Terug naar boven

Dalende rente en koersen beïnvloeden dekkingsgraad

De actuele dekkingsgraad is in 2018 van 104,4% naar 97,1% gedaald. Deze daling is toe te schrijven aan de negatieve beleggingsrendementen in combinatie met een dalende rente.

De beleidsdekkingsgraad is gestegen van 101,5% begin 2018 naar 103,8% op 31 december 2018. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde van de actuele dekkingsgraad over 12 maanden. Doordat de dekkingsgraad zeker in de eerste helft van 2018 een gunstig verloop liet zien, resulteerde dit uiteindelijk in een stijging van 2,3%-punt.

In de grafiek worden de ontwikkeling van de dekkingsgraad en beleidsdekkingsgraad vergeleken met het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) van 104,2% en het vereist eigen vermogen (VEV) van 128,2%, vanaf eind december 2017 tot en met eind december 2018. Hierin wordt zichtbaar dat het MVEV-niveau van 104,2% ultimo 2018 net niet is gehaald. Dit betekent dat een verlaging van de pensioenen over twee jaar niet kan worden uitgesloten.

 

In onderstaande tabel laten we zien welke factoren aan de daling van de dekkingsgraad hebben bijgedragen.

Verloop dekkingsgraad

in %

  2018 2017
Dekkingsgraad einde voorafgaand verslagjaar 104,4 96,7
Premie versus opbouw -0,8 -0,8
Verandering van de rentetermijnstructuur -4,1 1,2
Rendement op de beleggingen -2,3 7,3
Rentetoevoeging aan de verplichtingen 0,3 0,2
Aanpassing grondslagen verplichtingen -0,6 -
Overige (1) 0,2 -0,2
Dekkingsgraad einde verslagjaar 97,1 104,4
 
(1) Waaronder het resultaat op uitkeringen en kanssystemen.

De volgende factoren hebben aan de daling van de dekkingsgraad bijgedragen:

  • de ontvangen premie was onvoldoende voor de in 2018 opgebouwde rechten waardoor de dekkingsgraad met 0.8%-punt is gedaald;
  • de rente is gedaald, dit zorgde ervoor dat de dekkingsgraad met 4,1%-punt daalde;
  • het beleggingsrendement was negatief en heeft de dekkingsgraad met 2,3%-punt verlaagd.

Reële dekkingsgraad

Eind 2018 bedroeg de beleidsdekkingsgraad 103,8%, terwijl de dekkingsgraad waarboven de jaarlijkse verhoging van de pensioenen volledig had kunnen worden toegekend 122,2% bedroeg. De reële dekkingsgraad kwam op 84,9% uit (103,8 / 122,2).

Ontwikkeling van de rekenrente

Om de pensioenverplichtingen te waarderen, moet ABP gebruik maken van de door DNB vastgestelde rentetermijnstructuur. Eind 2018 bedroeg deze gemiddeld 1,39% (eind 2017: 1,48%). Voor looptijden langer dan 20 jaar wordt op de marktrentecurve een correctie toegepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de rente voor lange looptijden geleidelijk naar een historisch gemiddelde toe groeit, de UFR (Ultimate Forward Rate). Deze lange rente was eind 2018 2,3% (eind 2017: 2,6%). Omdat de UFR op een langjarig gemiddelde is gebaseerd en de rente de afgelopen jaren is gedaald, zal de UFR in de toekomst verder dalen.

De UFR-methode leidt op dit moment tot een hogere rekenrente, die resulteert in lagere verplichtingen en daarmee een hogere dekkingsgraad (effect eind 2018: +2,2%-punt). Doordat de UFR daalt, zal dit effect in de toekomst kleiner worden.

Het verloop van de rekenrente staat in de onderstaande grafiek.