Terug naar boven

Hoe wij het pensioenvermogen beleggen

Het beleggen van het pensioenvermogen doen wij op basis van ons Strategisch Beleggingsplan. In het verslagjaar hebben wij dat plan, dat is opgesteld voor 2016-2018, zonder wijzigingen voortgezet. Voor de komende driejaarsperiode hebben we een nieuw Strategisch Beleggingsplan gemaakt, op basis van een nieuwe ALM-studie. Over 2018 boekte ABP een negatief rendement van -2,3%. Vooral de beleggingscategorie aandelen werd hard getroffen door de onrust op de financiële markten eind 2018. Over de afgelopen vijf jaar komt het gemiddelde rendement uit op ruim 6%.

3.7.1 Beleggingsbeleid in 2018 ongewijzigd

Het beleggingsbeleid in 2018 is uitgevoerd conform het Strategisch Beleggingsplan 2016-2018. Dit plan is gebaseerd op onze ambitie om een zo hoog mogelijk langetermijn-pensioenresultaat te behalen, waarmee wij de opgebouwde pensioenaanspraken en -uitkeringen jaarlijks volledig kunnen indexeren en verlagingen van de pensioenaanspraken en -rechten kunnen voorkomen. De Asset Liability Management (ALM)-studie vormt het kader voor het beleggingsbeleid dat past bij deze doelstellingen. In het verslagjaar hebben we hierin niets gewijzigd: op de lange termijn bestaat onze beleggingsportefeuille uit 60% zakelijke waarden en 40% vastrentende waarden. Verder willen wij het renterisico dat voortvloeit uit onze verplichtingen, voor minimaal 25% afdekken.

3.7.2 Strategisch Beleggingsplan 2019-2021

Ons beleggingsbeleid moet passen bij de pensioenen die we deelnemers in het vooruitzicht stellen. Om dit te kunnen beoordelen, kijken we in een ALM-studie hoe de pensioenen zich ontwikkelen bij verschillende economische toekomstscenario’s. In 2018 hebben we zo'n driejaarlijkse ALM-studie uitgevoerd. Deze studie vormt de basis voor de strategische beleggingsportefeuille. Op basis van de uitkomsten van de ALM-studie van 2018 hebben we het volgende strategische beleggingskader voor de periode 2019-2021 vastgesteld:

  • beleggingsmix met 60% zakelijke waarden en 40% vastrentende waarden;
  • renteafdekking variërend tussen 25% en 50%;
  • geen inflatieafdekking. 

Vervolgens hebben we deze uitgangspunten vertaald in de vormgeving van onze beleggingsportefeuille (de strategische asset-allocatie). Daarbij hebben we relevante kansen en bedreigingen geanalyseerd en risico, rendement, kosten en duurzaamheid meegewogen. De uitkomsten van dit traject zijn vastgelegd in het Strategisch Beleggingsplan 2019-2021.

Een belangrijk thema hierin is dat wij als ABP meer willen beleggen in de reële economie. Het gaat dan om beleggingen die niet op financiële markten verhandeld worden, zoals beleggingen in gebouwen, infrastructuur en land (real assets) en private beleggingen in het eigen vermogen en vreemd vermogen van ondernemingen. Deze beleggingen, die aansluiten bij onze langetermijnhorizon en daarmee goed passen bij onze verplichtingen, dragen naar verwachting bij aan een beter pensioenresultaat en zorgen voor meer diversificatie en een lager risico. Bovendien passen ze in ons beleid voor duurzaam en verantwoord beleggen. Naast het beleggen in de reële economie willen we de groei binnen opkomende markten zo goed mogelijk benutten. Verder geven we in het Strategisch Beleggingsplan 2019-2021 invulling aan het in 2016 genomen, en in het jaarverslag 2017 toegelichte, besluit van het bestuur om hedgefondsen niet meer als aparte beleggingscategorie te zien. In deze komende driejaarsperiode zal de huidige allocatie in hedgefondsen worden herverdeeld over de andere beleggingscategorieën. ABP blijft beleggen in hedgefondsstrategieën als deze een verantwoorde keuze en goede aanvulling zijn voor de strategieën van de andere beleggingscategorieën, met de vaste criteria voor rendement, risico, kosten en duurzaam en verantwoord. 

