Terug naar boven

Ontwikkeling van de rekenrente

Om de pensioenverplichtingen te waarderen, moet ABP gebruik maken van de door DNB vastgestelde rentetermijnstructuur; eind 2017 bedroeg deze gemiddeld 1,48% (eind 2016: 1,32%). Voor looptijden langer dan 20 jaar wordt in deze marktrentecurve een correctie toegepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de rente voor lange looptijden geleidelijk groeit naar een historisch gemiddelde, de UFR (Ultimate Forward Rate). De hoogte van deze lange rente bedroeg eind 2017 2,6%. Omdat de UFR is gebaseerd op een langjarig gemiddelde en de rente de afgelopen jaren is gedaald, zal deze rente in de toekomst dalen.

Het effect van de UFR-methode leidt op dit moment tot een hogere rekenrente, die resulteert in lagere verplichtingen en daarmee tot een hogere dekkingsgraad (effect eind 2017: 2,3%-punt). Doordat de UFR daalt, zal dit effect in de toekomst kleiner worden.

Het verloop van de rekenrente staat in de onderstaande grafiek.