liability Management

Bevinding:

De actuele omstandigheden en de ontwikkeling van financiële risico’s leiden tot het voornemen van het Bestuur om de ALM te vervroegen. Een benadering die door het Verantwoordingsorgaan wordt onderschreven. Het opstellen van een nieuwe ALM biedt, gebaseerd op de actualiteit, de mogelijkheid opnieuw een realistisch toekomstperspectief te verkennen. Het geeft onder andere de mogelijkheid te kijken naar het precaire evenwicht tussen beleggingen aan de ene kant en de pensioenverplichtingen aan de andere kant. Maar ook komt nadrukkelijk in beeld het evenwicht tussen de ambitie van het fonds en de daarbij behorende risicohouding; daar ligt immers de basis voor beleidsuitwerking op de diverse gebieden. De huidige omstandigheden vragen echter meer dan alleen een visie op de lange termijn en in de diepte van de tijd. Het is verstandig om in het proces van de ontwikkeling van de ALM ook aandacht te schenken aan de effecten en de economische ontwikkelingen zoals die thans worden voorzien. Daarbij past het formuleren en het doordenken van meer “extreme” scenario’s. Voor wat betreft de ontwikkeling van de risicohouding sluit het Verantwoordingsorgaan graag aan bij artikel 102a van de Pensioenwet waarin het Verantwoordingsorgaan nadrukkelijk een rol krijgt toebedeeld bij de vastlegging van de doelstellingen en beleidsuitgangspunten, waaronder de risicohouding, van het pensioenfonds.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur hem te informeren over de wijze waarop de (nieuwe) ALM zal worden opgezet en hem gelet op artikel 102a van de Pensioenwet een rol toe te bedelen bij de uitwerking van de diverse onderwerpen, waaronder de risicohouding.

Het Verantwoordingsorgaan wil graag bijdragen aan de gedachtenvorming rond de ontwikkeling van de diverse ook meer extreme scenario’s.

4.3.4.3 Terugdringen van complexiteit

Bevinding:

De door ABP uitgevoerde pensioenregelingen zijn complex. In die context stemt het tot tevredenheid dat sociale partners Defensie in de zomer van 2019 een minder complexe Pensioenregeling Defensie zijn overeengekomen. Naast alle complexiteit rond de pensioenregeling voor militairen is ook de pensioen­regeling voor burgers met zijn vele overgangsregelingen complex te noemen. Het Verantwoordingsorgaan ziet dat het Bestuur zich inspant om de complexiteit in de regelingen terug te dringen c.q. te verminderen. In het afgelopen jaar is op dat punt beperkte vooruitgang geboekt.

Het Verantwoordingsorgaan verwacht dat het Bestuur de nodige inspanningen blijft doen (bij sociale partners in de Pensioenkamer) om verdere complexiteitsreductie te realiseren. Met enige zorg constateert het Verantwoordingsorgaan dat het Bestuur in zijn nota over de stand van zaken van de aanbevelingen van het Verantwoordingsorgaan over het jaarverslag 2018 stelt: “ …er is ook gesproken over bijlage K. Daarvan is besloten om nu geen kleinere deelonderwerpen daarvan te gaan oppakken, maar bijlage K in zijn geheel mee te nemen bij een transitie naar een nieuw pensioencontract. Bij die mogelijke overgang wordt beoogd de complexiteit uit bijlage K op te lossen.” Naar de opvatting van het Verantwoordingsorgaan zal de implementatie van een nieuw contract veel tijd nemen en is het de vraag of in dat traject ook de lastige discussie over het oplossen van knelpunten in bijlage K moet plaatsvinden. Naar mening van het Verantwoordingsorgaan verdient het de voorkeur om bij zoveel mogelijk bestaande regelingen de complexiteit te reduceren voordat er een aanvang wordt gemaakt met de implementatie van een nieuw pensioencontract.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan verzoekt het Bestuur om in zijn contacten met de Pensioenkamer aandacht te vragen voor het zoveel mogelijk reduceren van de complexiteit in de regelingen als opgenomen in bijlage K en daarmee niet te wachten tot de transitie naar een nieuw pensioencontract. Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur hem te informeren over de voortgang van de stappen die leiden tot een verdere complexiteitsreductie.