3.7.3 Duurzaam en verantwoord beleggen

In het verslagjaar heeft de implementatie van ons beleid Duurzaam en Verantwoord Beleggen, dat eind 2015 is vastgesteld, verder vorm gekregen. Hier lichten we een aantal belangrijke stappen en activiteiten toe; een uitgebreidere toelichting is te lezen in ons aparte jaarverslag Duurzaam en Verantwoord Beleggen 2018.

Een portefeuille met verantwoorde bedrijven

ABP heeft als doelstelling om in 2020 alleen nog aandelen en obligaties te hebben van bedrijven die financieel aantrekkelijk zijn en goed scoren op verantwoord ondernemerschap. Voor een zorgvuldige selectie hebben we in 2016 een systematische aanpak ontwikkeld die rekening houdt met de specifieke duurzaamheidsrisico’s in circa zestig verschillende bedrijfstakken. Op basis hiervan hebben we per eind 2018 in totaal 7.700 bedrijven beoordeeld van de ruim 10.000 bedrijven waaruit onze aandelen- en obligatieportefeuillemanagers kunnen kiezen.Van de 7.700 beoordeelde bedrijven zijn circa 5.600 geclassificeerd als koploper en 2.100 als achterblijver. In de koplopers mag worden belegd, in achterblijvers kan alleen worden belegd als ook wordt geprobeerd om via engagement hun duurzaamheid te verbeteren. Als aan die voorwaarde wordt voldaan, noemen we die bedrijven beloften. Met 109 van de achterblijvers gaan we in gesprek. Dit project wordt naar verwachting afgerond in 2019. Vanaf dan kunnen we rapporteren over de samenstelling van de portefeuille. Circa 90% van de waarde van de portefeuille van bedrijven waarin via aandelen en obligaties belegd kan worden, was eind 2018 beoordeeld.

Beleggen in de duurzame VN-doelen

Een andere belangrijke doelstelling is om, ten opzichte van eind 2015, twee keer zoveel te beleggen in activiteiten die een goed rendement opleveren en daadwerkelijk bijdragen aan een duurzamere wereld. Hiervoor sluiten we aan bij de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen die de Verenigde Naties eind 2015 hebben aangenomen. Dit zijn doelen als armoedebestrijding, goed onderwijs en leefbare steden. In 2016 hebben we vastgesteld welke economische activiteiten bijdragen aan die afzonderlijke doelen. Beleggingen hierin noemen we sustainable development investments (SDI’s). Onze doelstelling is om in 2020 € 58 miljard te hebben belegd in SDI's. Eind 2018 lag dit bedrag op € 55,5 miljard. Onderdeel van onze SDI’s zijn beleggingen in hernieuwbare energie. Deze zijn in 2018 toegenomen met bijna € 1,0 miljard naar € 5,0 miljard. Onze duurzame obligaties (leningen voor groene of sociale projecten) namen toe van € 3,485 miljard naar € 5,541 miljard.

Inspelen op klimaatverandering

De CO2-voetafdruk van onze aandelenportefeuille is verder gedaald en ligt nu 28% lager dan in 2014. Hiermee hebben we onze doelstelling van -25% in 2020 (ten opzichte van 2014) al in 2018 gehaald. De daling is onder meer bereikt doordat beheerders van onze aandelenportefeuille werken met een maximale CO2-grens. Dit plafond wordt jaarlijks teruggeschroefd.

Binnen het bestuur hebben we diverse keren gesproken over de risico’s van klimaatverandering en hoe we als ABP daar zo goed mogelijk op kunnen inspelen. Bij verschillende energiebedrijven waar ABP als aandeelhouder de afgelopen jaren klimaatverandering aan de orde heeft gesteld, werden in 2018 belangrijke stappen gezet. Zo kondigde Shell in december in een gezamenlijke verklaring met Climate Action 100+ aan dat de beloning van het topmanagement wordt gekoppeld aan de CO2-doelstelling van het bedrijf. Samen met andere beleggers had ABP in de periode voorafgaand aan deze aankondiging hierover intensieve gesprekken met Shell, waarin we hebben aangedrongen op concrete doelen voor de korte en middellange termijn en koppeling van deze doelstellingen aan de beloning van het management.

