Terug naar boven

Verslag van de Raad van Toezicht

4.1.1

INLEIDING

De raad uitte verleden jaar onder meer het voornemen te focussen op de strategie van het fonds op middellange en lange termijn, integraal risicomanagement (inclusief balans- en beleggingsrisico), complexiteitsbeheersing, governance en bestuurseffectiviteit, evaluatie duurzaam en verantwoord beleggen en deelnemer centraal. Al deze zaken zijn binnen het bestuur aan de orde geweest. De algemene conclusie van de raad is dat het fonds goed wordt bestuurd en dat het bestuur in control is. 

Op 18 april 2019 is het Rapport besproken met het Verantwoordingsorgaan en heeft de raad verantwoording afgelegd over zijn werkzaamheden aan het Verantwoordingsorgaan.

De raad spreekt graag een woord van dank uit aan het Bestuur en het Verantwoordingsorgaan voor de constructieve wijze waarop de samenwerking en het overleg met beide organen hebben kunnen plaatsvinden.

De raad heeft de bevindingen en aanbevelingen zoals gebruikelijk ingedeeld in een aantal aandachtsgebieden. In de nieuwe Code Pensioenfondsen wordt het intern toezicht verzocht bij voorkeur aan de hand van acht thema’s van de Code te rapporteren in het jaarverslag. De raad heeft er evenwel voor gekozen de eigen opzet te handhaven, omdat deze opzet naar de mening van de raad aansluit bij de informatiebehoeften van de belangrijkste belanghebbenden.

GOEDKEURINGSACTIVITEITEN EN BEVINDINGEN EN AANBEVELINGEN

 

Overzicht van goedkeuringsactiviteiten

Vacatures bestuur, geschiktheidsbeleid en competentieprofielen bestuur

De raad vervult een belangrijke rol ten aanzien van de goedkeuring van het geschiktheidsbeleid en de competentieprofielen voor kandidaat bestuurders.

In het verslagjaar heeft de raad het geschiktheidsbeleid en de basiscompetentieprofielen goedgekeurd. De raad heeft het bestuur nadrukkelijk gevraagd te kijken naar het strategisch beleid van het fonds en het gewenste verandervermogen met het oog op toekomstige ontwikkelingen. Ook heeft de raad er meermalen op aangedrongen om te mogen beschikken over de collectieve competentiematrix van het bestuur. De raad wil deze kunnen betrekken bij de goedkeuring van de profielen en de toets of een kandidaat-bestuurder voldoet aan het profiel. Deze collectieve competentiematrix zal ter beschikking worden gesteld. De raad beschikt daarmee over een goed aanvullend instrument om de noodzakelijke competenties voor het collectief te kunnen beoordelen. In het verslagjaar heeft de raad een viertal profielen goedgekeurd en twee kandidaat-bestuursleden getoetst aan de door de raad goedgekeurde profielen. Ook heeft de raad met genoegen de voordracht voor herbenoeming van de voorzitter goedgekeurd.

De raad hecht er wel aan op te merken dat verzoeken tot goedkeuring van kandidaat-bestuursleden volledig transparant dienen plaats te vinden. De raad bedoelt dat, als er sprake van is dat het beoogd bestuurslid in een andere bestuurlijke setting samenwerkt, toezicht houdt of onder toezicht staat van een ander bestuurslid dit wordt vermeld en dat wordt aangegeven hoe het bestuur tot de conclusie komt dat dit een benoeming niet in de weg staat. 

Goedkeuring jaarverslag

Op 25 april 2019 heeft de raad in een overlegvergadering met het bestuur het jaarverslag 2018 besproken en goedgekeurd

Overzicht van bevindingen en aanbevelingen

 
Algemeen beleid

De raad constateert dat het bestuur in het verslagjaar voortvarend te werk is gegaan met betrekking tot de totstandkoming van het driejaarlijks strategisch plan 2019 – 2021. In de totstandkoming van dit strategisch plan is er contact geweest met de relevante stakeholders. Zowel met de raad als met het Verantwoordingsorgaan is in de vorm van een dialoog aandacht geweest voor de meerjarige strategie van het fonds. Ook constateert de raad naar volle tevredenheid dat de uitvoeringsorganisatie APG hierbij betrokken is.

