Terug naar boven

Onze financiële positie

In het verslagjaar had de financiële positie van ABP de voortdurende aandacht van het bestuur. De actuele dekkingsgraad startte in 2019 op 97,1% en eindigde op 97,8%. De beleidsdekkingsgraad daalde van 103,8% naar 95,8%. Hoewel ABP in 2020 geen verlaging van de pensioenen hoeft door te voeren, blijft de financiële positie van het fonds zorgwekkend.

3.5.1 Spanning op pensioendriehoek verder toegenomen

Met de grillige economische omstandigheden en de effecten daarvan op de financiële positie van het fonds, was 2019 een enerverend jaar voor ABP. De spanning op de pensioendriehoek ambitie (de pensioenregeling) - kosten (de premie) - zekerheid (de risico's) is in het verslagjaar alleen maar verder toegenomen. Voor wat betreft de ambitie is de kans op verhogen van het pensioen verder uit beeld geraakt, en de indexatieachterstand is opnieuw gegroeid. Voor wat betreft de kosten geldt dat de huidige premie te laag is in relatie tot de lage rente, de rendementen die we in de toekomst verwachten te kunnen maken en de ambitie van de regeling. Voor wat betreft zekerheid is de kans op verlaging van de pensioenen opnieuw toegenomen. In 2019 heeft ABP veelvuldig gecommuniceerd, direct en via de media, om deelnemers te informeren over belangrijke ontwikkelingen rondom de financiële positie van het fonds en de mogelijke gevolgen voor de pensioenen. In het maatschappelijke debat rondom het nieuwe pensioencontract, waarin wij de belangen van onze deelnemers expliciet voorop zetten, benadrukken wij dat het voor onze deelnemers niet te begrijpen is dat wij met de omvang van ons vermogen en het gerealiseerde beleggingsrendement toch de pensioenen niet kunnen verhogen; de kans is reëel dat we ze in de toekomst moeten verlagen. De financiële positie en de economische vooruitzichten zijn begin 2020 zorgwekkend.

 

3.5.2 Fluctuerende actuele dekkingsgraad

ABP heeft in 2019 een beleggingsrendement behaald van 16,8%, wat neerkomt op een vermogensgroei van € 67 miljard (dit resultaat wordt verder toegelicht in het hoofdstuk Hoe wij het pensioenvermogen beleggen). Tegelijkertijd zette de rentedaling door, met name in de zomerperiode. In het vierde kwartaal was sprake van herstel, waardoor de actuele dekkingsgraad uiteindelijk licht hoger noteerde dan het jaar ervoor: 97,8% (ultimo 2018: 97,1%).

De beleidsdekkingsgraad (het gemiddelde van de actuele dekkingsgraden over 12 maanden) is gedaald, van 103,8% begin 2019 naar 95,8% op 31 december 2019. Het herstel van de actuele dekkingsgraad in het vierde kwartaal was niet voldoende om de scherpe daling in de zomer door de lage rentestand te compenseren.

In de grafiek hierna worden de ontwikkeling van de actuele dekkingsgraad en de beleidsdekkingsgraad vergeleken met het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) van 104,2% vanaf eind december 2018 tot en met eind december 2019. Hierin wordt zichtbaar dat het MVEV-niveau van 104,2% ultimo 2019 niet is gehaald. Dit betekent dat een verlaging van de pensioenen in 2021 een reële optie is (zie ook de toelichting verderop in dit hoofdstuk). Het vereist eigen vermogen (VEV) bedraagt 126,7%.

De tabel hierna geeft weer welke factoren hebben bijgedragen aan de mutatie van de actuele dekkingsgraad.

Verloop dekkingsgraad

in %

  2019 2018
Dekkingsgraad einde voorafgaand verslagjaar 97,1 104,4
Premie versus opbouw -0,5 -0,8
Verandering van de rentetermijnstructuur -13,1 -4,1
Rendement op de beleggingen 16,4 -2,3
Rentetoevoeging aan de verplichtingen 0,2 0,3
Aanpassing grondslagen verplichtingen 0,1 -0,6
Overige -2,4 0,2
Dekkingsgraad einde verslagjaar 97,8 97,1
 

De belangrijkste beïnvloedende factoren:

  • op basis van de rentetermijnstructuur is de ontvangen premie onvoldoende dekkend voor de in 2019 nieuw opgebouwde rechten, waardoor de dekkingsgraad met 0,5%-punt is gedaald;
  • de rente is fors gedaald, wat resulteert in een toename van de voorziening, waardoor de dekkingsgraad met 13,1%-punt daalde;
  • het positieve beleggingsresultaat heeft de dekkingsgraad met 16,4%-punt verhoogd; 
  • overige mutaties betreffen onder meer het resultaat op uitkeringen, het resultaat op actuariële grondslagen en kruiseffecten.    
 

