Terug naar boven

Verslag van de Raad van Toezicht

4.1.1 Samenvatting

In dit rapport van bevindingen doet de raad verslag van zijn werkzaamheden en van zijn bevindingen over het verslagjaar 2019. De raad heeft ervoor gekozen om de belangrijkste aandachtspunten van 2019 samen te vatten in hoofdstuk 1. In hoofdstuk 2 legt de raad verantwoording af over zijn werkwijze en taakopvatting. In hoofdstuk 3 geeft de raad een overzicht van bevindingen en aanbevelingen naar aanleiding van het uitgevoerde toezicht. In hoofdstuk 4 volgt ten slotte een vooruitblik naar 2020 en de voorgenomen toezicht thema’s.

Ook 2019 was voor ABP wederom een bewogen jaar. Belangrijke onderwerpen - die ook van buiten het fonds volop in de belangstelling stonden - lagen op de bestuurstafel. Over de kans op korten, opbouw, premie, (reken)rente en de ontwikkeling van de dekkingsgraden als aspecten van de financiële positie. De interactie tussen het fonds en deelnemer kwam aan de orde bij de communicatie over diezelfde financiële positie maar ook in de casuïstiek bij pensioentoekenningen (arbeidsongeschiktheid, vergeten pensioenen, samenvallende diensttijd) of het partnerpensioen. Daarnaast is in 2019 veel bestuursaandacht besteed aan de stelseldiscussie en adequate risicobeheersing. De raad is van mening dat het bestuur adequaat inzicht geeft in de bestuurlijke afwegingen rond deze thema’s in het bestuursverslag. Ook voor de raad zijn het zeer relevante onderwerpen geweest waarbij eigen afwegingen zijn gemaakt op al deze dossiers vanuit het perspectief van toezicht.

De financiële positie

In het verslagjaar verslechterde de financiële positie. De dekkingsgraad bereikte een dieptepunt in augustus en de kans op een korting steeg in korte tijd. Mede vanwege de financiële positie van ABP, die over een periode van een aantal maanden verslechterde, als gevolg van de verder dalende rente is het crisisplan in werking gesteld. Vooral in het scenario van een rente die langere tijd laag blijft, zijn de perspectieven voor het pensioenresultaat weinig rooskleurig en is nieuwe pensioenopbouw erg duur. Het bestuur heeft de raad in verschillende fases geïnformeerd over de mogelijke maatregelen om de risico’s verder te beperken. Hierbij heeft de raad met het bestuur gesproken over het balansrisico, de premiestelling, het kortingsscenario en de communicatie van de financiële positie.

De raad ziet dat het bestuur de ernst en urgentie van de situatie heeft onderkend en daar opvolging aan heeft gegeven. In de bestuurscommissies en bestuursvergaderingen als ook in de integrale risicorapportage kreeg het toegenomen risico de benodigde aandacht. Een korte termijn remedie is niet voor handen. De maatregelen op de langere termijn zijn in gang gezet, waaronder de verlaging van de disconteringsvoet en dus een stijging van de premie met ingang van 2021. De raad heeft de argumenten van het bestuur gewogen en heeft begrip voor het uitgangspunt dat de premie in 2020 niet al omhoog ging met als belangrijkste redenen de beperkte financiële impact en het belang van breed draagvlak voor een structurele verhoging in 2021. De raad ziet op dit dossier als zijn belangrijkste aandachtspunten voor 2020 en verder:

  • Het fundamentele gesprek voeren over de ambitie in relatie tot de risicohouding met alle belanghebbenden
  • Het managen van de verwachtingen naar de toekomst met het oog op een realistisch beeld

Stelseldiscussie

Vanuit het oogpunt van toezicht is er aandacht geweest voor de discussie over vernieuwing van het pensioenstelsel en voor het principeakkoord. Voor de deelnemers van ABP bevat het gepresenteerde resultaat goede uitgangspunten op basis waarvan sociale partners, kabinet en pensioensector een nieuw pensioencontract kunnen uitwerken. De belangrijkste aandachtspunten bij de nadere uitwerking zijn juiste rekenregels, passend bij de aard van het nieuwe contract, de vormgeving van de overgang naar een ander stelsel en de benodigde fiscale ruimte.

De raad is positief over het feit dat het bestuur in deze discussie over het pensioenstelsel een eigenstandige koers heeft gevaren in het evenwichtig behartigen van de belangen van de deelnemer. Tevens is het fonds bereid geweest om zijn ervaring en expertise in te zetten in deze weerbarstige discussie.