Uitsluiten van tabak en kernwapens

Begin 2018 hebben we aangekondigd dat ABP stopt met beleggen in tabaksbedrijven en kernwapenproducenten. In 2018 hebben wij alle beleggingen in deze bedrijven verkocht. Deze uitsluiting is gebaseerd op het beoordelingskader, waarbij uitsluiting kan volgen wanneer wordt voldaan aan vier criteria: het product is per definitie schadelijk voor mensen, wij kunnen daar met onze invloed als aandeelhouder niets aan veranderen, het heeft geen nadelige gevolgen als het er niet meer zou zijn en er is een wereldwijd verdrag gericht op het uitbannen ervan.

Voldoen aan de Nederlandse Stewardship Code

In 2018 is de eerste Nederlandse Stewardship Code gerealiseerd. Hierin staan principes beschreven voor aandeelhouders in Nederlandse beursgenoteerde bedrijven. ABP heeft in 2018 een hiervan afgeleid stewardship-beleid opgesteld. Een belangrijk aspect van de implementatie van ons beleid Duurzaam en Verantwoord Beleggen is om inzicht te hebben in en invloed uit te oefenen op de entiteiten waarin we beleggen. Daarnaast onderhouden wij een dialoog met beleidsmakers en andere stakeholders om bij te dragen aan een duurzaam financieel systeem en een duurzame toekomst. Stemmen, monitoren, dialoog en engagement met de entiteiten waarin wij beleggen zijn essentiële onderdelen van onze stewardship-activiteiten; deze maken weloverwogen beleggingsbesluiten mogelijk. Met ons stewardship-beleid voldoet ABP aan de Dutch Stewardship Code van Eumedion. Het beleid wordt vanaf 2019 toegepast; het is te vinden op onze website

ABP ondertekent convenant duurzaam beleggen

Eind 2018 hebben meer dan zeventig Nederlandse pensioenfondsen (samen goed voor € 1.180 miljard aan belegd vermogen) het Convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen Pensioenfondsen ondertekend. ABP was als een van de voortrekkers nauw betrokken bij de onderhandelingen. In het convenant committeren de fondsen zich eraan om samen met maatschappelijke organisaties, vakbonden en overheid nog duurzamer te beleggen. Dit sluit aan bij onze eigen ambities.

 
Dialoog met belangengroeperingen
Het bestuur heeft in 2018 veelvuldig gesproken met belangengroeperingen en andere stakeholders in het kader van duurzaam en verantwoord beleggen. Meer hierover is te lezen in het hoofdstuk In contact met onze stakeholders.

3.7.4 Beleggen in Nederland

ABP wil op een proactieve manier beleggen in Nederland, op basis van een best effort-benadering waarbij wij initiatieven ondersteunen die de economie in ons land versterken en de groei bevorderen. 

Nieuw programma voor beleggen in Nederland

Het vinden van geschikte investeringen in Nederland is in de praktijk lastig gebleken. Het achterblijven van het investeringsvolume hebben wij zorgvuldig geanalyseerd. De lessen die we hieruit hebben getrokken, hebben in 2018 geleid tot een nieuw programma “Beleggen in Nederland” voor de periode 2019-2021. Het programma bestaat uit twee onderdelen. Het eerste is dat we explicieter verantwoording willen afleggen aan stakeholders ten aanzien van de beleggingen in de bestaande portefeuille. Daarbij willen we ook de activiteiten en resultaten in het kader van ons engagement-beleid duidelijker uitdragen.

Het tweede onderdeel bestaat uit het opzetten en inrichten van een nieuwe beleggingsportefeuille speciaal gericht op het thema energietransitie (de overgang naar duurzame energie en het verhogen van de energie-efficiëntie). Wij willen de positie van ABP aanwenden om bij te dragen aan het bevorderen van het gebruik van duurzame energiebronnen in ons eigen land. Ons energietransitiefonds gaat zich daarom ook expliciet richten op kleinere innovatieve projecten en bedrijven die zich bezighouden met energieopwekking, energiedistributie en energiegebruik. Als maatschappelijk partner kunnen wij een voortrekkersrol vervullen door het vraagstuk van integrale ketenfinanciering in de Nederlandse energie-transitie breed op te pakken. Opbrengsten van de energietransitie komen op deze manier terug in de (toekomstige) pensioenen van deelnemers. Bovendien sluit het goed aan op onze beleggingsovertuigingen van risicospreiding, rendement, langetermijnhorizon, innovatie en duurzaam en verantwoord beleggen. Vanaf 2019 zal het ABP Nederland Energietransitiefonds (ANET) worden vormgeven.