 

Daarnaast vraagt het Verantwoordingsorgaan de aandacht van het Bestuur om bij het zoeken naar oplossingen voor complexiteitsreductie de opgebouwde rechten van deelnemers niet uit het oog te verliezen.

4.3.4.4 Risicobewustwording en bewustzijn van de deelnemer

Bevinding:

Er is een directe relatie tussen de ambitie van het fonds en de (financiële) risico’s die het Bestuur daartoe in haar uitvoering neemt. In het verslagjaar is het Verantwoordingsorgaan met regelmaat geïnformeerd over de wijze waarop het risicomanagement bij ABP vorm krijgt en wat de effecten daarvan zijn op de kerntaken van het fonds. De risico’s van het beleggingsbeleid worden gedragen door alle deelnemers: actieven, gepensioneerden en slapers. Dat vraagt om bewustwording en draagvlak voor het beleggingsbeleid bij de deelnemers. Het Bestuur heeft eerder toegezegd de mogelijkheden te onderzoeken om de risicohouding van het fonds te toetsen aan de voorkeuren van deelnemers. Deze opvolging heeft het Bestuur echter gekoppeld aan de herziening van het pensioenstelsel. Het Verantwoordingsorgaan heeft daar begrip voor en is zich bewust van de uitdagingen verbonden aan een gedegen onderzoek naar de risicobereidheid bij deelnemers. Dat neemt niet weg dat in de communicatie deelnemers moeten worden geïnformeerd over de risico’s en de onzekerheden in hun pensioenregeling. Een gedegen en eenduidige communicatie kan op die manier bijdragen aan de (individuele) bewustwording van de deelnemer over wat ontwikkelingen voor zijn pensioen betekenen.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur om zich, naast de verplichte (wettelijke) communicatiemomenten, in te spannen om de actieve deelnemers, gepensioneerden en slapers adequaat, evenwichtig en eenduidig te informeren over de risico’s en onzekerheden in hun pensioenregeling.

4.3.4.5 Incidenten en afwikkeling daarvan

Bevinding:

Bij het oordeel van het Verantwoordingsorgaan over 2018 zijn aanbevelingen gedaan over de rolneming van het Bestuur bij incidenten en over het aanpassen van het beleid rondom crisis/incident. Over het verslagjaar heen is de wijze van afwikkeling van incidenten meermaals aan de orde geweest en besproken in de overlegvergadering.

Het Verantwoordingsorgaan constateert dat met het opstellen van een Incidentenhandleiding een eerste stap is gezet om, daar waar mogelijk, incidenten te herkennen/voorkomen dan wel adequaat op te lossen. Het Verantwoordingsorgaan onderschrijft de conclusie van het Bestuur dat de Incidentenhandleiding in 2020 dient te worden geëvalueerd om onder andere te kunnen vaststellen hoe de Incidentenhandleiding kan bijdragen aan het tijdig signaleren van potentiële risico’s.

Het Verantwoordingsorgaan realiseert zich dat het tijdstip van informatie/communicatie rond incidenten nauw luistert. In het afgelopen jaar was de onderlinge communicatie over incidenten tussen Bestuur en Verantwoordingsorgaan niet altijd even adequaat, waarbij vooral tijdigheid en volledigheid punten van aandacht waren. Voorbeelden hiervan betroffen onder andere de onduidelijkheden over de aanvulling op de AOW-partnertoeslag en de problematiek van de samenvallende diensttijd. Incidenten zijn schadelijk voor deelnemers en leiden tot vragen en onbegrip als de afdoening niet tijdig en duidelijk is, met als gevolg aandacht in diverse consumentenprogramma’s op tv. Het Verantwoordingsorgaan kijkt graag samen met het Bestuur naar mogelijkheden om verbeteringen aan te brengen op het punt van volledigheid en tijdigheid van informatie.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan roept het Bestuur op hem tijdig en volledig te informeren over de aanpak en woordvoering bij incidenten.

Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur hem te informeren over de evaluatie van de Incidentenhandleiding in 2020. Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur om in die evaluatie aan de hand van praktijkvoorbeelden te laten zien op welke manier de incidentenhandleiding werkt bij de behandeling van een incident en hoe de Incidentenhandleiding een rol kan spelen bij het herkennen en daarmee voorkomen van mogelijke incidenten.

4.3.4.6 Terugbetalingsbeleid

Bevinding:

Naar aanleiding van de afdoening van een fout in de uitwisseling van administratieve gegevens tussen SVB en ABP en de onrust die dat bij deelnemers heeft veroorzaakt heeft ABP in 2019 het terugbetalingsbeleid geëvalueerd. Het Bestuur heeft daarbij besloten om, in lijn met de strategie en het Deelnemerskompas, het terugbetalingsbeleid te herzien. Een van de belangrijkste wijzigingen in het terugbetalingsbeleid is dat - de terugwerkende kracht van - de termijn voor terugbetalen is aangepast van maximaal 5 jaar naar maximaal 9 maanden. Het Verantwoordingsorgaan steunt deze beleidswijziging omdat de financiële gevolgen voor deelnemers minder groot zijn en deelnemers beter begrijpen wat het directe verband is tussen het aangepaste pensioenbedrag en de verandering in hun persoonlijke situatie.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan verzoekt om het nieuwe terugbetalingsbeleid te evalueren, met in achtneming van de afwikkeling van dit dossier en daarover het Verantwoordingsorgaan te informeren.

4.3.4.7 Communicatie

A.   Mediaoptreden

Bevinding:

Ook in 2019 is er veel te doen geweest over de toekomst van het pensioenstelsel. Het Pensioenakkoord en de uitwerking in de richting van een nieuw pensioencontract leidt in diverse media-uitingen tot een veelheid aan opvattingen en standpunten. ABP is met de andere grote pensioenfondsen betrokken bij de achterliggende berekeningen bij de diverse scenario’s die worden ontwikkeld. Het Verantwoordingsorgaan steunt het Bestuur als het zijn kennis inzet ten behoeve van de ontwikkeling van het nieuwe contract.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan is van mening dat het goed is dat het Bestuur vanuit zijn expertise zijn kennis inzet. Het Verantwoordingsorgaan roept het Bestuur wel op om de boodschappen afgewogen te brengen. Verwachtingenmanagement is hier van groot belang.

B.   Rol– en verantwoordelijkheidsverdeling

Bevinding:

Het Verantwoordingsorgaan constateert dat het voor deelnemers vaak onduidelijk is hoe de rol van ABP zich verhoudt tot die van sociale partners. De Pensioenkamer bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers en vakbonden. De Pensioenkamer gaat over de inhoud van de pensioenregeling. Het is van belang dat het Bestuur hier op de website van ABP nadrukkelijk aandacht aan besteedt en dit ook actief uitdraagt bij onder meer mediaoptredens. De rol- en verantwoordelijkheidsverdeling moet inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij moet ook aandacht worden geschonken aan de onderlinge verbanden en afhankelijkheden.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan vraagt aan het Bestuur om op de website van ABP meer aandacht te besteden aan de rol- en verantwoordelijkheidsverdeling tussen het ABP Bestuur en sociale partners binnen Overheid en Onderwijs.

4.3.4.8 Relatie tussen bestuur en Verantwoordingsorgaan

Bevinding:

In de gezamenlijke werksessie van 28 februari 2019 zijn afspraken gemaakt over de relatie Bestuur – Verantwoordingsorgaan. Belangrijkste uitkomst was om te werken aan een volwaardige en meer volwassen relatie met oog voor ieders eigen rol en verantwoordelijkheid. Het Verantwoordingsorgaan constateert dat belangrijke vorderingen gemaakt zijn op het gebied van de informatievoorziening aan het Verantwoordingsorgaan. Het Verantwoordingsorgaan is blij met de aandacht die het Bestuur besteedt aan opleggers bij adviesaanvragen en de wijze waarop het Verantwoordingsorgaan betrokken wordt in de voorbereiding van belangrijke besluiten. Het Verantwoordingsorgaan vindt het van belang de samenwerking verder te verdiepen, zeker in periodes waarin het pensioendomein gaat veranderen. Samenwerking is mede afhankelijk van de wijze waarop informatie wordt gedeeld en net als bij andere dossiers zijn ook hier de begrippen tijdig en volledig van toepassing. Of het nu gaat om het overleg of het stellen van vragen, we moeten met de focus op samenwerking zoeken naar de mogelijkheid – natuurlijk binnen ieders verantwoordelijkheid – om volledigheid en diepgang te borgen.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan verwacht dat het Bestuur in 2020 de samenwerking met het Verantwoordingsorgaan verder verdiept en gegeven de actuele ontwikkelingen, los van de waan van de dag, zoekt naar momenten waarop informatie kan worden uitgewisseld en bediscussieerd. Ook vraagt het Verantwoordingsorgaan op het punt van informatieoverdracht volledigheid na te streven.

