Terug naar boven

Bouwen aan goed pensioen voor 3 miljoen deelnemers

In 2018 heeft ABP zich ingezet om te bouwen aan een goed pensioen voor onze 3 miljoen deelnemers. Niet alleen voor hun pensioenuitkering in de toekomst, maar ook uitlegbaar en uitvoerbaar nu. Hoog op de agenda stonden de afwikkeling van het Anw-dossier en de vereenvoudiging van de middelloonregeling en de regeling voor militairen.

3.6.1 Ontwikkelingen vereenvoudiging pensioenregeling

Aanpassing middelloonregeling blijft op agenda

ABP ondersteunt de sociale partners al langere tijd met kennis en inzichten bij de vereenvoudiging van de pensioenregeling, omwille van de uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid, nu en in de toekomst. Op 1 januari 2018 is de middelloonregeling op een aantal onderdelen vereenvoudigd:

  • partnerpensioen (compensatie loonheffing, bijstelling bij hertrouwen);
  • Anw-compensatie (zie kader);
  • arbeidsongeschiktheidspensioen;
  • pensioenopbouw tijdens werkloosheid.

Deze wijzigingen maken het mogelijk om het pensioen voor deelnemers begrijpelijker en gemakkelijker te maken, omdat er minder uitleg nodig is. Ook is de uitvoering van een aantal onderdelen sterk vereenvoudigd. Zo krijgen we de informatie voor zowel het arbeidsongeschiktheidspensioen als de pensioenopbouw tijdens werkloosheid nu volledig geautomatiseerd aangeleverd. We zijn minder afhankelijk geworden van externe partijen zoals het UWV, en de deelnemer hoeft minder informatie zelf aan te leveren.

 

In 2018 zijn we verder gegaan met het onderzoeken waar de regeling nog verder vereenvoudigd kan worden. Hierbij kijken we ook naar vereenvoudiging van processen en systemen. In 2019 gaan we hiermee verder, in overleg met de sociale partners.

Met ingang van 1 januari 2019 is er nog een vereenvoudiging bij gekomen. Bij pensioen opgebouwd tussen 2015 en 2018 golden andere regels voor partnerpensioen bij overlijden vóór en vanaf 65 jaar en bij overlijden vóór en vanaf 67 jaar. Dat is met ingang van 2019 teruggebracht naar één leeftijdgrens, die van 65 jaar (dit was ook de enige grens die vóór 2015 werd gehanteerd). Dit is begrijpelijker voor deelnemers en vergt minder communicatie-inspanning van ABP.

ABP erkent fouten bij afschaffing Anw-compensatie
Als onderdeel van de vereenvoudiging van de pensioenregeling – die nodig is om de regeling uitvoerbaar en uitlegbaar te houden – is in 2017 door de sociale partners onder meer besloten de Anw-compensatie te laten vervallen. Deze wijziging is in 2017 aangekondigd. In de communicatie hierover heeft ABP fouten gemaakt. We hadden deelnemers eerder moeten informeren dat de Anw-compensatie zou wegvallen. Toen bovendien duidelijk werd dat de sociale partners geen collectieve oplossing zouden aanreiken, groeide de onrust onder deelnemers en werkgevers. Uiteindelijk is het vervallen van de Anw-compensatie uitgesteld tot 1 mei 2018; ook hebben we op verzoek van de sociale partners een ruimhartige coulanceregeling ingericht voor deelnemers die elders niet of niet goed te verzekeren zijn. Eind 2018 hadden zo'n 3.600 deelnemers een aanvraag hiervoor ingediend. Dit dossier hebben we in het verslagjaar geëvalueerd; we houden de vinger aan de pols bij de verdere afwikkeling. Het heeft de nodige tijd en aandacht gevraagd, ook van het bestuur (zie ook het hoofdstuk In contact met onze stakeholders).
Toegankelijker Pensioenreglement
Het Pensioenreglement is toegankelijker gemaakt. Deze vereenvoudiging aan de bron draagt ook bij aan de uitlegbaarheid van de pensioenregeling. Meer hierover op pagina 56.

