Terug naar boven

Onze financiële positie

De actuele dekkingsgraad daalde van 104,4% begin 2018 naar 97,1% eindejaar; met name in het vierde kwartaal was er sprake van een sterke daling. De beleidsdekkingsgraad steeg van 101,5% naar 103,8%. Dit niveau noodzaakt ons tot het indienen van een nieuw herstelplan begin 2019. Hieruit volgt dat er in 2019 geen verlaging van de pensioenen hoeft te worden doorgevoerd. Aan de andere kant is het niveau van de beleidsdekkingsgraad te laag om de pensioenen te kunnen verhogen.

3.5.1 Dalende rente en koersen beïnvloeden dekkingsgraad

De actuele dekkingsgraad is in 2018 van 104,4% naar 97,1% gedaald. Deze daling is toe te schrijven aan de negatieve beleggingsrendementen in combinatie met een dalende rente.

De beleidsdekkingsgraad is gestegen van 101,5% begin 2018 naar 103,8% op 31 december 2018. De beleidsdekkingsgraad is een gemiddelde van de actuele dekkingsgraad over 12 maanden. Doordat de dekkingsgraad zeker in de eerste helft van 2018 een gunstig verloop liet zien, resulteerde dit uiteindelijk in een stijging van 2,3%-punt.

In de grafiek worden de ontwikkeling van de dekkingsgraad en beleidsdekkingsgraad vergeleken met het niveau van het minimaal vereist eigen vermogen (MVEV) van 104,2% en het vereist eigen vermogen (VEV) van 128,2%, vanaf eind december 2017 tot en met eind december 2018. Hierin wordt zichtbaar dat het MVEV-niveau van 104,2% ultimo 2018 net niet is gehaald. Dit betekent dat een verlaging van de pensioenen over twee jaar niet kan worden uitgesloten.

 

In onderstaande tabel laten we zien welke factoren aan de daling van de dekkingsgraad hebben bijgedragen.

Verloop dekkingsgraad

in %

  2018 2017
Dekkingsgraad einde voorafgaand verslagjaar 104,4 96,7
Premie versus opbouw -0,8 -0,8
Verandering van de rentetermijnstructuur -4,1 1,2
Rendement op de beleggingen -2,3 7,3
Rentetoevoeging aan de verplichtingen 0,3 0,2
Aanpassing grondslagen verplichtingen -0,6 -
Overige (1) 0,2 -0,2
Dekkingsgraad einde verslagjaar 97,1 104,4
 
(1) Waaronder het resultaat op uitkeringen en kanssystemen.

De volgende factoren hebben aan de daling van de dekkingsgraad bijgedragen:

  • de ontvangen premie was onvoldoende voor de in 2018 opgebouwde rechten waardoor de dekkingsgraad met 0.8%-punt is gedaald;
  • de rente is gedaald, dit zorgde ervoor dat de dekkingsgraad met 4,1%-punt daalde;
  • het beleggingsrendement was negatief en heeft de dekkingsgraad met 2,3%-punt verlaagd.

Reële dekkingsgraad

Eind 2018 bedroeg de beleidsdekkingsgraad 103,8%, terwijl de dekkingsgraad waarboven de jaarlijkse verhoging van de pensioenen volledig had kunnen worden toegekend 122,2% bedroeg. De reële dekkingsgraad kwam op 84,9% uit (103,8 / 122,2).

Ontwikkeling van de rekenrente

Om de pensioenverplichtingen te waarderen, moet ABP gebruik maken van de door DNB vastgestelde rentetermijnstructuur. Eind 2018 bedroeg deze gemiddeld 1,39% (eind 2017: 1,48%). Voor looptijden langer dan 20 jaar wordt op de marktrentecurve een correctie toegepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de rente voor lange looptijden geleidelijk naar een historisch gemiddelde toe groeit, de UFR (Ultimate Forward Rate). Deze lange rente was eind 2018 2,3% (eind 2017: 2,6%). Omdat de UFR op een langjarig gemiddelde is gebaseerd en de rente de afgelopen jaren is gedaald, zal de UFR in de toekomst verder dalen.