3.5.3 Beleidsdekkingsgraad

Eind 2019 bedroeg de beleidsdekkingsgraad 95,8% (2018 103,8%). De dekkingsgraad waarboven de jaarlijkse verhoging van de pensioenen volledig had kunnen worden toegekend, bedroeg 123,6%. De reële beleidsdekkingsgraad is gedaald van 84,9% in 2018 naar 77,5% in 2019. 

3.5.4 Ontwikkeling van de rekenrente

Om de pensioenverplichtingen te waarderen, moet ABP gebruik maken van de door DNB gepubliceerde rentetermijnstructuur. Eind 2019 bedroeg deze 0,74% (eind 2018: 1,39%). Voor looptijden langer dan 20 jaar wordt op de marktrentecurve een correctie toegepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de rente voor lange looptijden geleidelijk naar een historisch gemiddelde toe groeit, de UFR (Ultimate Forward Rate). Deze lange rente was eind 2019 2,1% (eind 2018: 2,3%). Omdat de UFR op een langjarig gemiddelde is gebaseerd en de rente de afgelopen jaren is gedaald, zal de UFR in de toekomst verder dalen. De UFR-methode leidt op dit moment tot een hogere rekenrente, die resulteert in lagere verplichtingen, wat op zich een verhogend effect heeft op de dekkingsgraad.
Het verloop van de actuele rekenrente staat in de onderstaande grafiek.

3.5.5 Geen verhoging pensioenen

Voor de verhoging van pensioenen heeft het bestuur beleid vastgesteld, waarbij de wettelijke vereisten als begrenzing gelden. Vanaf een beleidsdekkingsgraad van 110% mag ABP de pensioenen gedeeltelijk verhogen, bij circa 123,6% mogen we conform de ambitie de pensioenen verhogen met de jaarlijkse prijsinflatie, en vanaf circa 127% mag er ook met terugwerkende kracht worden verhoogd. Dit geldt voor de opgebouwde aanspraken van de gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en actieve deelnemers. De beleidsdekkingsgraad op de peildatum in het verslagjaar (31 oktober 2019) bedroeg 96,3%. Dit betekent dat de pensioenen in 2019 niet konden worden verhoogd. De gemiste verhoging is opgelopen tot maximaal 19,1% aan het einde van 2019. Sinds de crisis in 2008 heeft ABP de pensioenen niet kunnen laten meegroeien met de prijzen (met uitzondering van 2010). Ook voor de komende jaren verwachten we de pensioenen niet te kunnen verhogen.

Belangrijke mid-term review

In 2019 is een mid-term review gedaan van de in 2018 uitgevoerde driejaarlijkse ALM-studie. Op basis van deze gebruikelijke tussentijdse toets concludeerde het bestuur dat de spanning op de pensioendriehoek zo ver was toegenomen dat actie noodzakelijk was. Er waren drie ‘knoppen’ waaraan zou kunnen worden gedraaid: het beleggingsbeleid (inclusief de renteafdekking), de premie en de ambitie; over deze laatste 'knoppen' beslissen de sociale partners. Aanpassen van het beleggingsbeleid zou tegen de achtergrond van de lage rente het behalen van de langetermijnambitie niet dichterbij brengen en was daarom geen optie. Het bestuur heeft er bewust voor gekozen het premiebeleid van 2019 voort te zetten in 2020, zie ook de toelichting in het hoofdstuk Bouwen aan goed pensioen voor 3 miljoen deelnemers. 

3.5.6 Geen pensioenverlaging in 2020

Doordat de actuele dekkingsgraad uitkwam op 97,8% eind december (boven de kritische grens van 95%) is pensioenverlaging in 2020 niet aan de orde. 