Naast het voeren van de dialoog heeft de raad het proces gemonitord en de mate van ambitie in het strategisch plan besproken. De raad is van mening dat er sprake is van een helder, goed leesbaar en compact strategisch plan. Ook constateert de raad dat er een goede doorvertaling is gemaakt naar het strategisch meerjarenbeleidsplan communicatie.

Naast het zijn van gesprekspartner heeft de raad de vrijheid genomen om input te leveren en een oordeel te geven over de uitkomst van het proces (met inachtneming van de bestuurlijke verantwoordelijkheid).

Naast het strategisch meerjarenplan is in het verslagjaar ook het strategisch meerjarenbeleidsplan communicatie 2019 – 2021 ontwikkeld. De raad onderschrijft de voorgestelde ontwikkeling naar een deelnemersgericht pensioenfonds als een van de belangrijke strategische pijlers. De raad heeft met het bestuur gesproken om ‘deelnemer centraal’ breder in te vullen dan deelnemersbeleving en communicatie. Intussen heeft de raad op dit punt een gedeeld beeld met het bestuur, namelijk dat ‘deelnemer centraal’ ook een belangrijke rol speelt in de beleidsvorming.

Tot slot constateert de raad dat ook het bestuur in 2018 zijn bijdrage heeft geleverd aan de discussie rondom een nieuw pensioenstelsel.

Aanbeveling:
De raad adviseert het bestuur zichtbaar te maken dat in de beleidsvorming ‘deelnemer centraal’ in de afwegingen een expliciete rol heeft.

Complexiteitsreductie
Evaluatie vereenvoudiging middelloonregeling

De raad voorzag dat complexiteit ook in dit kalenderjaar een zwaartepunt voor het intern toezicht zou worden en nam het daarom op als thema in zijn toezichtsagenda. Op instigatie van de raad was het een vast agendapunt op alle agenda’s van het overleg met het bestuur.

In 2017 adviseerde de raad om de wijze waarop de middelloonregeling in dat jaar was vereenvoudigd te evalueren. Het bestuur liet begin 2018 een evaluatie uitvoeren waarvoor zowel interne deelnemers (waaronder de leden van de raad van toezicht) als externe deelnemers werden uitgenodigd. Hoewel de raad het jammer vond dat de respons van externen veel lager was dan die van internen, was hij zeer positief over de lessen die uit de evaluatie werden getrokken en de acties waartoe deze bij voortzetting van de complexiteitsreductie zouden moeten leiden (voorafgaand gesprek aangaan met sociale partners, ondersteuning sociale partners, voor implementatie van veranderingen rekening houden met communicatietermijnen, communicatie vanuit perspectief deelnemer, risicoanalyse bij behandelen kritische onderdelen van de regeling).

De raad heeft met het bestuur overlegd over de problemen die ontstonden rondom de afschaffing van de Anw-compensatie. Juist deze problemen onderstrepen het belang van de lessen over tijdige en vanuit het perspectief van de deelnemer opgezette communicatie. Ook vindt de raad het van belang dat, hoe relatief klein het aantal deelnemers misschien ook is dat de consequenties van een verandering ervaart, altijd het belang van die verandering voor de deelnemer goed wordt gewogen. Bij assessment van het (communicatie)risico moet daar rekening mee worden gehouden.

Met het bestuur betreurde de raad de problemen die voor deelnemers als gevolg van het vervallen van de Anw-compensatie ontstonden. De raad was voorts van mening dat het bestuur bij het bekend worden van die problemen adequaat heeft gereageerd.

De raad zal volgende stappen om de complexiteit te verminderen bij andere elementen uit de zogenaamde bijlage K met dezelfde intensiteit blijven volgen.