In beginsel is de regeling het terrein van sociale partners. Toch waarderen wij als raad de actieve opstelling van het fonds aan diverse tafels van overleg waaronder de G5, de PF, eigen contacten.

Financiële Risicohouding

Het bestuur heeft de raad geïnformeerd over de opnieuw vastgestelde eigen risicohouding. Conform de afspraken in 2019 heeft het bestuur de midterm review aangewend om de organen van het fonds meer inzicht te geven in de financiële risico’s. De raad is positief over de openheid die het bestuur heeft getoond in het toelichten van de financiële risico’s. De transparantie van het beleid is daarmee toegenomen.

De evaluatie van het gevoerde rentebeleid over een reeks van jaren is door de raad bij herhaling aan de orde gesteld bij het bestuur uit het oogpunt van het kunnen verantwoorden van het gevoerde beleid. Recent heeft een evaluatie plaatsgevonden. De hieruit voortgekomen observaties heeft het bestuur met de raad gedeeld en zullen mede als uitgangspunt dienen bij de heroverweging van het financiële beleid en de risicohouding.

Uit de risk appetite en de midterm review kwam naar voren dat het bestuur het beleggingsrisico nog steeds passend vindt bij het fonds. De kaders voor het renterisico zijn wel nader aangescherpt. De raad moedigt het bestuur aan vanuit het balansrisico perspectief meer aandacht te besteden aan het doorleven van scenario’s dat het toch niet goed zou komen.

Deelnemersperspectief

De raad spreekt zijn waardering uit over hoe het bestuur omgaat met ‘Deelnemer centraal’. Het bestuur heeft op verschillende momenten gedemonstreerd dat het menens is met het deelnemersperspectief, dat dit uitgangspunt meer is dan communicatie en waar nodig consequenties heeft voor de besluiten over de inhoud van het beleid. Als voorbeelden kunnen hierbij genoemd worden de aanpassing van het herzienings- en terugvorderingsbeleid en een aanpassing van de klachtenregeling.

Corona crisis

Hoewel het corona-virus zich heeft gemanifesteerd in 2020, willen we deze gebeurtenis met grote impact voor Nederland en dus ook mogelijk voor het fonds en zijn stakeholders, benoemen. Er kan nog niet worden gezegd hoe groot de impact van de crisis zal zijn op de - toekomstige - financiële positie van het fonds. Graag verwijzen we naar de paragraaf “De impact van de corona-crisis op onze financiële positie” in het Bestuursverslag en de paragraaf 'Gebeurtenissen na balansdatum’ in de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening.

4.1.2 Werkwijze van de raad

De raad houdt toezicht op het bestuur en op de gang van zaken in het fonds. Daarnaast staat de raad het bestuur met gevraagd en ongevraagd advies terzijde. De taken van de raad zijn nader aangeduid in de Statuten van het fonds en in het reglement van de Raad van Toezicht is de wijze van de uitvoering van de taken nader bepaald. De raad betrekt bij de uitvoering van zijn taken de Code pensioenfondsen (intern toezicht moet bijdragen aan effectief en slagvaardig functioneren van het fonds en aan beheerste en integere bedrijfsvoering) en de VITP-toezichtscode.

Vanuit de VITP-toezichtcode zijn de volgende principes voor de raad relevant:

  1. De zorg voor het pensioen van de deelnemers is leidend voor het toezichthouden
  2. De toezichthouder is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid als toezichthouder en gedraagt zich daarnaar;
  3. Toezichthouders dragen zorg voor hun geschiktheid en de effectiviteit van hun werkzaamheden
  4. De toezichthouders leggen verantwoording af over en zijn aanspreekbaar op het gehouden toezicht.

Tot en met 30 april 2020, de datum van vaststelling van het jaarverslag 2019 door het bestuur, heeft de raad zes keer in eigen kring vergaderd. Er is vijf keer overleg gevoerd met het bestuur. Twee keer heeft met een delegatie van het bestuur overleg plaatsgevonden inzake de financiële positie van het fonds in de aanloop naar de Premie & Indexatienota 2020.