3.6.2 Stand van zaken pensioenregeling militairen

De verdere vereenvoudiging van de pensioenregeling is ook noodzakelijk voor de uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid van de pensioenregeling voor militairen – 5% van ons totale deelnemersbestand. ABP heeft sociale partners in 2018 intensief ondersteund bij de onderhandelingen, heeft geadviseerd en heeft zich ingezet om partijen bij elkaar te brengen om tot een oplossing te komen. De onderhandelingen hebben op 20 augustus 2018 geresulteerd in een onderhandelingsresultaat.

 

Bij de achterbanraadpleging bleek hiervoor echter onvoldoende draagvlak te zijn. Het resultaat is verworpen, waardoor er geen nieuwe pensioenregeling tot stand is gekomen.

ABP heeft in 2018 een overgangsregeling uitgevoerd voor het Defensie-personeel. Deze overgangsregeling had een eindloonkarakter. ABP heeft bij herhaling duidelijk gemaakt dat deze overgangsregeling alleen in 2018 uitvoerbaar was. Daarom hebben we in november 2018 het besluit moeten nemen om een tijdelijke basisregeling uit te voeren tot het moment waarop sociale partners overeenstemming bereiken over een nieuwe structurele pensioenregeling voor de militairen, die ABP vervolgens, binnen de mogelijkheden, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2019 zal invoeren. De vakbonden hebben zich tegen dit besluit van ABP gekeerd en hebben een gerechtelijke procedure tegen ABP aangespannen. De rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat ABP zich dient te onthouden van mededelingen waardoor de schijn wordt gewekt, bij de aan ABP deelnemende militairen en het publiek, dat de pensioenregeling voor militairen geen eindloonregeling is. Het is, aldus de rechter, aan sociale partners om te bepalen of de pensioenregeling 2019 een middelloonregeling of een eindloonregeling zal zijn. Het vonnis van de rechtbank vormt een beletsel voor ABP om de deelnemers goed te informeren over hun pensioenregeling. ABP heeft onder andere om die reden hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank. Wij proberen in gesprek te blijven met sociale partners, in de hoop dat zij snel komen tot een beter uitvoerbare pensioenregeling voor militairen.

3.6.3 Ontwikkelingen premie en premiedekkingsgraad

Premiebeleid voortgezet

Het premiebeleid dat in 2016 is vastgesteld, is in 2018 voortgezet. Uitgangspunt voor het premiebeleid is een basispremie op basis van een reëel rendement van 2,8%. Omdat daarmee sprake zou zijn geweest van een forse premiestijging in 2017, heeft het bestuur besloten om de premiestijging te spreiden over meerdere jaren. In 2018 is de tweede stap in de fasering van de premiestijging gezet.

In onderstaande tabel zijn de componenten van de feitelijke, gedempte kostendekkende en ongedempte kostendekkende premie over 2018 voor de middelloonregeling opgenomen. De aansluiting naar de premiebaten voor het boekjaar wordt inzichtelijk gemaakt in de toelichting op de premiebijdragen (netto) in de enkelvoudige jaarrekening.

Samenstelling premiebijdragen (in € mln): Feitelijk Gedempt kostendekkend Ongedempt kostendekkend
       
a. premiedeel voor onvoorwaardelijke verplichtingen 4.537 4.537 11.362
b. premiedeel opslag voor kosten pensioenbeheer 110 110 110
c. premiedeel solvabiliteitsopslag 1.280 1.280 3.204
d. premiedeel voor voorwaardelijke (indexatie-) verplichtingen 1.209 1.209 -
e. premiedeel op- of afslagen op de gedempte kostendekkende premie 1.798 - -
Totaal premiebijdragen 8.934 7.136 14.676
Totaal premiebijdragen 2017 8.218 7.049 15.035
 