Pensioenregeling Militairen

In het kader van complexiteitsreductie volgde de raad het hele jaar de ontwikkelingen rondom de Pensioenregeling Militairen. Met het bestuur kijkt de raad terug op een enerverend jaar.

Gedurende het jaar heeft de raad enkele keren uitgebreid overleg gehad met het bestuur. De raad heeft zijn visie gegeven. De raad is van mening dat het bestuur de integere en beheerste bedrijfsvoering moet garanderen en tegelijk de (wettelijke) bevoegdheidsverdeling tussen sociale partners en pensioenfonds in acht moet nemen. Tussen beide is spanning ontstaan toen overeenstemming tussen sociale partners over een structurele regeling met ingang van 2019 uitbleef. De raad heeft zich ervan vergewist dat het bestuur voldoende scenario’s heeft onderzocht om met deze gecompliceerde situatie om te gaan.De raad vindt dat het bestuur geen andere keuze heeft dan te zorgen dat het zijn wettelijke verantwoordelijkheid kan dragen voor een goede uitvoering van alle aan ABP opgedragen regelingen. Het bestuur heeft aannemelijk gemaakt dat dit niet kan door de tijdelijke regeling voor militairen (met backservice) voort te zetten in 2019. Alles overziende is de raad van mening dat het bestuur met de gekozen oplossing voor een basisregeling voor militairen in 2019 die na afspraken tussen sociale partners kan worden aangevuld, de beste balans heeft gevonden tussen enerzijds de rol en verantwoordelijkheid van ABP in het garanderen van een beheerste en integere bedrijfsvoering en anderzijds het respecteren van de bevoegdheids- en rolverdeling tussen sociale partners als ‘eigenaar’ van de regeling.

Aanbeveling:
De raad volgt de ontwikkelingen ten aanzien van de Defensieregeling in 2019 vanuit zijn rol met grote betrokkenheid. De raad zal het bestuur zo nodig blijven challengen, met raad terzijde staan en zijn controlerol vooral richten op de waarborg van een integere en beheerste bedrijfsvoering in het belang van alle deelnemers. Wat betreft complexiteitsreductie in den brede betreft adviseert de raad ook de complexiteitsreductie van de middelloonregeling verder door te voeren en daarbij de lessons learned over 2017 voor zover mogelijk consequent toe te passen.

Governance
Evaluatie bestuurlijk model

In het verslagjaar heeft het bestuur onderzoek gedaan of het huidige bestuursmodel (het paritair model), inclusief de organisatie en werkprocessen van het bestuur, bestuursbureau en de mandatering, nog voldoet. Met name is onderzocht of het omgekeerd gemengd model een oplossing zou zijn voor de ervaren knelpunten in het huidige model. In het verslagjaar is dit onderwerp met regelmaat besproken met de raad. Op basis van de uitgevoerde evaluatie en analyse is besloten om vast te houden aan het huidige paritair model. De raad onderschrijft de mening van het bestuur dat mogelijke verbeterpunten niet beter oplosbaar zijn in het omgekeerd gemengd model en dat het huidige paritaire model ruimte biedt om onderkende verbeterpunten verder door te ontwikkelen. De raad zal de door het bestuur onderkende actiepunten op dit vlak verder blijven volgen.

Financiële opzet

De raad heeft met het bestuur gesproken over de financiële opzet naar aanleiding van de Asset Liability Management (ALM)-studie, in de vergadering tussen raad en bestuur en later in een gesprek met een delegatie van bestuur en de raad. Tevens heeft de raad kennis genomen van de dossiers van de behandeling van het onderwerp.

Het bestuur heeft de ALM-studie voor het vaststellen van de risicobereidheid van het fonds uitgevoerd vanuit de bestaande risicohouding. Ten opzichte van eerdere studies is wel meer aandacht besteed aan onzekerheid met verschillende ‘werelden’. Het bestuur heeft het beleid binnen de vaststaande risicohouding en de bestaande risicomaatstaven gefinetuned, waarbij aandacht is gegeven aan kortetermijnschokken, zoals een grote daling van aandelen en/of een verdere rentedaling. De schokscenario’s zijn beperkt uitgewerkt naar consequenties en hebben niet geleid tot aanpassing van het beleid.