4.3.4.9 De ambitie en de realisatie van de ambitie

Bevinding:

Een meerderheid van het Verantwoordingsorgaan heeft een negatief advies uitgebracht ten aanzien van de Premie & Indexatienota 2020. Al jaren wordt aandacht gevraagd voor de spanning tussen ambitie en realisatie. In 2019 volgde uit de midterm-review dat de spanning tussen ambitie en realisatie onrealistisch hoog is. Het bestuur had na de midterm-review meerdere mogelijkheden: sociale partners vragen om de ambitie te verlagen en/of als een verantwoordelijkheid van het Bestuur de premie te verhogen.

Het bestuur koos er echter bewust voor het premiebeleid van 2019 voort te zetten in 2020 met als reden sociale partners de gelegenheid te geven om eventueel de ambities bij te stellen (dus de pensioenregeling aan te passen). Het staande beleid van een onhaalbare ambitie wordt op die manier nog een jaar gecontinueerd

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan verzoekt het bestuur voortgang te maken met het in lijn brengen van ambitie en realisatie.

4.3.4.10 Evenwichtige Belangenafweging

Bevinding:

Het Verantwoordingsorgaan blijft onverkort aandacht vragen voor onderzoek naar de aspecten van evenwichtige belangenafweging. Evenwichtige belangenafweging ligt ten grondslag aan de taakuitoefening van het Bestuur. In een themasessie, gehouden in juni 2019, is door het Bestuur aandacht besteed aan de wettelijke context en de wijze waarop het Bestuur de evenwichtige belangenafweging toepast. Dit gebeurt aan de hand van een in 2018 ontwikkeld toetsingskader waarin met name aandacht is voor de criteria effectiviteit, proportionaliteit, continuïteit en solidariteit. In de discussie tijdens de themasessie werd door leden van het Verantwoordingsorgaan aandacht gevraagd voor de ervaren “onevenwichtigheid” in belangenafweging tussen diverse groeperingen. Ook waren er suggesties voor een uitbreiding van de gehanteerde criteria. De noodzakelijke verdieping, als toegezegd in 2017 en 2018, moet ter hand worden genomen, mede ter voorbereiding van de ontwikkeling van een nieuw pensioencontract.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan is blij met de toezegging van het Bestuur om in de aanloop van de Premie & Indexatienota 2021 het toetsingskader te evalueren ten einde vast te stellen of genoemde criteria nog de valide criteria zijn voor de evenwichtige afweging van belangen. Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur actief betrokkenen te worden in deze evaluatie met mogelijkheden tot het leveren van input.

4.3.4.11 VPL

Bevinding:

De financiering van de VPL-regeling staat al jaren onder druk. Omdat er sprake is van een uitgestelde inkoop van pensioenaanspraken en -rechten kan ABP pas als aan de laatste deelnemer rechten zijn toegekend definitief de balans opmaken (uiterlijk 1 januari 2023). Er wordt jaarlijks een additionele premie geheven, opgebracht door alle bijna 1 miljoen premiebetalers (via hun werkgevers), maar de daadwerkelijke inkoop van aanvullend pensioen vindt slechts plaats bij een deel van de deelnemers (zij die daadwerkelijk recht hebben op VPL). Het is inherent aan de VPL-regeling dat deze in de huidige context een onevenwichtige regeling is, daarmee is het een grote uitdaging voor het bestuur om de wettelijke taak van evenwichtige belangenafweging uit te voeren.