In 2019 wordt het premiebeleid verder voortgezet, en volgt de laatste stap in de fasering van de premieverhoging. De premieopslag is verhoogd naar 2,0%-punt. De premie voor 2019 is vastgesteld op 24,9% (middelloonregeling). In deze premie is ook al rekening gehouden met de nieuwe actuariële grondslagen: het Grondslagenonderzoek 2014-2016, en de Sterfteprognose 2018 van het Actuarieel Genootschap (AG). De actuariële grondslagen worden hierna toegelicht. De nieuwe actuariële grondslagen leiden tot een premiestijging van in totaal ongeveer 0,1 %-punt. De uitsplitsing van de premie voor de middelloonregeling voor 2019 (en 2018) is in de volgende tabel opgenomen.

Premies

in % van de bijdragegrondslag (pensioengevend salaris na aftrek franchise)

  2019 2018
     
Premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen 22,9 21,9
Premieopslag op de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen 2,0 1,0
Premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen inclusief opslagen 24,9 22,9
- voor rekening van werkgevers 17,4 16,0
- voor rekening van werknemers 7,5 6,9
     
Premie voor Anw-compensatie - -
- voor rekening van werkgevers - -
- voor rekening van werknemers - -
     
Sectorale premie voor arbeidsongeschiktheidspensioen (gemiddeld) (1) 0,5 0,5
- gemiddeld voor rekening van werkgevers 0,3 0,3
- gemiddeld voor rekening van werknemers 0,1 0,2
     
- Subtotaal uitgedrukt in premiegrondslag (gemiddeld) 25,4 23,4
- Subtotaal uitgedrukt in salaris (gemiddeld) 19,0 17,6
Premie voor inkoop van voorwaardelijk ouderdoms- en nabestaandenpensioen 2,6 2,6
     
- voor rekening van werkgevers 2,6 2,6
- voor rekening van werknemers - -
     
- Totaal uitgedrukt in salaris (gemiddeld) 21,6 20,2
     
De franchises voor de betreffende jaren bedragen (in €):    
voor collectieve en individuele regelingen 13.800 13.350
voor sectorspecifieke regelingen 20.100 19.450
 
(1) De AOP-premie is voor dit overzicht omgerekend van de AOP-franchise naar de OP/NP-franchise.

 

Premiedekkingsgraad

In 2018 kwam de premiedekkingsgraad uit op 78%. De premiedekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen de premie die in een jaar wordt betaald en de waarde van de pensioenopbouw in dat jaar, die leidt tot een toename van de voorziening pensioenverplichtingen. De pensioenopbouw wordt gewaardeerd op basis van de rentetermijnstructuur zoals voorgeschreven door DNB. De premie die wordt afgedragen, is gebaseerd op een reëel rendement van 2,8%. De premiestijging heeft ook geleid tot een stijging van de premiedekkingsgraad van 69% in 2017 naar 78% in 2018.

3.6.4 Actuariële grondslagen

De actuariële grondslagen zijn in 2018 aangepast op basis van actuele cijfers. Bij de bepaling van de premie en de voor­ziening pensioenverplichtingen houdt ABP rekening met de voorziene ontwikkeling van de levensverwachting. Wij gebruiken hiervoor de tweejaarlijkse sterfte­prognoses van het AG als basis. In 2018 heeft het AG een nieuwe sterfteprognose gepubliceerd. Hieruit volgt dat de stijging van de levensverwachting van de gemiddelde Nederlander in de toekomst iets is afgenomen.

Daarnaast baseert ABP zich op specifieke sterftecijfers van de ABP-deelnemers, afkomstig uit de eigen pensioenadministratie. Deze sterftecijfers zijn onderdeel van een driejaarlijks grondslagenonderzoek. In 2018 is een nieuw grondslagenonderzoek uitgevoerd. Dit had betrekking op de waarnemingsjaren 2014 tot en met 2016.