In het kader van de Toezichtsagenda 2019 zijn leden van het bestuur en teamhoofden van het bestuursbureau uitgenodigd aanwezig te zijn in de vergaderingen van de raad in eigen kring voor ‘deep dives’ c.q. nader overleg. Dit onder andere op het terrein van ICT-risico’s, de praktische invulling van de nieuwe sleutelfunctiehouders (risk, audit en actuariaat) in het kader van IORP II, de invulling van het nieuwe beleid Duurzaam en Verantwoord 2020+ en de eerste stappen op weg naar een nieuw belastingbeleid. In een vergadering met een delegatie van het bestuur is nog aandacht besteed aan de stand van zaken deelnemer en werkgever beleving centraal.

Naast bovengenoemde reguliere besprekingen heeft een keer een strategiebijeenkomst met het bestuur plaatsgevonden. Hierbij is aandacht besteed aan deelnemer en werkgever beleving centraal, de gewenste positionering - als pensioenexpert - in het pensioendebat en de doelen en ambities - ‘makkelijk’ versus ‘ambitieus’ - in het kader van het nieuw beleid Duurzaam en Verantwoord Beleggen 2020+.

In het verslagjaar is drie keer overleg geweest met het verantwoordingsorgaan. Onderwerpen die in 2019 met het verantwoordingsorgaan zijn besproken hadden vooral betrekking op evenwichtige belangenafweging, de complexiteitsreductie, het verantwoordingsverslag van de raad over 2018, de reguliere activiteiten van de raad in het kader van de toezicht agenda 2019 en de herbenoeming van een lid van de raad. Leden van de raad zijn in 2019 als toehoorder bij vergaderingen van het bestuur met het verantwoordingsorgaan aanwezig geweest om een indruk te krijgen van de dynamiek tussen het bestuur en het verantwoordingsorgaan.

Verder is in het verslagjaar één keer overleg geweest met de externe toezichthouder DNB. Tot slot heeft één keer overleg plaatsgevonden met de Raad van Bestuur van APG. Voorafgaand aan ieder overleg met het bestuur heeft de raad in eigen kring vergaderd om enerzijds de vergaderingen voor te bereiden en anderzijds op basis van de toezicht agenda 2019 observaties en bevindingen onderling uit te wisselen. De raad neemt kennis van de werkzaamheden van het bestuur via de dialoog met het bestuur, via notulen en kwartaalrapportages; leden van de raad zijn ook als toehoorder aanwezig geweest bij commissievergaderingen van het bestuur. Op deze wijze heeft de raad een indruk gekregen van de dynamiek aan de bestuurstafel. De raad heeft toegang tot alle (gevraagde) informatie. Daarnaast had periodiek overleg plaats tussen de (vice-)voorzitters van het bestuur en van de raad. Ook was er regelmatig overleg tussen de voorzitter van de raad en de voorzitter van het bestuur daar waar het ging om het bestuurlijk functioneren. De raad heeft in het verslagjaar de benoeming van de bestuursleden mevrouw Nauta en de heer Sibbing goedgekeurd en ingestemd met de herbenoeming van mevrouw Leegwater, mevrouw Mulder en de heer Den Uyl.

In het kader van de goedkeuring van het jaarverslag 2019 heeft de raad kennisgenomen van een rapportage van de compliance officer; ook is een lid van de raad aanwezig geweest in het audit committee bij de behandeling van de jaarstukken. In deze vergadering waren ook de externe accountant en de certificerend actuaris van het fonds aanwezig. De raad heeft geobserveerd dat de accountant in de vergaderingen van het audit committee onafhankelijk optreedt en dat het bestuur de accountant voldoende ruimte biedt om – gevraagd en ongevraagd – zijn opinie te geven.

Leden van de raad zorgen ervoor dat hun kennis en vaardigheden steeds up to date zijn. In het kader hiervan zijn in het jaar 2019 verschillende seminars c.q. opleidingsdagen bezocht. In het voorjaar volgde de raad een minicursus Balansrisico in eigen kring die was toegespitst op de ABP-case, voorbereid door een externe deskundige. Ook hebben meer leden van de raad deelgenomen aan de summercourse die APG aanbiedt aan bestuurders en toezichthouders van zijn klant-fondsen.

Tot slot heeft in 2019 een zelfevaluatie van de raad plaatsgevonden onder externe begeleiding. Met behulp van de tool Insights Discovery is aandacht besteed aan het voorkeursgedrag van de leden van de raad en de rolopvatting van de raad en is een plenaire dialoog gevoerd op basis van door de leden van de raad ingebrachte casuïstiek (wat ging goed en wat kan beter). De conclusie van de zelfevaluatie is dat de raad beschikt over een brede diversiteit aan persoonlijkheden en kan putten uit vele gedragsvoorkeuren.

