Terug naar boven

Balansmanagement

 
In 2017 is de financiële positie van ABP verbeterd. Dit is voornamelijk het gevolg van de gerealiseerde rendementen en de licht gestegen rente. De jaarlijkse haalbaarheidstoets bevestigde dat de hogere premie daarnaast een positieve bijdrage levert aan het verwachte pensioenresultaat. Daarmee is de spanning op de driehoek premie-pensioenambitie-risico verminderd. De dekkingsgraad is nog niet voldoende om de pensioenen te kunnen verhogen. Vanwege de tekortsituatie eind 2016 heeft ABP in 2017 een herstelplan ingediend; de financiële positie eind 2017 noodzaakte tot het indienen van een nieuw herstelplan begin 2018.

7.1 Beleid balansmanagement ongewijzigd

De dekkingsgraad wordt grotendeels gedreven door externe factoren zoals rendementen en rentes op de financiële markten. Met balansmanagementbeleid, een integrale benadering van beleggingen en premie, probeert ABP de dekkingsgraad zelf ook waar mogelijk te beïnvloeden.

In 2017 hebben geen grote wijzigingen plaatsgevonden in ons balansmanagement. Hieronder schetsen wij de belangrijkste ontwikkelingen in het verslagjaar.

  • Elke drie jaar vindt een ALM-studie plaats. Om ook in de tussenliggende jaren voldoende inzicht te krijgen in hoeverre het gevoerde strategische beleggingsbeleid nog steeds passend is, zal tussentijdse toetsing plaatsvinden. Wanneer de werkelijkheid zich sterk anders heeft ontwikkeld dan eerdere verwachtingen, kan het bestuur besluiten om eerder een ALM-studie uit te voeren en alternatieve beleggingsvarianten te analyseren. Dit zal in de praktijk vooral het geval zijn wanneer economische verwachtingswaarden sterk gewijzigd zijn of als de financiële uitgangspositie sterk gewijzigd is. In het verslagjaar gaf de tussentijdse toetsing geen aanleiding om de voor 2018 geplande ALM-studie te vervroegen; daarmee is het strategisch beleggingsbeleid gehandhaafd, met een verdeling van 60% zakelijke waarden en 40% vastrentende waarden. Het renterisico dat voortvloeit uit onze verplichtingen moet voor minimaal 25% zijn afgedekt. Het bestuur kan besluiten deze renteafdekking te wijzigen, afhankelijk van marktomstandigheden, liquiditeit en kostenontwikkeling. ABP hanteert daarbij geen rentestaffel.
  • In 2017 is de volgende stap gezet in het premiebeleid dat in 2016 is vastgesteld. In het hoofdstuk Pensioenbeheer wordt dit uitgebreid toegelicht.
  • Het bestuur stelt jaarlijks vast of verhoging van de pensioenen mogelijk is. Hiervoor hanteren wij een staffel, waarbij de wettelijke eisen van het nFTK als ondergrens gelden. Op de peildatum in het verslagjaar voldeed de beleidsdekkingsgraad niet aan die ondergrens. Verhoging is dus niet mogelijk. Zie ook de paragraaf hierover verderop in dit hoofdstuk. 

7.2 Ontwikkeling financiële positie in 2017

Zowel de dekkingsgraad als de beleidsdekkingsgraad zijn gestegen. De dekkingsgraad steeg van 96,7% naar 104,4%. De beleidsdekkingsgraad is in 2017 met 9,8%-punt  toegenomen; van 91,7% primo jaar naar 101,5%.

In de onderstaande grafiek staan de ontwikkeling van de dekkingsgraad en de beleidsdekkingsgraad afgezet tegen het niveau van het minimaal vereiste Eigen Vermogen (MVEV, 104,2%) en het vereist eigen vermogen (VEV, 128,2%), vanaf eind december 2016 tot en met eind december 2017.

In onderstaande tabel laten we zien welke factoren aan de stijging van de dekkingsgraad hebben bijgedragen. De post ‘premie versus opbouw’ leidt tot een daling van de dekkingsgraad, dit komt doordat in 2017 de premiedekkingsgraad lager was dan 100%. De verandering van de rentetermijnstructuur leverde een positieve bijdrage vanwege het verschil tussen de gerealiseerde rentecurve ultimo jaar en de 1-jaars forward van de rentecurve primo jaar. Vanwege de stijging van de rente is dit verschil positief. Het rendement op de beleggingen heeft een grote positieve bijdrage geleverd. De rentetoevoeging aan de verplichtingen is positief doordat de 1-jaars rente primo jaar negatief was, neemt de waarde van de Voorziening Pensioenverplichtingen met het verstrijken van de tijd af, zodat de impact van de rentetoevoeging op de dekkingsgraad positief was.

Verloop dekkingsgraad

in %

  2017 2016
Dekkingsgraad einde voorafgaand verslagjaar 96,7 97,2
Premie versus opbouw -0,8 -0,7
Verandering van de rentetermijnstructuur 1,2 -7,9
Rendement op de beleggingen 7,3 9,2
Rentetoevoeging aan de verplichtingen 0,2 0,1
Aanpassing grondslagen verplichtingen - -0,5
Overige (1) -0,2 -0,7
Dekkingsgraad einde verslagjaar 104,4 96,7
 
(1) Waaronder het resultaat op uitkeringen en kanssystemen.