Terwijl de levensverwachting van de gemiddelde Nederlander minder toeneemt, blijft de levensverwachting van ABP-deel­nemers vrijwel ongewijzigd. Zij leefden volgens de oude sterftekansen ook al langer dan de gemiddelde Nederlander. Dit verschil is in 2018 iets groter geworden. Volgens de AG-sterfteprognose 2018 is de levens­verwachting van een 66-jarige Nederlandse man (66 op 1 januari 2019) 85,4 jaar. Voor een mannelijke ABP-deel­nemer is dit 87,2 jaar. Voor Nederlandse vrouwen is het volgens de AG-prognose 88,2 jaar, versus 89,3 voor een vrouwelijke ABP-deelnemer. Het deelnemersbestand van ABP is geen afspiegeling van de gemiddelde Nederlanders. De meeste ABP-deelnemers hebben een hoger inkomen dan gemiddeld in Nederland; mensen met een hoger inkomen leven vaak gezonder waardoor ze gemiddeld ouder worden.

 

Naast de levensverwachting is in het grondslagenonderzoek gekeken naar bijvoorbeeld burgerlijke staat bij overlijden, uitvoeringskosten en de pensioneringsleeftijd. De gewijzigde actuariële grondslagen leiden per saldo tot een stijging van de voorziening pensioenverplichtingen van ongeveer € 0,6 miljard.

De volgende tabel toont de ontwikkeling van de levensverwachting van ABP-deelnemers die eind 2018 66 jaar oud zijn. Voor 2016 en 2017 is gebruik gemaakt van de AG-sterfteprognose uit 2016 en het ABP-grondslagenonderzoek 2011-2013. Voor 2018 gebruiken we de nieuwe grondslagen: de AG-sterfteprognose uit 2018 en het ABP-grondslagenonderzoek 2014-2016. Uit de tabel blijkt dat de levensverwachting voor een 66-jarige ABP-deelnemer nagenoeg gelijk blijft bij toepassing van de nieuwe actuariële grondslagen.

Levensverwachting 66-jarigen

  Prognose 2018 Prognose 2017 Prognose 2016
Mannen 87,2 87,1 87,0
Vrouwen 89,3 89,1 89,0
       
 
(1) De levensverwachting in 2018 is gebaseerd op GO1416 en AG2018. De levensverwachting in 2016 en 2017 is gebaseerd op GO1113 en AG2016.

 

3.6.5 Pensioenoverzichten voor deelnemers

Om deelnemers te informeren over hoe hun pensioen ervoor staat, verzendt ABP jaarlijks het UPO. Het aantal niet-verzonden UPO’s per jaareinde is de laatste jaren sterk gedaald, dankzij verdere verbetering van de systemen en het oplossen van incongruentie in de data. Op 1 juli was 92% van de UPO’s voor actieve deelnemers verzonden en op 31 december 99,9%. Ultimo 2018 waren 1.048 UPO’s niet verzonden, op een totaal aantal van circa 1,1 miljoen. Deze deelnemers zijn hierover geïnformeerd. Verdere verbetering van de systemen en het oplossen van incongruentie in de data zal ervoor zorgen dat in 2019 een verdere daling van het aantal niet verzonden UPO’s plaatsvindt. Uitdaging blijft het effect van gewijzigde wet- en regelgeving op het UPO-proces. Ook zijn we afhankelijk van de datakwaliteit van aanleverende partijen zoals werkgevers, UWV en SVB. De onzekerheid omtrent de pensioenregeling voor militairen legt bovendien druk op de haalbaarheid van de UPO-campagne 2019.

Naast de UPO's kunnen deelnemers hun pensioen­aanspraken bekijken via het Pensioenregister. ABP levert hiervoor de informatie aan. In augustus 2018 is er een live koppeling gebouwd met het Pensioenregister. Hierdoor kunnen deelnemers een real-time overzicht van hun pensioengegevens raadplegen en op basis daarvan berekeningen maken. Voorheen zat hier nog een vertraging in van maximaal drie maanden. Op dit moment heeft 99,46% van onze deelnemers toegang tot het Pensioenregister.