De raad wordt ondersteund door een secretaris van het bestuursbureau ABP.

4.1.3 Bevindingen

4.1.3.1 Algemeen beleid

De raad is van mening dat het bestuur van een pensioenfonds tot taak heeft zo goed mogelijk uitvoering te geven aan de pensioenregeling met inachtneming van de missie en visie van het pensioenfonds. Het bestuur dient daartoe de doelstellingen van het pensioenfonds en de gehanteerde uitgangspunten vast te stellen. Tevens dient het bestuur een visie te hebben op een toekomstbestendige uitvoering. Het beleid en de overwegingen die daaraan ten grondslag liggen, dienen voldoende duidelijk te zijn. De realisatie en de naleving van het beleid en de ambities dienen te worden bewaakt en gerapporteerd te worden door een adequate administratieve organisatie en interne controle.

De raad heeft het functioneren van het bestuur geëvalueerd mede op basis van inzage van de documenten ter voorbereiding van de bestuursvergaderingen, de verslagen, de dialoog met het bestuur, de besluitvorming en de vastleggingen en follow-up daarvan. De conclusie van de raad is dat het bestuur op een voldoende wijze de taken en verantwoordelijkheden heeft vervuld waarbij de belangen van de verschillende belanghebbenden in ogenschouw zijn genomen om een evenwichtige belangenafweging, integere bedrijfsvoering en adequate risicobeheersing te bereiken.

4.1.3.2 Strategie

In 2019 heeft het bestuur in nauwe betrokkenheid met het Verantwoordingsorgaan een strategisch jaarplan vastgesteld, op basis van de meer-jarenstrategie die in 2017 is vastgesteld. De raad heeft geconstateerd dat er een goede balans is tussen koersvastheid op basis van de meer-jarenstrategie en flexibiliteit in relatie tot gewijzigde omstandigheden. De raad heeft in 2019 aan de hand van een aantal concrete dilemma’s een dialoog gevoerd met het bestuur om standpunten en inzichten onderling uit te wisselen. Door deze dialoogsessie is er meer wederzijds begrip ontstaan over de wijze waarop de strategie tot uitvoering kan worden gebracht.

4.1.3.3 Geschiktheidsbeleid

Ook in het verslagjaar zijn weer verdere stappen gezet om de kwaliteit van het bestuur te waarborgen. Belangrijk instrument hierbij was de invoering van de collectieve competentie matrix. Naast de heldere profielschetsen met uitgewerkte competenties en een met waarborgen omklede selectieprocedure hecht de raad waarde aan een beoordeling op verandervermogen. De veranderingen in de sector zijn groot en de omvang van dit fonds brengt met zich mee dat geen van deze veranderingen aan het fonds voorbij zal gaan. Objectieve criteria moeten hierbij bepalend zijn voor de vervulling van bestuursfuncties.

De raad adviseert het bestuur, mede gelet op de turbulente ontwikkelingen, een plan te maken voor opvolging van bestuursleden in de komende jaren en dus niet te wachten tot er sprake is van een vacature maar meer vooruit te zien.

4.1.3.4 Pensioenregeling

Het kon niet anders dan dat veel aandacht en energie van het bestuur uitging naar het bereiken van een structurele regeling voor de militairen. De raad volgde het bestuurlijk proces dat daarop was gericht intensief. Onze aandachtspunten waren de bestuurlijke opstelling om sociale partners te accommoderen en tegelijk de beheerste uitvoering te bewaken, het juridisch proces en aandacht voor ‘plan B’. Het was ook tot vreugde van de Raad van Toezicht dat sociale partners overeenstemming bereikten over een uitvoerbare regeling op basis van middelloon. Dat leidt eerst tot extra werk maar structureel wordt een noodzakelijke stap gezet ten behoeve van de beheerste en integere uitvoering van de militairenregeling, wat ook een voorwaarde is voor de dito uitvoering van alle ABP-regelingen.

De complexiteit die nog in de regelingen bestaat werpt problemen op bij IT-change, in de pensioenuitvoering en in de dienstverlening. Dat zal niet als sneeuw voor de zon verdwijnen bij een geslaagde stelselherziening die ook nog even op zich zal laten wachten.

