Terug naar boven

Oordeel van het Verantwoordingsorgaan 2017

3.1

INLEIDING

Het Bestuur legt jaarlijks verantwoording af aan het Verantwoordingsorgaan over het gevoerde beleid en de naleving van de principes van goed pensioenfondsbestuur zoals bedoeld in het Besluit uitvoering Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling van 18 december 2006.

Het Verantwoordingsorgaan is op grond van artikel 6, tweede lid, van het reglement van het Verantwoordingsorgaan, bevoegd om jaarlijks een oordeel te geven over:
a.     het handelen van het Bestuur aan de hand van het jaarverslag, de jaarrekening en andere relevante informatie, waaronder de bevindingen van de Raad van Toezicht;
b.    het door het Bestuur uitgevoerde beleid in het afgelopen kalenderjaar;
c.     beleidskeuzes die op de toekomst betrekking hebben;
d.    de naleving van de Code Pensioenfondsen.

In dat kader deelt het Verantwoordingsorgaan zijn bevindingen, spreekt een oordeel uit over het handelen van het Bestuur in 2017 en doet een aantal aanbevelingen voor 2018.

TOTSTANDKOMING

Op donderdag 26 april 2018 heeft het Bestuur aan het Verantwoordingsorgaan verantwoording afgelegd over het in 2017 gevoerde beleid. Het Verantwoordingsorgaan heeft zich een oordeel kunnen vormen aan de hand van eigen waarnemingen, het conceptjaarverslag ABP 2017, het conceptverslag Duurzaam en Verantwoord Beleggen 2017 alsmede op basis van informatie uit gesprekken met de Raad van Toezicht, de externe accountant, de externe actuaris en de compliance officer van het Pensioenfonds.

ALGEMEEN

In het oordeel van het Verantwoordingsorgaan over het handelen van het Bestuur over 2016 heeft het Verantwoordingsorgaan meerdere bevindingen en aanbevelingen gedaan aan het Bestuur.
Deze bevindingen en aanbevelingen zijn, gedurende het jaar, bij de verschillende gespreksonderwerpen en adviesaanvragen, onderwerp van gesprek geweest in de overlegvergaderingen van het Verantwoordingsorgaan met het Bestuur.

Ten aanzien van de bevindingen en aanbevelingen 2016 constateert het Verantwoordingsorgaan in het algemeen dat het Bestuur zich heeft ingespannen om deze aanbevelingen te realiseren. Voor zo ver nodig komt het Verantwoordingsorgaan in dit oordeel terug op de aanbevelingen uit het oordeel 2016.

Het Verantwoordingsorgaan spreekt zijn waardering uit voor het inhoudsrijke en heldere jaarverslag 2017. Het Verantwoordingsorgaan constateert dat het Bestuur zijn rol en verantwoordelijkheden in het verslagjaar genomen heeft.

Het Verantwoordingsorgaan brengt binnen deze zittingsperiode voor de vierde en laatste keer een oordeel uit over het handelen van het Bestuur. In de eerste zittingsperiode van het Verantwoordingsorgaan “nieuwe stijl” heeft de wijze waarop het Bestuur het Verantwoordingsorgaan betrekt bij de besluitvorming en bij de strategische ontwikkelingen zich positief ontwikkeld.

Het Verantwoordingsorgaan waardeert de inspanningen van het Bestuur op dit gebied maar constateert ook dat die positieve ontwikkeling in 2017 op enkele dossiers een zekere stagnatie heeft opgelopen. In dit voorliggende oordeel gaat het Verantwoordingsorgaan daarop nader in.

Het Verantwoordingsorgaan onderstreept nogmaals het blijvende belang van een open, kritisch en constructief overleg tussen Bestuur en Verantwoordingsorgaan, met erkenning van ieders verantwoordelijkheid.

BEVINDINGEN

In de oordeelsvorming van het Verantwoordingsorgaan zijn de belangrijkste bevindingen:

Complexiteitsreductie

Het Verantwoordingsorgaan is door het Bestuur in 2016 geïnformeerd over het feit dat een integere en beheerste uitvoering niet langer te waarborgen was vanwege de gegroeide complexiteit van de pensioenregeling. Het Verantwoordingsorgaan heeft in het oordeel over 2016 opgemerkt dit signaal, als zeer urgent te ervaren.

Het Verantwoordingsorgaan heeft het Bestuur toen opgeroepen om, in overleg met sociale partners, tot oplossingen te komen met betrekking tot de uitvoerbaarheid van de regeling.