Vanaf 2018 ontvangen ook gepensioneerden een UPO (GUPO). Voorheen kregen deze pensioengerechtigden uitsluitend een betaalspecificatie. Pensioenfondsen waren vanaf 2017 verplicht zo’n GUPO te verzenden. Omdat ABP pas vanaf 2018 GUPO's kon versturen, heeft de AFM ons een waarschuwing gegeven. Deelnemers die ons belden met vragen, hebben wij de informatie direct doorgegeven of hebben van ons versneld een GUPO ontvangen. Eind 2018 hadden wij 99,9% van de GUPO's verzonden.

Actief op zoek naar deelnemers
In 2018 is ABP gestart met het project Vergeten Pensioenen. Doel hiervan is om deelnemers op te sporen van wie geen actuele bereikbaarheidsgegevens bekend zijn in onze systemen. Lees meer hierover op pagina 64.

3.6.6 Waardeoverdrachten

Nadat ABP in november 2017 in bovendekking kwam, met een beleidsdekkingsgraad hoger dan 100,0%, zijn in de daaropvolgende maanden de circa 45.000 inkomende waardeoverdrachten en circa 23.000 uitgaande waardeoverdrachten uitgevoerd voor zover dat mogelijk was. Hiervoor moet namelijk ook het ontvangende fonds in bovendekking zijn. Medio 2018 waren deze waardeoverdrachten uitgevoerd, voor zover de dekkingsgraad van de tegenpartij dit toeliet. Ultimo 2018 stonden alleen nog reguliere verzoeken tot inkomende en uitgaande waardeoverdrachten open. Eind 2018 is het proces van uitgaande waardeoverdrachten verder geautomatiseerd. Daarmee is de verwerkingstijd per dossier teruggebracht van dertig minuten naar een paar minuten.

 

Kleine pensioenen

Op 1 januari 2019 is de wet voor kleine pensioenen gewijzigd. De wet biedt voortaan de mogelijkheid om opgebouwde pensioenen onder de afkoopgrens (€ 484,09 op 1 januari 2019) bij overgang naar een ander pensioenfonds automatisch over te dragen. ABP sluit zich daarbij aan, maar geeft de betreffende deelnemers ook de mogelijkheid om hun pensioen bij ABP te laten staan. Bij heel kleine pensioenen onder een grens van €2, die volgens de wet mogen komen te vervallen, biedt ABP vanaf 2019 de betreffende deelnemers de keuze om dit bedrag alsnog te ontvangen.

3.6.7 Achterstallige premie geïnd bij vrijwillig aangesloten werkgevers

In het pensioenreglement van ABP is opgenomen dat een oud-werknemer recht heeft op pensioenopbouw indien en voor zolang hij/zij recht heeft op een werkloosheidsuitkering. Daarnaast is vastgelegd dat de betreffende werkgever verplicht is om de premies te betalen voor deze pensioen­opbouw. Werknemers van vrijwillig bij ABP aan­gesloten werkgevers moesten zelf aan ABP melden dat zij recht hadden op een werkloosheids­uitkering en dus recht op pensioen­opbouw. UWV leverde deze data niet aan, omdat het hiertoe wettelijk niet verplicht is. We zijn ongeveer tien jaar in gesprek geweest met UWV om deze gegevens­uitwisseling te realiseren. ABP heeft uiteindelijk in 2018 alsnog van UWV deze informatie ontvangen. Hieruit is gebleken dat circa 600 werkgevers nog pensioenpremie moesten afdragen. We zijn met hen in overleg om samen tot een acceptabele en constructieve oplossing te komen. De betreffende ex-werknemers hebben recht op pensioen­opbouw met terugwerkende kracht. Dat is per 1 juli voor hen ook zichtbaar in hun pensioenoverzichten.