Gestaakte activiteiten: NLII en NPEX

De Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) is in 2014 opgericht met financiële steun van onder andere ABP, om institutionele beleggers in staat te stellen direct in de Nederlandse economie te investeren. In het (recente) verleden is getracht een aantal grote projecten van de grond te krijgen en deze tot beleggingspropositie te maken. In 2018 zijn de activiteiten van de NLII beëindigd, omdat zich onvoldoende nieuwe en schaalbare investeringsprojecten aandienden.

Het NPEX ondernemersfonds is een fonds dat voor maximaal € 25 miljoen kan beleggen in obligaties van Nederlandse bedrijven uitgegeven via het NPEX-platform. Het fonds is opgericht in 2015; ABP heeft hier financieel aan bijgedragen. 

Gebleken is dat het investeringstempo dusdanig laag lag, dat de kosten van beheer relatief gezien te hoog werden. Een herstructurering van het fonds, met als doel beleggingen voort te kunnen zetten, is niet succesvol gebleken.

 
Fiscaliteiten
ABP investeert in een groot aantal beleggingsstructuren. Omdat het fiscale landschap snel verandert, wordt het voor institutionele beleggers steeds complexer om de fiscale risico’s (inclusief reputatierisico’s) van hun investeringen te beoordelen. Nationaal en internationaal worden initiatieven opgezet om agressieve belastingplanning tegen te gaan. Voorbeelden hiervan zijn het Base Erosion and Profit Shifting-project (OESO), de Anti-Tax Avoidance Directive (EU) en de Mandatory Disclosure Rules (EU). Bij het aangaan van een investering nemen marktpartijen naast de fiscaaltechnische aspecten ook in ogenschouw of de structuur in het licht van deze ontwikkelingen wenselijk en duurzaam is.
ABP is een initiatief gestart om, samen met tien van de grootste institutionele investeerders wereldwijd, te onderzoeken of wij gezamenlijke principes kunnen opstellen die leidend zijn voor onze interne en externe fondsmanagers. Dit overleg bevindt zich in de oriënterende fase.

3.7.5 Samenstelling van de beleggingen

Change layout to 2 columns

Bovenstaande grafiek toont de strategische verdeling over de categorieën in de beleggingsportefeuille eind 2018.

APG kan binnen de bandbreedtes die door ABP zijn vastgesteld in het Strategische Beleggingsplan per categorie afwijken van de strategische gewichten, bijvoorbeeld wanneer dit een positieve bijdrage kan leveren aan het resultaat. De grafiek geeft ook de daadwerkelijke posities eind 2018 weer, op basis van het netto belegd vermogen.

 

Verdeling naar regio en sector

Door onze beleggingen te spreiden over regio’s en sectoren, verminderen wij de risico’s binnen de beleggingscategorieën.

De twee grafieken hieronder laten deze risicospreiding zien, met een grafische weergave van de verdelingen in 2018 en 2017 (door afronding is de som van de regio’s of sectoren niet overal gelijk aan 100%). De cijfers in de grafieken zijn gebaseerd op de actiefposten, gerelateerd aan het totaal van de activa. Derivatenposities zijn onderdeel hiervan.

Change layout to 1 column

Change layout to 2 columns

De verdeling van de beleggingsportefeuille is grotendeels gelijk aan 2017. De beleggingen in Nederland namen af van 15% naar 7%. Dit is vooral toe te schrijven aan de ontmanteling van het Treasury Center, dat voorheen de Nederlandse tegenpartij van ABP was voor derivatencontracten. Doordat ABP nu zelf deze transacties rechtstreeks doet, zijn ultimo 2018 niet alle derivatencontracten meer aan Nederland toegerekend maar ook aan buitenlandse tegenpartijen. Gecorrigeerd voor de ontmanteling van het Treasury Center is de portefeuille van beleggingen in Nederland in 2018 gegroeid met € 2 miljard.