De raad vindt dat binnen het uitgangspunt van een ongewijzigde risicohouding sprake is geweest van een helder proces en constateert dat binnen het bestuur discussie is gevoerd over het risiconiveau en de mate van renteafdekking.

Het handhaven echter van het risiconiveau en de risicomaatstaven zonder adequate buffers kan bij een financiële crisis tot een forse korting leiden, een risico dat bij de deelnemers ligt. De raad moedigt verdere discussie op dit punt aan, waarbij onder meer de vraag aan de orde zou moeten komen of er voldoende expliciete aandacht is voor het draagvlak van dit risico bij de deelnemers. De raad is zich ervan bewust dat die vraag niet makkelijk te beantwoorden is, maar vindt het wel belangrijk die discussie te voeren. Als er een te grote kloof aanwezig is tussen de realiteit en het verwachtingspatroon van de deelnemers, dan vormt dit een risico voor het draagvlak en het vertrouwen in het fonds.

Aanbeveling:
De raad beveelt aan met de organen van het fonds het risico transparant te maken en het draagvlak voor het risico nader te onderzoeken.

Evenwichtige belangenafweging

Evenwichtige belangenafweging is altijd aan de orde bij het premiebeleid en de vaststelling van de premie. Twee jaar geleden is een meerjarenpremiebeleid vastgesteld. Toen heeft de raad daar intensief met het bestuur over gesproken. Na zich daarin verdiept te hebben vond de raad dat er evenwichtige afweging van belangen had plaatsgevonden bij het meerjarenpremiebeleid.De raad legde er de nadruk op dat het premiebeleid in zijn ogen alleen verantwoord en evenwichtig was als het daadwerkelijk de hele planperiode zou worden gehandhaafd en dus uitgevoerd. De raad stelde in 2017 en ook weer in 2018 vast dat het bestuur het meerjarenpremiebeleid consistent uitvoert en heeft dan ook geen kanttekeningen bij dit onderdeel.

Risicomanagement

In 2018 heeft het bestuur verder gebouwd aan versteviging van het risicomanagement. Vooral de uitbreiding van het bestuursbureau met kennis van ICT-beheersing acht de raad een positieve ontwikkeling. Waarneembaar is dat bestuursstukken een steviger risicoparagraaf kennen. Wel vraagt de raad aandacht voor het intact blijven van eerstelijns risicomanagement; het tweedelijns risicomanagement kan en mag hier geen vervanging voor zijn. Het samenspel tussen eerste en tweede lijn borgt dat de risico inschatting en de gekozen beheersing objectief blijven en de schijn van doelredenering wordt voorkomen.

Het bestuur heeft ervoor gekozen het beleid ten aanzien van het risicomanagement voor te laten bereiden door de Balans & Risicocommissie, en de monitoring en evaluatie ervan door de Audit Commissie.

Het bestuur heeft in 2018 voorbereidingen getroffen voor de implementatie van IORP II. Hoewel deze regelgeving op meer beleidsterreinen impact heeft, lag de focus vooral op het risicomanagement en de sleutelfunctionarissen. De raad heeft met het bestuur gesproken over de afwegingen en dilemma’s die hierbij speelden. De raad is van mening dat in opzet en bestaan het bestuur voldoet aan de vereisten van IORP II. De effectieve werking ervan heeft de raad opgenomen op zijn toezichtsagenda voor 2019.

Uitbesteding

Het uitbestedingsbeleid rondom Vermogensbeheer is in het verslagjaar ongewijzigd gebleven. De raad heeft zich derhalve beperkt tot het monitoren ervan. Ten aanzien van het uitbestedingsbeleid van Rechtenbeheer is in het verslagjaar een verdere professionalisering doorgevoerd. Dit heeft geleid tot een duidelijker mandatering binnen het bestuur en tussen het bestuur en het bestuursbureau. De raad heeft geconstateerd dat hierdoor eventuele knelpunten eerder kunnen worden gesignaleerd, waardoor besluitvorming wordt verbeterd.