Per 2020 is de premie voor de VPL niet gewijzigd, terwijl de uitgestelde financiering nog steeds een toekomstig risico kan inhouden. Bovendien zal de voorgenomen aanpassing van de discontovoet voor de premie 2021 ook van invloed zijn op de VPL-premie.

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan roept het bestuur op de financiering van de VPL nauwgezet in de gaten te blijven houden. Ook verzoekt het Verantwoordingsorgaan het bestuur blijvende aandacht te hebben voor de onevenwichtigheid van de VPL-regeling. Het Bestuur blijft gehouden om rekening te houden met een evenwichtige belangenafweging in de VPL-regeling.

4.3.4.12 Beleggingen en Duurzaamheidsbeleid

Bevinding:

Het Verantwoordingsorgaan vindt het een goede ontwikkeling dat door ABP beleggingen in kolen en teerzand worden afgebouwd. ABP is, gelet op een uniek insluitingsbeleid, op het punt van beleggen moeilijk vergelijkbaar met andere fondsen en internationale standaarden. Veel onderdelen in het nieuwe duurzaamheidsbeleid zijn nog weinig concreet en er is nog weinig aandacht voor arbeidsomstandigheden en belastingbeleid. Naar oordeel van het Verantwoordingsorgaan communiceert ABP veel en proactief over haar duurzaamheidsambities en activiteiten. Maar het komt soms eenzijdig positief over en doet niet helemaal recht aan de complexe realiteit, dilemma’s en soms moeizame veranderingen.

Met het beleggingsbeleid is in 2019 een rendement van 16,8% behaald en over de afgelopen 15 jaar gemiddeld 7,0%. De huidige mate van risicobereidheid draagt bij aan het realiseren van de ambitie van het fonds op de lange termijn. Het Verantwoordingsorgaan merkt echter op dat dit op de korte termijn mogelijk tot kortingen kan leiden. Dit staat op gespannen voet met de zekerheid die deelnemers belangrijk vinden

Aanbeveling:

Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur het uitvoeren van ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen voort te zetten. Het Verantwoordingsorgaan adviseert het Bestuur het insluitingsbeleid meer transparant te maken door onder andere criteria per sector publiek te maken. Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur zichtbaar te maken hoe de impact van het insluitingsbeleid gemonitord wordt.

Het Verantwoordingsorgaan verzoekt het Bestuur verbeteringen van arbeidsomstandigheden en belastingbeleid vorm te geven door het uitwerken van concrete criteria, doelstellingen en ijkpunten. Het Verantwoordingsorgaan vraagt het bestuur evenwichtig te communiceren over duurzaamheidsbeleid en de activiteiten. Daarbij gaat het ook om het aangeven welke aspecten van het beleid (nog) niet goed lukken en/of moeilijk haalbaar blijken.

Het Verantwoordingsorgaan wil graag betrokken worden bij de totstandkoming van de risicohouding. Het Verantwoordingsorgaan vraagt het Bestuur expliciet aandacht te hebben voor de mogelijke korte termijn gevolgen van het beleggingsrisico.

4.3.5 Oordeel

Op grond van de eigen bevindingen, de bevindingen van de externe accountant, externe actuaris, compliance officer en Raad van Toezicht, oordeelt het Verantwoordingsorgaan positief over het handelen van het Bestuur inzake het gevoerde beleid, de gemaakte beleidskeuzes en de naleving van goed pensioenfondsbestuur

4.3.6 Reactie bestuur op het oordeel van het verantwoordingsorgaan

Het bestuur heeft met belangstelling kennis genomen van de bevindingen en aanbevelingen van het Verantwoordingsorgaan. Het bestuur dankt het Verantwoordingsorgaan voor het uitgebrachte positieve oordeel over het gevoerde beleid in 2019. De aanbevelingen van het Verantwoordingsorgaan worden door het bestuur meegenomen in de uitvoering van zijn werkzaamheden in 2020.

Tot slot dankt het bestuur het Verantwoordingsorgaan voor zijn inzet, de constructieve samenwerking en de grote betrokkenheid van zijn leden.