Change layout to 1 column

Change layout to 2 columns

Net als in 2017 zijn de financiële sector en de overheid de belangrijkste sectoren waarin ABP belegt. 'Financiële instellingen' is met 29% de grootste sector, met aandelen en obligaties in bedrijven in die sector en financiële producten zoals derivaten (2017: 28%). Derivaten worden met name aangehouden in het kader van het renteafdekkingsbeleid, zoals verderop in dit hoofdstuk beschreven. Met onze beleggingen in staatsobligaties is de sector 'overheid' goed voor 24% van onze portefeuille (2017: 23%).

3.7.6 Beleggingsrendement komt uit op -2,3%

Het nettorendement op de beleggingen is uitgekomen op
-2,3% (2017: 7,6%). De rente afdekking droeg daar 0,4% positief aan bij (2017: 0,4%). Het nettorendement bedraagt in totaal € -9,3 miljard (2017: € 28,7 miljard). Positieve (unhedged) rendementen zijn behaald door de beleggingscategorieën vastrentende waarden: 0,4% (2017:
-0,2%), alternatieve beleggingen: 6,8% (2017: 0,1%) en vastgoed: 3,3% (2017: 3,4%). Hiertegenover staat een negatief (unhedged) rendement voor aandelen van -5,9% (2017: 12,3%). Een negatief resultaat voor de valuta-hedge zorgt ervoor dat de categorie overlay een negatief rendement laat zien van -1,9% (2017: 3,1%).

Voor langetermijnbeleggers zoals pensioenfondsen is het relevant om naast het rendement per jaar ook het rendement over een langere termijn te beoordelen. Onderstaande grafiek geeft het cumulatieve rendement van de afgelopen vijftien jaar weer, zowel nominaal als reëel. Het reële rendement wordt bepaald door het nominale rendement te corrigeren voor de inflatie.

Voor ABP is het reële rendement vanaf 2016 bepaald op basis van prijsinflatie (tot en met 2015 is het reële rendement bepaald op basis van looninflatie). Het gemiddelde jaarrendement over de periode van 2004 tot en met 2018 bedraagt nominaal 6,6% en reëel 5,1%. Voor 2018 alleen is het nominale rendement -2,3% en het reële rendement -4,2%.

De grafiek toont een indexstand die tot stand komt op basis van cumulatief rendement. De percentages zijn gemiddelde jaarlijkse rendementscijfers.

 

Outperformance

Ten opzichte van de normportefeuille hebben we dankzij een actief beleggingsbeleid een extra rendement van 0,6% gehaald (2017: 1,0%). Dit komt neer op een bedrag van € 2,5 miljard (2017: € 3,9 miljard). Met name de categorie alternatieve beleggingen heeft gezorgd voor toegevoegde waarde, waar de overige categorieën (behalve vastgoed) een negatieve bijdrage hadden.

Het cumulatieve extra rendement ten opzichte van de normportefeuille over de afgelopen vijf jaar is 4,3% (2017: 5,1%), wat neerkomt op € 15,7 miljard (2017: € 16,9 miljard). Het extra rendement komt voor een belangrijk deel uit de portefeuilles Private Equity, Aandelen Ontwikkelde Markten en Credits.

Gecumuleerd over de afgelopen tien jaar is het extra rendement 10,9% (2017: 5,2%), oftewel een bedrag van € 30,0 miljard (2017: € 18,5 miljard). Deze stijging is sterk doordat het slechte jaar 2008 (-4,9%) uit de tienjaarsperiode valt en wordt 'vervangen' door de 0,6% van 2018.