De UFR-methode leidt op dit moment tot een hogere rekenrente, die resulteert in lagere verplichtingen en daarmee een hogere dekkingsgraad (effect eind 2018: +2,2%-punt). Doordat de UFR daalt, zal dit effect in de toekomst kleiner worden.

Het verloop van de rekenrente staat in de onderstaande grafiek.

3.5.2 Pensioenen in 2018 niet verhoogd

Voor de verhoging van pensioenen heeft het bestuur beleid vastgesteld, waarbij de wettelijke vereisten als ondergrens gelden. Vanaf een beleidsdekkingsgraad van 110% mogen we de pensioenen gedeeltelijk verhogen, bij circa 122% mogen we de gehele jaarlijkse verhoging toekennen en vanaf 128% mogen we ook met terugwerkende kracht verhogen. Dit geldt voor de opgebouwde aanspraken van de gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en actieve deelnemers, voor zowel de middelloonregeling als de overgangsregeling voor militairen. De beleidsdekkingsgraad op de peildatum in het verslagjaar (31 oktober 2018) bedroeg 104,6%. Dit betekent dat de pensioenen in 2018 niet verhoogd kunnen worden. De maximale cumulatieve indexatieachterstand is hierdoor verder toegenomen tot 15,8% eind 2018.

De kans op verhoging van de pensioenen is, gegeven de huidige financiële positie van het fonds, klein. Deelnemers moeten er rekening mee houden dat indexatie de komende jaren niet aan de orde zal zijn.

3.5.3 Geen pensioenverlaging voorzien voor 2019

Eind 2017 lag de beleidsdekkingsgraad onder het vereiste niveau van circa 128%. Daarom heeft ABP vóór 1 april 2018 een nieuw herstelplan moeten indienen. Het doel van een herstelplan is om na te gaan of de autonome herstelkracht van het fonds groot genoeg is om de beleidsdekkingsgraad binnen de hersteltermijn van tien jaar weer op het vereiste niveau te brengen. Blijkt dit niet zo te zijn, dan kan een verlaging van de pensioenen nodig zijn om het fonds binnen de tien jaar naar het vereiste niveau te laten herstellen. Volgens het in 2018 ingediende herstelplan groeit de beleidsdekkingsgraad gedurende de hersteltermijn naar een niveau vlak boven de vereiste dekkingsgraad. Op basis daarvan heeft het bestuur geoordeeld dat het niet nodig was in 2018 aanvullende maatregelen te nemen.

Eind 2018 lag de beleidsdekkingsgraad nog steeds onder het vereiste niveau, zodat voor 1 april 2019 een nieuw herstelplan moet worden ingediend. Doorrekening hiervan laat zien dat ABP over voldoende herstelkracht beschikt en dat wij ook in 2019 de pensioenen niet hoeven te verlagen. Dit betekent niet dat verlagingen in toekomstige jaren uitgesloten zijn. Blijft de beleidsdekkingsgraad tot en met eind 2020 onder het minimale vereiste niveau van 104,2% (wat op dat moment zes jaar-eindes op rij het geval is), dan zal ABP de pensioenen alsnog moeten verlagen.

3.5.4 Haalbaarheidstoets 2018 en 2019

In 2018 heeft ABP de reguliere jaarlijkse haalbaarheidstoets uitgevoerd op basis van de situatie ultimo 2017. Met deze toets gaat het bestuur na of de pensioenresultaten (zowel in het mediaan- als in het slechtweerscenario) boven de met sociale partners afgesproken ondergrenzen blijven. In de berekening is uitgegaan van de actuele dekkingsgraad ultimo 2017. De pensioenresultaten laten ten opzichte van de haalbaarheidstoets van het jaar ervoor een stijging zien. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan de hogere startdekkingsgraad. Op basis van de uitkomsten van de haalbaarheidstoets concludeert het bestuur dat het financieel beleidskader op de lange termijn aan de minimale eisen ten aanzien van het pensioenresultaat voldoet. Vóór 1 juli 2019 zal ABP opnieuw een haalbaarheidstoets uitvoeren, met de financiële positie ultimo 2018 als vertrekpunt.