Het overleg over de complexiteitsreductie heeft zich vanaf het begin van 2017 met name afgespeeld in de Pensioenkamer en in het Sectoroverleg Defensie. Het bestuur heeft het Verantwoordingsorgaan in de eerste helft van 2017 enkele keren mondeling geïnformeerd over de dringende aandacht die het van sociale partners heeft gevraagd voor het bereiken van een tijdig resultaat.

De door het Bestuur aan sociale partners voorgestelde oplossingen zagen op een vereenvoudiging van de middelloonregeling voor de burgers en vervanging van de eindloonregeling voor militairen door een (sectorspecifieke) middelloonregeling.

Vervanging van de eindloonregeling voor militairen door een (sectorspecifieke) middelloonregeling

Het Verantwoordingsorgaan werd door het bestuur in september geconfronteerd met een voorgenomen besluit tot wijziging van de statuten die het voor het bestuur mogelijk zou moeten maken om in te grijpen in pensioenregelingen, zonder tussenkomst van de sociale partners. Aanleiding daartoe was voor het bestuur dat de sociale partners in de sector Defensie niet tot overeenstemming leken te komen over de invoering van een middelloonregeling voor militairen.

De adviesaanvraag van het Bestuur werd vooral als ingrijpend gezien omdat het voorstel van het Bestuur tot een zeer grote wijziging in de governance rond de ABP-pensioenregeling zou leiden. De omstandigheid dat het Bestuur aangaf slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden gebruik te willen maken van de bevoegdheid deed niet af aan de principiële en fundamentele vragen die hierbij konden worden gesteld. Dit leidde ertoe dat een kleine meerderheid van het Verantwoordingsorgaan dan ook een negatief advies uitbracht.

Uiteindelijk hebben sociale partners Defensie in het najaar een akkoord bereikt - met een voorlopig karakter tot 1 oktober 2018. De insteek is dat per die datum een definitieve oplossing tot stand komt voor verdergaande vereenvoudiging van de pensioenregeling voor de sector Defensie, in de vorm van een middelloonregeling voor militairen. Het Bestuur heeft het voornemen tot statutenwijziging niet geëffectueerd.

Vereenvoudiging van de middelloonregeling

Ten aanzien van een vereenvoudiging van de middelloonregeling hebben sociale partners op 6 juli 2017 in de pensioenkamer een onderhandelingsakkoord gesloten hetgeen in september 2017 definitief bevestigd is.

Een van de maatregelen betrof het vervallen van de ANW-compensatie. Een maatregel die vele individuele deelnemers mogelijk zou kunnen treffen. Er werd immers een streep gezet door een al lang bestaande inkomens component in het Nabestaandepensioen van de partner bij overlijden van de deelnemer. Een inkomenscomponent die weliswaar gezien de historische context als een overgangsmaatregel kon worden gezien, maar die op het UPO gecommuniceerd werd zonder voorbehoud voor mogelijke toekomstige wijziging. Uit de vele vaak schrijnende en emotionele reacties die het Verantwoordingsorgaan ontving bleek dat veel deelnemers financiële planningen hadden gebaseerd op het vertrouwen dat de ANW-compensatie een bestendig onderdeel van de pensioenvoorziening zou zijn.

Het Verantwoordingsorgaan constateert dat het Bestuur bij sociale partners aangedrongen heeft op vereenvoudiging van de regeling en in deze door het Bestuur aan sociale partners ook concrete voorstellen om tot vereenvoudiging te komen gedaan zijn. Dit mede, op basis van adviezen van de uitvoeringsorganisatie, teneinde te voor komen dat de administratie van de pensioenuitvoering vast zou lopen.

Het vervallen van de ANW-compensatie was een van deze voorstellen. Gelet op het feit dat bij het Bestuur de individuele gevolgen voor deelnemers bekend waren is het Verantwoordingsorgaan van mening dat het Bestuur voor het overleg tussen sociale partners in de Pensioenkamer op grond van de professionele kennis die bij Bestuur en uitvoeringsorganisatie voorhanden is, meer aandacht had moeten besteden aan de gevolgen van het vervallen van de ANW-compensatie voor deelnemers.
Er was meer aandacht nodig geweest voor het tijdpad van de invoering, voor mogelijke overgangsregelingen.

Tot slot merkt het Verantwoordingsorgaan op dat de communicatie over het vervallen van de ANW-compensatie beter had gemoeten. Zo was de start van de communicatie veel te laat en onvolledig en was de gestuurde brief naar de deelnemers weinig empathisch.