Change layout to 1 column

Rendement en benchmark

Categorie Gewicht Rendement Rendement Benchmark Verschil Relatieve bijdrage Relatieve bijdrage
  % % € mln % % % € mln
Vastrentende waarden 40,2 0,4 629 0,5 -0,1 0,0 -156
Staatsobligaties 7,2 0,1 19 0,1 -0,1 0,0 -16
Langlopende staatsobligaties 7,4 1,3 393 1,5 -0,2 0,0 -62
Bedrijfsobligaties 14,1 2,0 1.101 1,9 0,1 0,0 20
Obligaties opkomende landen 3,2 -1,8 -192 -0,6 -1,2 0,0 -131
Inflatiegerelateerde obligaties 8,3 -2,0 692 -2,1 0,1 0,0 33
Aandelen 33,3 -5,9 -8.130 -4,5 -1,4 -0,5 -1.975
Aandelen ontwikkelde landen 24,7 -4,0 -3.807 -2,8 -1,2 -0,3 -1.375
Aandelen opkomende landen 8,6 -11,9 -4.323 -10,4 -1,7 -0,1 -600
Alternatieve beleggingen 17,1 6,8 4.600 -0,2 6,9 1,2 4.868
Private equity 5,2 15,4 2.913 -3,3 19,3 0,9 3.634
Grondstoffen 3,9 -8,0 -1.221 -7,8 -0,2 0,0 -59
Opportunity fund 0,3 5,5 73 -1,1 6,7 0,0 71
Infrastructuur 2,8 12,4 1.312 -3,4 16,3 0,4 1.644
Hedgefondsen 4,9 8,5 1.523 10,9 -2,2 -0,1 -422
Vastgoed 10,1 3,3 1.290 3,3 0,0 0,0 2
Vastgoed 10,1 3,3 1.290 3,3 0,0 0,0 2
Overlay - 0,7 -1,9 -7.641 -2,0 0,0 -0,1 -288
Rentehedge   0,4 1.709 0,4 0,0 0,0 -7
Inflatiehedge   0,0 -116 0,0 0,0 0,0 -
Valutahedge   -2,3 -9.464 -2,4 0,1 0,1 492
Overig   0,1 229 0,0 0,0 0,0 115
Active asset allocation           -0,2 -888
  100% -2,3 -9.252 -2,9 0,6 0,6 2.450
 
De outperformance is geometrisch bepaald. Door afronding is het mogelijk dat de getallen niet exact tot het weergeven totaal optellen.

Change layout to 2 columns

De tabel toont de rendementen van de verschillende beleggingscategorieën en zet deze af tegen de benchmark. Dit zijn nettorendementen, na aftrek van de kosten van vermogensbeheer en exclusief valuta-afdekresultaten. Omdat niet alle beleggingen in euro's zijn, wordt het valutarisico deels afgedekt (zie ook verderop in dit hoofdstuk). Het rendement over 2018 is onder andere vergeleken met het rendement van de vooraf vastgestelde normportefeuille (gebaseerd op de benchmarks voor de verschillende beleggingscategorieën).

 

Renteafdekkingsbeleid

Om de rentegevoeligheid van de dekkingsgraad te beperken hanteert ABP een renteafdekkingsbeleid. Naast de renteafdekking die uitgaat van de vastrentende-waardenportefeuille geeft ABP zijn afdekkingsbeleid vorm in een overlay. Met het afdekken van het renterisico zorgen we ervoor dat de dekkingsgraad minder gevoelig is voor veranderingen in de rente-ontwikkeling.

De volgende tabel toont het rendement van de rente-afdekking voor de periode 2014-2018.

Splitsing van het rendement

in %

  2018 2017 2016 2015 2014
           
Beleggingsportfolio -2,7 8,0 8,2 3,2 10,6
Renteafdekking 0,4 -0,4 1,3 -0,5 3,9
Totaal -2,3 7,6 9,5 2,7 14,5
 
rendement beleggingsportfolio bepaalt na optelling totaal plus renteafdekking


In lijn met voorgaande jaren is de rentegevoeligheid van de pensioenverplichtingen in 2018 voor minimaal 25% afgedekt (2017: 25%). Als gevolg van de daling van de rente was het positieve effect hiervan op het rendement 0,4% (2017: -0,4%). Dit komt neer op een bedrag van € 1,7 miljard (2017: € - 1,5 miljard).

Valuta-hedge

Gedurende 2018 zijn de beleggingen in Amerikaanse dollar, Britse pond, Zwitserse frank en Japanse yen deels afgedekt. Deze strategische valuta-afdekking is opgezet om ervoor te zorgen dat veranderingen van de wisselkoers van de euro ten opzichte van de valuta waarin wordt belegd (deels) teniet worden gedaan om hiermee de gevoeligheid voor deze veranderingen te beperken. Dit doen we omdat de premieontvangsten en pensioenuitkeringen van ABP allemaal in euro’s zijn en wij zekerheden willen inbouwen in de gevallen dat wij beleggen in beleggingscategorieën in vreemde valuta’s. Over 2018 bedraagt het totale rendement van de afdekking van het valutarisico -2,3% (2017: 3,4%), oftewel € -9,5 miljard (2017: € 12,9 miljard). Belangrijkste oorzaak van het negatieve rendement op deze afdekking is de waardeontwikkeling van de euro ten opzichte van de Amerikaanse dollar. In 2018 is de Amerikaanse dollar namelijk fors meer waard geworden ten opzichte van de euro (4,5%). Dit heeft aan de andere kant juist een positief effect op de in dollar genoteerde beleggingen: die zijn gerekend in euro’s meer waard geworden, wat het rendement heeft verbeterd (in tegenstelling tot het hiervoor geschetste effect van de valuta-hedge). In de paragraaf ‘Marktontwikkelingen per beleggingscategorie’ is te lezen welke beleggingscategorieën profiteerden van dit dollar-effect.