Herstelplannen in 2019 en 2020

ABP heeft in het voorjaar van 2019 een herstelplan ingediend; dit was verplicht omdat eind 2018 de beleidsdekkingsgraad onder het vereiste niveau van circa 128% lag. Het doel van een herstelplan is om na te gaan of de autonome herstelkracht van het fonds groot genoeg is om de beleidsdekkingsgraad binnen de hersteltermijn van tien jaar weer op het vereiste niveau te brengen. Is dit niet het geval, dan kan een verlaging van de pensioenen nodig zijn om het fonds binnen die tien jaar naar het vereiste niveau te laten herstellen. Volgens het in 2019 ingediende herstelplan groeit de beleidsdekkingsgraad gedurende de hersteltermijn naar een niveau vlak boven de vereiste dekkingsgraad. Op basis daarvan heeft het bestuur geconcludeerd dat het niet nodig was om in 2019 aanvullende maatregelen te nemen. Eind 2019 lag de beleidsdekkingsgraad nog steeds onder het vereiste niveau. Dit betekent dat voor 1 april 2020 een nieuw herstelplan moest worden ingediend. 
Naast de situatie waarbij de actuele dekkingsgraad onder de kritische dekkingsgraad uitkomt, moeten pensioenfondsen ook een verlaging doorvoeren als zes achtereenvolgende keren per jaareinde de beleidsdekkingsgraad lager is dan 104,2%; voor ABP ligt het ijkmoment hiervoor op 31 december 2020. Om een verlaging te voorkomen, moet de beleidsdekkingsgraad of de actuele dekkingsgraad op dat moment boven 104,2% liggen. Voor 2021 en de volgende jaren blijft de kans op verlaging hoe dan ook reëel.

3.5.7 Haalbaarheidstoets 2018 en 2019

In 2019 heeft ABP de reguliere jaarlijkse haalbaarheidstoets uitgevoerd op basis van de situatie ultimo 2018. Met deze toets gaat het bestuur na of de pensioenresultaten boven de ondergrens blijven (zowel in het neutrale scenario als in het slechtweerscenario) die met sociale partners is afgesproken. In de berekening is uitgegaan van de actuele dekkingsgraad ultimo 2018. ABP slaagt voor de jaarlijkse haalbaarheidstoets, omdat de uitkomsten binnen de door het fonds gestelde grenzen liggen. Vóór 1 juli 2020 zal ABP opnieuw een haalbaarheidstoets uitvoeren, met de financiële positie ultimo 2019 als vertrekpunt.

3.5.8 Financieel crisisplan in werking

Vanwege de verslechterde financiële positie van het fonds is in 2019 het Financieel crisisplan in werking gesteld. Dit is een instrument om strategische en financiële risico's te mitigeren. Dit wordt uitgebreider toegelicht in het hoofdstuk Risicomanagement. 

3.5.9 Vooruitblik 2020

Financiële positie begin 2020 hard geraakt

Na balansdatum is de actuele dekkingsgraad van ABP opnieuw fors gedaald. De beurzen in de hele wereld zijn hard geraakt in de eerste maanden van 2020, door de impact van het coronavirus. Dat zien wij ook in onze beleggingen. Er is dus zeker reden tot zorg, met de kanttekening dat wij als pensioenfonds voor beleggingen een langetermijnhorizon hebben. De toekomst is niet alleen onzeker door de financiële positie van het fonds, maar ook omdat het nieuwe pensioencontract nog niet geheel is uitgewerkt. We zijn optimistisch over de kans dat het nieuwe contract op termijn perspectief biedt voor onze deelnemers. Tegelijkertijd weten we dat het huidige kader ons kan dwingen om pensioenopbouw en -uitkeringen te gaan verlagen. Op 31 december 2020 weten we of de pensioenen in 2021 verlaagd moeten worden, maar wij wijzen deelnemers er nu al op dat deze omstandigheden ons hard raken en dat hierdoor de kans op verlagen in 2021 reëel is. De actuele financiële positie is te vinden op onze website.
Vanwege deze uitzonderlijke omstandigheden hebben wij als bestuur besloten om de ALM-studie naar voren te halen. Deze wordt nu in 2020 uitgevoerd, onder andere om de effecten van de coronacrisis te beoordelen.

Premie-ontwikkeling na 2020

Bij het premiebesluit 2020, vastgesteld in november 2019, heeft het bestuur besloten de disconteringsvoet vanaf 2021 te verlagen van 2,8% naar maximaal 2,4%. In januari 2020 heeft het bestuur een meerjarig besluit genomen over de disconteringsvoet, met 2,0% als nieuw ankerpunt. Dit niveau zal in drie jaar stapsgewijs worden bereikt: van 2,4% in 2021, naar 2,2% in 2022 en uiteindelijk 2,0% vanaf 2023. De verlaging van de disconteringsvoet hangt direct samen met de lagere rendementen die ABP voor de toekomst verwacht.
We hebben dit besluit in januari 2020 genomen, onder meer om sociale partners de gelegenheid te geven om eventueel de pensioenregeling hierop aan te passen. In november 2020 stelt het bestuur de definitieve premie voor het jaar 2021 vast, na verder overleg met sociale partners en advies van het Verantwoordingsorgaan.