Terug naar boven

1.24 Verloop van partner-/wezenpensioen naar uitkeringsklasse

in aantal personen

  2017 2016 2015 2014 2013
Mannen (€ 1.000, bruto)          
<€ 2,5 14.489 13.899 13.182 12.855 12.529
€ 2,5-<€ 5 6.104 6.029 6.008 5.821 5.622
€ 5 -< € 7,5 2.966 2.901 2.805 2.677 2.572
€ 7,5-<€ 10 1.920 1.836 1.741 1.623 1.554
€ 10-<€ 12,5 1.220 1.171 1.121 1.069 1.016
€ 12,5-<€ 15 937 912 879 839 805
€ 15-<€ 17,5 626 611 593 588 566
€ 17,5-<€ 20 409 407 411 380 372
>=€ 20 783 792 834 797 773
Totaal 29.454 28.558 27.574 26.649 25.809
Vrouwen (€ 1.000, bruto)          
<€ 2,5 33.050 32.966 32.701 33.107 33.561
€ 2,5-<€ 5 33.310 33.907 34.640 35.066 35.652
€ 5-<€ 7,5 24.638 24.755 24.945 25.123 25.328
€ 7,5-<€ 10 18.582 18.625 18.816 18.876 19.061
€ 10-<€ 12,5 15.662 15.631 15.554 15.495 15.336
€ 12,5-<€ 15 12.914 12.789 12.722 12.594 12.519
€ 15-<€ 17,5 9.835 9.739 9.642 9.486 9.290
€ 17,5-<€ 20 7.334 7.212 7.038 6.876 6.727
>=€ 20 21.351 21.155 20.932 20.417 19.746
Totaal 176.676 176.779 176.990 177.040 177.220
 

In de lagere bruto-uitkeringsklassen is het aantal deelnemers hoger. Dit is te verklaren door een tweetal oorzaken: 

  • Ouderdomspensioen wordt in de regel, in vergelijking met nabestaandenpensioen, over een langere tijd opgebouwd. Dit wordt veroorzaakt doordat nabestaandenpensioen na overlijden al wordt toegekend.
  • Nabestaandenpensioen is een vast, lager, percentage afgeleid van ouderdomspensioen. Hierdoor wordt minder nabestaandenpensioen opgebouwd dan ouderdomspensioen.