 

Actieve asset-allocatie

Met een actieve asset-allocatie wordt geprobeerd voordeel te behalen uit de rendementsverwachting van beleggingscategorieën op korte termijn. Hierbij hanteren we als uitgangspunt de strategische asset-allocatie van het Strategisch Beleggingsplan, dat uitgaat van 60% aandelenbeleggingen. Juist deze categorie heeft in 2018 voor de grootste negatieve bijdrage aan het rendement gezorgd.

Inflatiederivaten

ABP kent geen expliciet inflatie-afdekkingsbeleid. De relatief kleine portefeuille met inflatiederivaten, die voortkomt uit eerder beleid op het gebied van inflatieafdekking, heeft een beperkt resultaat opgeleverd. Over 2018 is het rendement op inflatieafdekking net als dat van de benchmark 0,0% (2017: 0,0%). Dit komt neer op € - 116 miljoen (2017: € 79 miljoen).

3.7.7 Marktontwikkelingen per beleggingscategorie

Vastrentende waarden

De rente in de Verenigde Staten, een van de belangrijkste markten, steeg in 2018. Op de Europese staatsobligatiemarkten was sprake van een gemengd beeld. Met name in de kernlanden van de eurozone daalde de rente verder, terwijl Italië vanwege de politieke spanningen rondom de nieuwe begroting de rente juist fors zag oplopen. Ondanks alle hectiek rondom Brexit bleef de rente in het Verenigd Koninkrijk per saldo juist vrijwel onveranderd.

Amerikaanse titels behaalden vanwege de valutaontwikkeling een hoger rendement dan de Europese titels. Mede vanwege de onrust in verschillende opkomende markten, maar ook door de gestegen rente in de VS, noteerden obligaties in opkomende markten een negatief rendement. Inflatie-gerelateerde obligaties hadden last van de licht gedaalde inflatieverwachting, wat resulteerde in een min.

Aandelen

Aandelenbeleggingen kenden een slecht jaar. In het begin van het jaar stegen de beurzen, een voortzetting van de trend in 2017. Maar begin februari werd duidelijk dat er sprake was van nervositeit, toen markten kortstondig stevige verliezen noteerden onder hoge volatiliteit. Het herstel volgde kort daarna; begin juni was nog sprake van een stijging van aandelenmarkten wereldwijd. Door onrust rond opkomende markten doken deze regio’s in het rood. Europa volgde in oktober, vanwege politieke onzekerheid. Ondertussen bleven de Amerikaanse aandelenmarkten het in euro-termen goed doen, onder meer door de sterkere dollar. De slechtste decembermaand sinds 1931 zorgde ervoor dat de winsten op Amerikaanse beurzen verdampten. Die maand was er sprake van een fors negatief rendement en een zeer hoge volatiliteit, als gevolg van politieke onrust in combinatie met centrale banken die zich verder terugtrokken uit financiële markten. Per saldo eindigden alle regio’s in euro-termen lager. Vanwege onrust over Turkije en Argentinië en door de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten was de daling het grootst binnen opkomende markten. Maar ook de aandelenmarkten in ontwikkelde landen behaalden negatieve rendementen. Hiervoor worden afvlakkende economische groei in Europa, een restrictiever monetair beleid en politieke onzekerheid als belangrijkste factoren gezien.

 

Vastgoed

Beursgenoteerde vastgoedinvesteringen noteerden dit jaar over het algemeen een positief rendement. Het marktsentiment was positief, ook vanwege gunstige groeicijfers. Wereldwijd hadden beleggers nog steeds veel belangstelling voor vastgoed, met in de meeste markten stijgende vastgoedprijzen tot gevolg.