De raad is positief over het opstellen van een incidentenhandleiding, bij de totstandkoming waarvan ook het Verantwoordingsorgaan een belangrijke rol heeft gespeeld. Ook de verbeterde klachtenregeling is vanuit dienstverlening gezien een goede stap. De raad heeft erop gewezen dat de belangrijkste verbetering echter een vermindering van complexiteit is - ter preventie van een belangrijk deel van incidenten en klachten. De raad nodigt het bestuur daarom uit om in 2020 en volgende jaren alles te doen om onnodige complexiteit te reduceren in het belang van de deelnemer en de uitvoerbaarheid van de regelingen. De geplande analyse van bijlage K van de pensioenregeling ziet de raad in de eerste helft van 2020 met grote belangstelling tegemoet.

4.1.3.5 Balans- en beleggingsrisico

Van spanning op de driehoek naar crisissituatie

De financiële situatie van het ABP verslechterde in 2019 als gevolg van de verder dalende rente. Het bestuur informeerde de raad en wisselde van gedachten over de resultaten van de midterm review en de opvolging die het bestuur aan de verslechterde financiële positie wilde geven. De resultaten van de verschillende scenario’s kwamen aan de orde, waaronder ook het scenario dat de rente langdurig laag blijft. De kans op een korte termijn korting groeide. Het bestuur heeft de duiding ‘spanning op de driehoek’ gewijzigd in ‘crisissituatie’ en het Financieel Crisisplan ABP in werking gesteld. De raad is geïnformeerd over de stappen die het bestuur heeft gezet en de maatregelen die het bestuur heeft overwogen en genomen. Het bestuur heeft zich daarbij geconcentreerd op het handelingsperspectief voor ABP en daarbij naar korte en langere termijn maatregelen gekeken. Het bestuur zette de lobby in op politiek Den Haag om een onnodige korting in de overgang naar een nieuw contract te voorkomen. Tegelijkertijd werd het kortingsscenario voorbereid. De raad heeft kennisgenomen van het logboek van de risicomanager met betrekking tot de uitvoering van het financieel crisisplan. De raad is van mening dat het bestuur voldoende de ernst en urgentie van de situatie heeft onderkend en daar opvolging aan heeft gegeven.

De raad heeft het bestuur geadviseerd meer aandacht te besteden aan de situatie dat een nieuw pensioenstelsel er niet of niet snel komt. Tevens heeft de raad geadviseerd in de communicatie meer vanuit een lange termijn perspectief de verwachtingen te managen.

Crisismaatregelen: Balansrisico

De raad heeft kennisgenomen van de maatregelen die het bestuur heeft genomen voor het balansrisico. Het bestuur heeft naar de toekomst het kader voor de renteafdekking aangescherpt. De evaluatie van het gevoerde rentebeleid over een reeks van jaren is door de raad bij herhaling aan de orde gesteld bij het bestuur uit het oogpunt van het kunnen verantwoorden van het gevoerde beleid. Recent heeft een evaluatie plaatsgevonden. De hieruit voortgekomen observaties heeft het bestuur met de raad gedeeld en zullen mede als uitgangspunt dienen bij de heroverweging van het financiële beleid en de risicohouding.
Het zakelijke waarden risico is zowel voor de korte termijn als de lange termijn niet aangepast. Dit is in lijn met de herijkte risicohouding van het bestuur. Bij de lagere dekkingsgraad leidt dit tot extra spanning omdat de slecht weer scenario’s lager uitvallen en zelfs de afgesproken ondergrens kunnen passeren. Het bestuur heeft de risicohouding en het beleggingsrisico niet bij sociale partners ter discussie gesteld. De raad ziet het als een van de grootste dilemma’s voor het fonds: veel zakelijke waarden risico nemen is nodig om uit het reservetekort te komen en de ambitie te realiseren, maar de keerzijde is dat dit een kans op een sterke koersdaling met zich meebrengt die het fonds zonder buffer niet zondermeer kan dragen. Het bestuur kiest bewust voor een hoog risiconiveau.

De raad geeft het bestuur in overweging vanuit het balansrisico perspectief meer aandacht te besteden aan het doorleven van scenario’s van een sterke koersdaling al dan niet in combinatie met een verder dalende rente en breed discussie te voeren over het dilemma van het risiconiveau in relatie met de ambitie met de stakeholders van het fonds.