 

7.3 Reële dekkingsgraad

Eind 2017 bedroeg de beleidsdekkingsgraad 101,5%, terwijl de dekkingsgraad waarbij volledige indexatie was toegestaan 122,6% bedroeg. De reële dekkingsgraad kwam hierdoor uit op 82,8% (101,5/122,6). Vanaf een reële dekkingsgraad van 100% mag het fonds volledig indexeren. 

7.4 Ontwikkeling van de rekenrente

Om de pensioenverplichtingen te waarderen, moet ABP gebruik maken van de door DNB vastgestelde rentetermijnstructuur; eind 2017 bedroeg deze gemiddeld 1,48% (eind 2016: 1,32%). Voor looptijden langer dan 20 jaar wordt in deze marktrentecurve een correctie toegepast. Deze correctie zorgt ervoor dat de rente voor lange looptijden geleidelijk groeit naar een historisch gemiddelde, de UFR (Ultimate Forward Rate). De hoogte van deze lange rente bedroeg eind 2017 2,6%. Omdat de UFR is gebaseerd op een langjarig gemiddelde en de rente de afgelopen jaren is gedaald, zal deze rente in de toekomst dalen.

Het effect van de UFR-methode leidt op dit moment tot een hogere rekenrente, die resulteert in lagere verplichtingen en daarmee tot een hogere dekkingsgraad (effect eind 2017: 2,3%-punt). Doordat de UFR daalt, zal dit effect in de toekomst kleiner worden.

Het verloop van de rekenrente staat in de onderstaande grafiek.

7.5 Pensioenen in 2017 niet verhoogd

Voor de verhoging van pensioenen heeft het bestuur beleid vastgesteld, waarbij de wettelijke vereisten als ondergrens gelden. Vanaf een beleidsdekkingsgraad van 110% mogen we de pensioenen gedeeltelijk verhogen, bij 123% mogen we de gehele jaarlijkse verhoging toekennen en vanaf 128% mogen we ook met terugwerkende kracht verhogen. Dit geldt voor de opgebouwde aanspraken van de gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en deelnemers, zowel voor de middelloonregeling als de eindloonregeling.

De beleidsdekkingsgraad op de peildatum in het verslagjaar (31 oktober 2017) bedroeg 100,2%. Het resultaat is dat de pensioenen over 2017 niet verhoogd konden worden. De maximale cumulatieve indexatieachterstand is hierdoor verder toegenomen tot 13,5% eind 2017 grotendeels op basis van loonontwikkeling en vanaf 2016 op basis van prijsontwikkeling.

7.6 Herstelplannen 2017 en 2018: geen aanvullende maatregelen nodig

Eind 2016 lag de beleidsdekkingsgraad onder het vereiste eigen vermogen van 127,8% (omdat deze grens per jaareinde wordt bepaald door een voorgeschreven berekening door DNB in het kader van het herstelplan, kan dit percentage jaarlijks wijzigen, maar het ligt altijd rond de 128%). Daarom heeft ABP vóór 1 april 2017 een nieuw herstelplan moeten indienen. Het doel van een herstelplan is om via een wettelijk bepaalde berekening na te gaan of de autonome herstelkracht van het fonds groot genoeg is om de beleidsdekkingsgraad binnen de hersteltermijn weer op het vereiste niveau te brengen. Volgens het in 2017 ingediende herstelplan groeit de beleidsdekkingsgraad gedurende de hersteltermijn naar een niveau vlak boven de vereiste dekkingsgraad. Het bestuur achtte het op basis daarvan niet nodig om voor 2017 aanvullende maatregelen te nemen.

Eind 2017 lag de beleidsdekkingsgraad nog steeds onder het vereiste niveau, zodat ook in 2018 een herstelplan moet worden ingediend. Doorrekening hiervan laat zien dat ABP over voldoende herstelkracht beschikt en ook in 2018 de pensioenen niet hoeft te verlagen.

Als de beleidsdekkingsgraad tot en met 2020 (voor een aaneengesloten periode van vijf jaar) onder het vereiste niveau van 104,2% blijft, zal ABP de pensioenen moeten verlagen.

De kans op verhoging van de pensioenen is, gegeven de huidige financiële positie van het fonds, op korte termijn klein: deelnemers van ABP moeten er rekening mee houden dat dit de komende vijf jaar niet of nauwelijks aan de orde zal zijn.

7.7 Haalbaarheidstoets 2017

In 2017 heeft ABP de reguliere jaarlijkse haalbaarheidstoets uitgevoerd. De pensioenresultaten laten ten opzichte van de (aanvangs)haalbaarheidstoets van vorig jaar een stijging zien. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan het gewijzigde premiebeleid vanaf januari 2017, waarbij de gemiddeld hogere premie tot hogere verwachte resultaten leiden. Op basis van de uitkomsten van de haalbaarheidstoets concludeert het bestuur dat het financieel beleidskader op de lange termijn aan de minimale eisen ten aanzien van het pensioenresultaat voldoet.