Alternatieve beleggingen

Alternatieve beleggingen, waar private equity, grondstoffen, opportunity fund, infrastructuur en hedgefondsen onder vallen, lieten een divers beeld zien. Binnen private equity was sprake van een hoog rendement, onder andere vanwege de gestegen Amerikaanse dollar, ondanks het feit dat de bedrijfsovernametransacties in aantal en volume aan het einde van het jaar afnamen. De grondstofbeleggingen behaalden een negatief rendement, voornamelijk vanwege de significante prijsdaling van de ruwe-olieprijs aan het einde van het jaar. Het opportunity fund – dat onder meer intellectueel eigendom zoals rechten op films en televisieseries en energie-gerelateerde beleggingen omvat – noteerde een positief rendement, onder meer dankzij het herwaarderen van beleggingen in de farmaceutische sector. Ook diverse infrastructuurprojecten hebben voor een positief rendement gezorgd. De hedgefondsen behaalden eveneens een positief rendement, waarbij strategieën die beleggen in noodlijdende bedrijven een positieve bijdrage leverden terwijl trend-volgende strategieën achterbleven. Het valutarisico wordt op overlay-niveau afgedekt (zie de toelichting eerder in dit hoofdstuk).

3.7.8 Verbetering processen vermogensbeheer

Voortgang fiduciaire functie 

In het kader van het verbeteren van onze governance hebben we in 2016 met APG de vermogensbeheerprocessen opnieuw ontworpen, onder andere met een zelfstandige fiduciaire functie binnen APG Asset Management. Dit geeft een impuls aan de verdere professionalisering van de samenwerking, omdat rollen en verantwoordelijkheden duidelijker zijn afgebakend en processen transparanter zijn. In 2018 lag de nadruk op het vaststellen van de werking van het fiduciaire model: wij willen er zeker van zijn dat deze implementatie daadwerkelijk bijdraagt aan die verdere professionalisering. Wij zijn tevreden over de voortgang die in het verslagjaar is gemaakt bij het inrichten van de werking van de fiduciaire functie.

DNB is geïnformeerd over de geboekte voortgang bij het inrichten van de fiduciaire functie; voor zover DNB de werking heeft kunnen beoordelen, is deze in lijn met de opzet. Zo is duidelijk geworden dat we de fiduciaire opdracht voldoende hebben gedefinieerd en dat een adequate functiescheiding is gewaarborgd bij de verschillende stappen van het beleggingsproces. Vanzelfsprekend blijven wij als bestuur alert op het functioneren van de fiduciaire functie.

Derivatentransacties ondergebracht bij ABP

Onze beleggingsportefeuille wordt bij voorkeur primair samengesteld met reguliere beleggingstitels zoals aandelen en obligaties. Voor het afdekken van belangrijke risico’s wordt de beleggingsportefeuille aangevuld met derivaten. Derivatentransacties zijn noodzakelijk om onze strategie uit te voeren. Tot en met 2017 verliepen deze derivatentransacties via Treasury Center B.V., een entiteit van APG.

Het in 2017 ingezette traject om in de toekomst zelfstandig derivaten te kunnen verhandelen is in 2018 afgerond. Om dat te bewerkstelligen zijn de volgende stappen doorlopen:

  • langlopende derivatenposities van het Treasury Center zijn overgedragen aan ABP. Dit gefaseerde proces is medio 2018 afgerond;
  • het proces om vanuit ABP nieuwe contracten met marktpartijen af te sluiten is zorgvuldig doorlopen;
  • sinds begin 2018 worden derivatentransacties (OTC) met marktpartijen direct op eigen naam afgesloten.
 

Overgang naar nieuw accounting- en rapportagesysteem afgerond

Ook de vermogensbeheeradministratie van onze uitvoerder APG is verbeterd. APG heeft met dat beoogde doel geleidelijk een nieuw systeem ingevoerd. Dit project is in 2018 afgerond, waarmee het nieuwe toekomstvaste en efficiënte systeem operationeel is. Het verbetert de verslaglegging en maakt het mogelijk om wijzigingen sneller en gemakkelijker te implementeren. Zo kunnen we ook eenvoudiger voldoen aan informatie- en rapportageverplichtingen voortkomend uit huidige en toekomstige wet- en regelgeving.