De raad werd geïnformeerd dat in één geval de uitvoeringsorganisatie geen passende uitvoering had gegeven aan een door het bestuur genomen besluit. Het bestuur is hierover op adequate wijze in overleg getreden met de uitvoeringsorganisatie om verbetermogelijkheden te identificeren en implementeren.

Beleggingsbeleid en vermogensbeheer

De raad heeft met het bestuur gesproken over het STIP, het strategisch beleggingsplan dat driejaarlijks wordt geactualiseerd. In het STIP is de koers op een aantal beleggingscategorieën gewijzigd, onder andere met betrekking tot hedgefondsen en inflatie-gerelateerde obligaties. Aan een aantal van de wijzigingsvoorstellen is een lange tijd van voorbereiding en discussie voorafgegaan. De raad heeft geconstateerd dat de keuzes in het STIP goed zijn onderbouwd, dat een zorgvuldig proces is gevolgd en dat de risico-opinies zijn meegewogen in de besluitvorming. Ook het verantwoordingsorgaan is geconsulteerd over het STIP. De raad waardeert de transparantie in de gemaakte afwegingen en de onafhankelijke risico-opinies van de wijzigingsvoorstellen. Hiermee wordt de kwaliteit van het beleggingsproces zichtbaar en/of beter aantoonbaar. Het meerjaren beleggingsbeleid dat is beschreven in het STIP past binnen de vastgestelde risicohouding van het fonds. De raad heeft kennisgenomen van de eindrapportage van de validatie vermogensbeheeronderzoek van DNB en volgt de opvolging van de aanbevelingen die uit dit onderzoek voortkomen. Naar de mening van de raad geeft het bestuur goede aandacht aan de opvolging.

De raad ziet dat de nieuw ingerichte fiduciaire functie bij APG-gestalte krijgt en tot een nieuwe werkwijze leidt in de samenwerking met ABP die nog moet uitkristalliseren. De beleggingscommissie heeft hier goede aandacht voor.

Het complexe traject rond het wijzigen van contracten en omzetten van derivatenposities van het Treasury Center naar eigen posities is naar de mening van de raad zorgvuldig verlopen.

Vanuit de externe omgeving gedreven maakt verantwoord beleggen een metamorfose door. Maatschappelijke opvattingen, wetgeving en samenwerkingsverbanden komen in een stroomversnelling. De raad heeft waardering voor de wijze waarop ABP in dit domein invulling geeft aan zijn voortrekkersrol.

De raad heeft in zijn eigen vergadering een bestuurslid uitgenodigd om de resultaten van de evaluatie van verantwoord beleggen door het bestuur toe te lichten en te bespreken. Dit leidde voor de raad tot de conclusie dat goede voortgang is geboekt. De doelen liggen op schema en gedurende de reis stelt het bestuur de aanpak bij op basis van de ervaringen. De resultaten sorteren nog weinig direct effect op de waardering van deelnemers. Het bestuur laat zich niet afschrikken door incidentele negatieve publiciteit die inherent is aan de ambitie en blijft investeren in het goed uitleggen. De raad moedigt een lange adem op dit punt aan.

De raad observeert dat in het verslagjaar negatieve bijdragen uit actief beheer zich voordoen juist als ook de marktbeweging negatief is. Uit risico-oogpunt is het wenselijk na te gaan of dit een patroon is.

Aanbeveling:
De raad vraagt aandacht te besteden aan de evaluatie van het actief beheer vanuit een risicoperspectief. Onder andere met het oog op een mogelijke samenloop van negatieve bijdragen uit actief beheer met negatieve marktrendementen.

De raad adviseert over enige tijd een grondige evaluatie te houden van de werking van de fiduciaire functie en tijdig na te denken over criteria waaraan wordt getoetst.