Crisismaatregelen: Premiestelling

De financiële crisissituatie gaf ook aanleiding de premiestelling te herzien. De premiedekkingsgraad was in de zomer tot onder de 60% gedaald. Het bestuur heeft de raad in verschillende stappen geïnformeerd over de verschillende beleidsopties die het bestuur heeft overwogen. Het bestuur gaf in september aan het belang en urgentie te zien in het aanpassen van de disconteringsvoet en het verhogen van de kostprijs van het pensioen. Desalniettemin besloot het bestuur in november de premie voor 2020 niet te verhogen, maar wel een lagere disconteringsvoet van maximaal 2,4% in te voeren met ingang van de premie van 2021. Als gevolg hiervan zal de kostprijs van de premie in 2021 fors stijgen.

De raad heeft kennisgenomen van de argumentatie van het bestuur, de belangenafweging die het bestuur heeft gemaakt en het advies van het VO. In de afweging van het bestuur de premie niet in 2020 te verhogen was een belangrijk argument sociale partners voldoende tijd te geven de ambitie van de regeling bij te stellen.

De raad heeft het bestuur vooral bevraagd op de timing. Had het proces met sociale partners niet eerder kunnen worden gestart? De raad heeft geconcludeerd dat in het bestuur voldoende diverse invalshoeken aan de orde zijn geweest en dat het bestuur een zorgvuldig proces heeft gevolgd. Over de uitkomst van het proces kan verschillend worden gedacht. Vanuit een risicoperspectief vindt de raad de eenmalig (te) lage premie in 2020 echter acceptabel. De belangrijkste argumenten hiervoor zijn de materialiteit (een hogere premie in 2020 maakt niet een groot verschil, maar is vooral een signaal) en het grotere belang van het draagvlak voor een structurele verhoging vanaf 2021.

Communicatie financiële positie

Door de verslechterde financiële positie is indexatie van pensioenen verder uit beeld geraakt en is de kans op een korting toegenomen. Het bestuur communiceert naar de mening van de raad voldoende realistisch over de kans op een korting. De raad ziet dat de ontevredenheid over het uitblijven van indexatie vooral onder ouderen toeneemt en in de publieke opinie veel aandacht krijgt. De raad ziet dat in het verleden gewekte verwachtingen de acceptatie bemoeilijken. De raad voerde met regelmaat het gesprek met het bestuur hoe richting de toekomst een realistisch beeld kan worden gegeven over het te verwachten pensioen. Woorden in publieke uitingen dienen vanuit deze invalshoek steeds zorgvuldig te worden gewogen. De raad adviseert vooral als het gaat om het nieuwe pensioenstelsel alert te blijven op het scheppen van realistische verwachtingen

4.1.3.6 Beleid Duurzaam en Verantwoord beleggen 2020+

De raad heeft met het bestuur gesproken over het Beleid Duurzaam en verantwoord beleggen 2020+. Onderwerp van gesprek waren de belangrijkste drijfveren van ABP om op deze manier invulling te geven aan het Duurzaam en Verantwoord beleggingsbeleid. Tevens heeft de raad het bestuur bevraagd op de ervaringen en leerpunten uit de afgelopen jaren en op welke wijze deze zijn verankerd in het nieuw voorgenomen beleid. Met betrekking tot het insluitingsbeleid is de raad geïnteresseerd in het inzichtelijk maken van de resultaten en het effect.

De raad heeft waardering voor de wijze waarop het bestuur stakeholders bij de totstandkoming van het beleid heeft betrokken, onder andere om tot de keuzes voor de thema’s te komen. Tevens ondersteunt de raad de toename van transparantie van resultaten en verantwoording. De raad is van mening dat het nieuwe plan voldoende ambitie heeft en ziet uit naar de concretisering van het plan. De raad adviseert het bestuur een of twee tussentijdse evaluatiemomenten in te bouwen om de doelen en/of het beleid tussentijds bij te stellen op weg naar 2025.

De raad heeft met veel interesse kennis genomen van de aandacht die het bestuur heeft besteed aan het thema belastingen en ethiek. Daarbij gaf de raad aan het belangrijk te vinden dat ABP zijn invloed als grote partij aanwendt daar waar dit vanuit een maatschappelijk oogpunt relevant en mogelijk is en passend bij de eigen identiteit. De raad steunt het bestuur in het ontwikkelen van een nieuw fiscaal integer beleid en het inbedden daarvan in het Duurzaam en Verantwoord beleggingsbeleid.