3.6.8 Systemen verder verbeterd

Voor de pensioenadministratie van ABP wordt gebruik gemaakt van het Generiek Pensioen Systeem (GPS). In 2018 zijn aanpassingen in wet- en regelgeving en verbeteringen in GPS doorgevoerd. Hierdoor kunnen deelnemers meer zelf regelen op MijnABP bij de aanvraag van een Ouderdoms­pensioen, bij de aanvraag van een Na­bestaanden­pensioen en bij het maken van keuzes wanneer sprake is van einde deel­name bij ABP. Ook is de nieuwe functionaliteit van de Per­soon­lijke Pensioenpot in 2018 beschikbaar gekomen in MijnABP (zie ook het hoofdstuk In contact met onze stakeholders).

Dankzij een directe koppeling tussen Mijn­pensioen­overzicht.nl en de pensioenadministratie van ABP zien deelnemers op Mijn­pensioen­overzicht.nl altijd hun actuele aanspraken bij ABP (voorheen zat hier een vertraging in).
In 2019 staan verdere verbeteringen gepland met als doel de tevredenheid van deelnemers en werkgevers te verhogen, onder andere door deelnemers meer mogelijkheden te bieden op MijnABP, het werkgeversportaal te verbeteren en de pensioenadministratie efficiënter uit te voeren.

3.6.9 Nieuw in 2018: ABP pensioenacademie

Ontwikkeld samen met ons werkgeverspanel

Werkgevers zijn voor ABP een belangrijke schakel in het voorlichten en informeren van deelnemers over hun pensioen. Wij willen het werkgevers gemakkelijker maken om hun medewerkers te informeren en adviseren bij pensioenkwesties. Een van de manieren waarop we dat doen is met de ABP Pensioen Academie, die in 2018 het licht zag.
 

3.6.9.1

De ABP Pensioen Academie is een online leeromgeving speciaal opgezet voor HR-professionals van de 3.600 bij ABP aangesloten werkgevers. Zij kunnen zelf kiezen waar en wanneer zij op een interactieve manier hun kennis over het pensioen vergroten. Met als doel om medewerkers die bij hen komen met vragen, zo snel en zo goed mogelijk verder te helpen.

Eind 2017 zijn we gestart met het bouwen van dit pensioenkennis-portaal. Toen zijn er drie pensioencursussen ontwikkeld: een algemene introductie, de pijlers van pensioen, en levensweg en pensioen. Deze drie modules zijn vooral gericht op een beter begrip van de basis van pensioen en de ABP-pensioenregeling.

In het verleden boden we deze kennis alleen aan via Kennisdagen op verschillende plaatsen in het land. Met de online Academie willen we een grotere groep HR-professionals bedienen.

 

In 2018 zijn drie nieuwe verdiepingsmodules toegevoegd: twee over pensioenkeuzes en een over arbeidsongeschiktheid. Wie de modules heeft doorlopen, kan na afloop zijn of haar kennis toetsen. Bij een goed resultaat ontvangt de HR-professional een persoonlijk digitaal certificaat, waarmee hij of zij ook aan zijn werkgever kan laten zien actief te werken aan het vergroten van de pensioenkennis.In 2018 hebben in totaal 950 professionals minimaal een module gevolgd.

Alle modules zijn ontwikkeld samen met ons werkgeverspanel. De panelleden hebben ons geholpen met het aanscherpen van de inhoud. Zij geven bovendien aan dat met deze cursussen het eenvoudiger is om kennis op te doen en deze waar nodig te verdiepen.

De ABP Pensioen Academie zullen we de komende jaren dan ook verder gaan uitbreiden. In 2019 verwachten we nieuwe modules te lanceren, onder andere over pensioen en de partner. Ook zullen we binnen de Pensioen Academie andere relevante informatie ontsluiten, bijvoorbeeld over onze Kennisdagen, zodat HR-professionals op één plek kunnen vinden wat zij nodig hebben.