Communicatie

Het bestuur kent sinds 2017 geen bestuurlijke commissie voor Communicatiebeleid. Vooral in de bestuurlijke commissies Pensioenbeleid en Beleggingsbeleid is het aspect communicatie integraal onderdeel van de besluitvorming geworden. De raad stelt vast dat bij besluitvorming over belangrijke onderwerpen de communicatie inderdaad onderdeel van de beraadslagingen voorafgaand aan besluitvorming is geworden. Eerder merkte de raad op dat het beter kan werken communicatie in inhoudelijke besluitvorming te integreren en niet eerst een beleidsstandpunt vast te leggen om daarna nog eens te kijken hoe dat gecommuniceerd kan worden. De raad meet zich geen oordeel aan of dit nu al tot betere communicatie heeft geleid.

Zoals onder Algemeen Beleid opgemerkt heeft de evaluatie van de complexiteitsreductie in 2017 een aantal behartenswaardige conclusies en aanbevelingen opgeleverd, waaronder over tijdige en goed vanuit de deelnemer doorleefde communicatie. Die heeft de raad zeer positief beoordeeld; de raad wil vanuit zijn toezichtsrol toepassing daarvan ondersteunen.

Aanbeveling:
De raad beveelt het bestuur aan om na te gaan of de integratie van bestuurlijk beleid ten aanzien van communicatie in de commissies Pensioenbeleid en Beleggingsbeleid heeft gebracht wat het bestuur daarmee beoogde.

De raad beveelt het bestuur aan strak vast te houden aan de lessons learned van de evaluatie complexiteitsreductie over 2017. Waar er afhankelijkheid is van derden om daaraan te voldoen (bijvoorbeeld termijnen in afwachting van overeenstemming tussen sociale partners) vindt de raad dat die partijen daar nadrukkelijk op gewezen moeten worden.

Code Pensioenfondsen

De raad heeft met betrekking tot ieder thema van de Code Pensioenfondsen beoordeeld of en in hoeverre het bestuur voldeed aan de normen behorende bij het thema. De raad heeft kunnen vaststellen dat het bestuur voldoet aan de normen zoals opgenomen in de Code Pensioenfondsen.

Opvolging aanbevelingen rapport 2017

In het rapport over 2017 heeft de raad enkele concrete aanbevelingen gedaan aan het bestuur. Deze aanbevelingen zijn besproken tijdens de gezamenlijke vergaderingen van de raad met het bestuur. Ten aanzien van de aanbevelingen voelt de raad zich voldoende gehoord door het bestuur. De raad constateert dat het bestuur zijn aanbevelingen zorgvuldig weegt in zijn besluitvorming.

Vooruitblik 2019


De raad ziet het als zijn taak bij te dragen aan de kwaliteit en effectiviteit van de governance en de besturing van het pensioenfonds. De raad wil dan ook te allen tijde graag als gesprekspartner van het bestuur functioneren en hoopt dat het bestuur dit ook zo ervaart.

De raad is voornemens in 2019, naast de wettelijke en statutaire toezichttaak, aan de volgende thema’s in het bijzonder aandacht besteden:

  1. Beheersing IT-risico’s.
  2. IORP II. In 2018 is IORP II geïmplementeerd. De raad zal in 2019 aandacht geven aan de juiste werking van deze opzet binnen de gekozen governance.
  3. Risicobereidheid van het bestuur.
  4. Strategische risico’s.
  5. Geschiktheidsbeleid.
  6. Nieuw Pensioencontract.
  7. Pensioenregeling en complexiteitsreductie en governance die daarmee samenhangt.
  8. Deelnemer centraal.

De raad zal zijn toezichtrol invullen door afhankelijk van het onderwerp te monitoren, te klankborden of te challengen. De raad heeft een werkplan voor 2019 gemaakt, waarin de werkwijze en planning nader zijn uitgewerkt.

De Raad van Toezicht

Huub Hannen, voorzitter
Kitty Roozemond
Peter de Groot
Nicolette Loonen
Anneke van der Meer

 

Amsterdam, 25 april 2019