4.1.3.7 IORP II

Het fonds heeft gekozen voor een invoering van IORP II in lijn met ontwikkelingen die reeds in gang waren gezet binnen het fonds ten aanzien van de inrichting de commissiestructuur en de risicomanagement functie. Dit heeft geresulteerd in 3 sleutelfunctiehouders die tevens belangrijke functies vervullen binnen de organisatie van het bestuursbureau. De raad heeft hierover uitgebreid gesproken met zowel de betreffende sleutelfunctiehouders als het bestuur en begrijpt de argumenten op grond waarvan deze inrichting is gekozen, zoals voortzetten van de ingezette ontwikkelingen, de mogelijke ongelijkheid binnen het bestuur indien het houderschap bij bestuurders wordt belegd en het efficiënt benutten van de deskundigheden die op het bestuursbureau aanwezig zijn. Inherent aan het gekozen model is echter een risico van samenloop van verantwoordelijkheden binnen het 3 lines of defence model met operationele taken binnen een - gemandateerd - bestuursbureau. Vanuit zijn rol zal de raad de juiste werking van het aldus ingerichte 3 lines of defence model in 2020 beoordelen.

4.1.3.8 Beheersing ICT-risico's

De raad heeft in 2019 bijzondere aandacht besteed aan de wijze waarop het bestuur de risico's rondom de IT beheerst. De reden hiervoor is dat de administratieve organisatie in grote mate is geautomatiseerd, en in de toekomst naar verwachting alleen nog maar verder zal digitaliseren. Daarnaast zijn er externe ontwikkelingen, zoals toegenomen cybercriminaliteit en de sterke opkomst van nieuwe technologieën, die ervoor kunnen zorgen dat dit risico zich sneller en met een grotere impact kan manifesteren. Tegelijkertijd moet onderscheid worden gemaakt tussen risico's die voortkomen uit onvoldoende datakwaliteit en de risico's die voortkomen uit het niet toereikend functioneren van de geautomatiseerde systemen. Het bestuur is in 2019 met een aantal incidenten geconfronteerd die met name hun oorsprong vonden in onvoldoende datakwaliteit.

De raad heeft geconstateerd dat de integrale risicorapportage van de sleutelfunctionaris risicobeheer enerzijds en de kwartaalrapportage 'IT-dashboard' van de EDP-auditor van het bestuursbureau anderzijds goede handvatten geven om binnen het bestuur op strategisch en tactisch niveau de IT-risico's te monitoren en beheersen. Het bestuur blijft aandacht vragen bij APG voor een adequate IT-governance en doorvertaling daarvan naar uitvoering van het gewenste beleid.

4.1.3.9 Deelnemer centraal

Deelnemer centraal is een onderwerp dat zowel in themasessies door een bestuursdelegatie aan de raad is gepresenteerd als dat het in overlegvergaderingen en in een strategische sessie met het voltallig bestuur is besproken. De raad zag zijn visie dat deelnemer centraal veel verder reikt dan communicatie weerspiegeld in de aanpak van het bestuur. Dat wordt geïllustreerd in de omgang van het bestuur met de proactieve voorlichting over (niet opgeëiste) AOP-pensioenen en uiteindelijk ook bij de herziening van het terugvorderingsbeleid naar aanleiding van het zogenaamde SVB incident. Bij dat SVB-incident had de raad opmerkingen met betrekking tot de vraag of de SVB zelf wel voldoende werd aangesproken, bij de reactie van APG nadat het incident bekend werd alsmede bij de daaropvolgende reactie van het ABP bestuur naar de betreffende deelnemers. Aanvankelijk meende het bestuur tot maximaal 5 jaar met terugwerkende kracht te moeten terugvorderen waar deelnemers te veel pensioen ontvangen hadden. Bij de herziening van het terugvorderingsbeleid liet het bestuur zien dat ‘deelnemer centraal’ consequenties krijgt voor de inhoud van het beleid. De terugwerkende kracht van terugvorderen werd met het oog op vertrouwen en beleving van de deelnemers substantieel beperkt. De raad is ervan overtuigd dat het consequent hanteren van ‘deelnemer centraal’ bij alle beleidsbeslissingen van het ABP een fonds maakt dat er beter in zal slagen het vertrouwen van zijn deelnemers te verdienen en behouden en ziet dit daarom graag voortgezet.

4.1.3.10 Nieuw pensioencontract

Na tien jaar discussie bereikte de polder een pensioenakkoord. Dat had direct gevolg voor de AOW-leeftijd en voor mogelijkheden om eerder met werken te stoppen in zware beroepen. Alle andere onderdelen vragen nog uitwerking in een complexe overlegstructuur. Dat geldt ook voor de tweede pijlerpensioenen die binnen twee varianten van premieregelingen zullen worden uitgewerkt. Waar dat ook toe leidt, er zullen nog enige jaren en ingewikkelde transities overheen gaan voordat pensioenfondsen hun nieuwe regeling zullen hebben ingevoerd. De prijs van pensioen blijft bij lage rentestanden onverminderd hoog. Vanuit die achtergrond zal de raad net als in 2019 ook de komende jaren zijn blik gericht houden op een aantal aspecten: dat zijn de financiële positie van het fonds, adequate risicobeheersing, het proces en de betrokkenheid van de organen van het fonds en de belanghebbenden, draagvlak bij werkgevers en deelnemers, evenwichtige belangenafweging onder andere ten aanzien van herverdeling en andere transitievraagstukken alsmede communicatie.

Het ABP - bestuur en bestuursbureau -heeft zijn kennis en ervaring actief in de discussie over vernieuwing van het stelsel en de uitwerking van het pensioenakkoord ingebracht. Het ziet voor zichzelf daarin een verantwoordelijkheid vanuit algemeen belang en dat van zijn belanghebbenden. De raad onderschrijft en waardeert die opstelling. Het bestuur heeft de raad hierover steeds geïnformeerd en heeft de talrijke vragen van de raad beantwoord. De inbreng die het ABP met de andere grote fondsen in de G-5 heeft, lijkt bijzonder zinvol. Bijvoorbeeld waar het de suggesties voor de overgang van oud naar nieuw en waar het de omgang met ondergrenzen betreft (advies om dubbele noodrem te vervangen door een harde ondergrens van 90%).

De raad hecht eraan op te merken dat de stelselwijziging niet de oplossing voor alle knelpunten zal zijn. Enerzijds omdat de financiële positie er niet door verandert. Anderzijds omdat het mogelijk nog jaren duurt voordat ABP en andere fondsen een andere regeling uitvoeren. Dat leidt ertoe dat complexiteit in de regeling ook de komende jaren druk zal zetten op de uitvoering.

4.1.3.11 Code pensioenfondsen

Op basis van de rapportage die het bestuur heeft gemaakt over naleving van de Code Pensioenfondsen constateert de raad dat ABP op een paar punten slechts deels voldoet aan de code. Het betreft onder meer het ontbreken van stemrecht van de onafhankelijk voorzitter, de zelfevaluatie van het bestuur die doorloopt in 2020 en de invoering van de gedragscode voor de leden van het verantwoordingsorgaan in 2020. In het bestuursverslag is dit naar de mening van de raad voldoende toegelicht.

4.1.4 Ten slotte

De raad ziet het als zijn taak bij te dragen aan de kwaliteit en effectiviteit van de governance en de besturing van het pensioenfonds. De raad wil dan ook te allen tijde graag als gesprekspartner van het bestuur functioneren en hoopt dat het bestuur dit ook zo ervaart.

Goedkeuring jaarverslag

Het conceptrapport is op 9 april 2020 besproken met het bestuur. Op 23 april 2020 is het rapport besproken met het Verantwoordingsorgaan en heeft de raad verantwoording afgelegd over zijn werkzaamheden aan het Verantwoordingsorgaan. Op 30 april 2020 heeft de raad in een overlegvergadering met het bestuur het jaarverslag 2019 goedgekeurd en daarbij het definitieve rapport van de raad aan het bestuur overhandigd.

Wij spreken graag een woord van dank uit aan het bestuur en het verantwoordingsorgaan voor de constructieve wijze waarop de samenwerking en het overleg met beide organen heeft kunnen plaatsvinden.

 

Vooruitblik 2020

De raad is voornemens om in 2020, naast de wettelijke en statutaire toezichttaak, aan de volgende thema’s in het bijzonder aandacht te besteden:

  1. Financiële opzet
  2. Pensioenstelsel
  3. Grip op uitbesteding
  4. Professioneel bestuur
  5. Pensioenbeheer

De raad zal zijn toezichtrol invullen door afhankelijk van het onderwerp te monitoren, te klankborden of te challengen. De raad heeft een werkplan voor 2020 gemaakt waarin de werkwijze en planning nader zijn uitgewerkt.

De Raad van Toezicht

Huub Hannen, voorzitter
Kitty Roozemond
Peter de Groot
Nicolette Loonen
Anneke van der Meer

9 april 2020