Het Verantwoordingsorgaan heeft van het Bestuur begrepen dat complexiteitsreductie ook in de nabije toekomst een aandachtspunt is en blijft. Het Verantwoordingsorgaan roept het Bestuur op om in het verdere traject van complexiteitsreductie wel lering te trekken uit de gevolgen van eerdere wijzigingen van de regeling. Het Verantwoordingsorgaan geeft hierbij mede in herinnering de onvrede die in 2015 ontstaan is naar aanleiding van het vervallen van de AOW – partnertoeslag en uiteraard de thans ontstane onvrede over het vervallen van de ANW-compensatie.

Blijvende aandacht voor spanning tussen ambitie en realisatie

Het Verantwoordingsorgaan constateert dat het Bestuur in het vaststellen van de premie 2018 heeft vastgehouden aan de uitgangspunten als vastgelegd bij het premiebeleid 2017 en volgende jaren. Dit in het streven om te komen tot een stabiele premie. In 2016 heeft een kleine meerderheid van het VO negatief geadviseerd over de in de premienota opgenomen opslag op de VPL premie, o.a. vanwege de vraag of de evenwichtigheid van deze opslag voldoende in de premienota was onderbouwd. Het bestuur heeft ook toegezegd bij de Pensioenkamer aandacht te vragen voor het VPL dossier. De Pensioenkamer heeft naar aanleiding hiervan in 2017 geen redenen gezien om te komen tot een aanpassing van de VPL regeling. Het Verantwoordingsorgaan heeft ingestemd met de premienota 2018; enkele fracties hebben kanttekeningen geplaatst bij de VPL premie. Het Verantwoordingsorgaan is van mening dat de financiële positie van het fonds, mede in het licht van een mogelijke onvoorwaardelijke korting in 2021, om structurele monitoring vraagt waarbij proactieve communicatie met de deelnemers van groot belang is.

Financieel beleid 

Het Verantwoordingsorgaan heeft vooral aandacht besteed aan:

 

  1. Een daling van de kosten van pensioenbeheer en
  2. Een stijging van de kosten van vermogensbeheer.

Ad A een daling van de kosten van pensioenbeheer.

Het streven naar daling van de kosten is in het algemeen een goed uitgangspunt. Het bestuur wil deze lijn voortzetten door middel van de gemaakte scherpe afspraken met APG (SLA). Oogmerk zijn vermindering van de complexiteit en verdere digitalisering van de communicatie en administratie. Hoewel de tendens van de benchmark erop wijst dat ABP het goed doet, zijn de gegevens over 2017 nog niet beschikbaar. Kosten vormen een aspect, maar het daaraan gekoppelde service aspect is een ander verhaal. Ook hier tendeert de benchmark dat ABP het goed doet (2016).

Ad B een stijging van de kosten van vermogensbeheer.

Vermogensbeheerkosten worden onderscheiden in beleggingskosten en transactiekosten. De stijging van de vermogensbeheerkosten zijn geheel toe te schrijven aan de gestegen prestatievergoedingen (beleggingskosten). De stijging van de prestatievergoedingen is vooral het gevolg van hogere prestatievergoedingen bij aandelen opkomende markten, private equity, hedgefondsen en infrastructuur. Ter rechtvaardiging van deze hogere prestatievergoedingen is vastgesteld dat ABP in private equity belegt met een relatief hoger nettorendement dat hiermee na aftrek van alle kosten wordt behaald. De beheersvergoedingen (transactiekosten) daalden.

De organisatie van de verantwoordingscyclus is goed gelopen en het Verantwoordingsorgaan is positief over de kwaliteit en de ontwikkeling van de financiële informatie.

Aandacht voor communicatie 

Het Verantwoordingsorgaan constateert dat er sprake is van een kloof tussen voorgenomen communicatiebeleid, als vastgelegd in een communicatie jaarplan, en datgene wat er dagelijks in de praktijk gebeurt.
Deelnemers reageren vaak vanuit ontevredenheid, teleurstelling of gemaakte fouten. In de reactie heeft ABP veelal te weinig aandacht voor de weerbarstigheid van de materie en de emotie van deelnemer die eronder ligt. Het Verantwoordingsorgaan roept het Bestuur op met deze emoties meer rekening te houden teneinde de groep deelnemers voor wie het geloof in ABP geschaad is weer aan zich te binden.

Volwaardige medezeggenschap 

Enkele jaren gelden heeft het Verantwoordingsorgaan een oproep aan het Bestuur gedaan om in de relatie tussen bestuur en Verantwoordingsorgaan te werken aan volwaardige en gerespecteerde medezeggenschap.
Nadat er aanvankelijk verbeteringen te constateren waren lijkt het erop dat deze verbeteringen in sommige opzichten stagneren. In de besluitvorming om te stoppen met investeringen in tabak en kernwapens had het Verantwoordingsorgaan verwacht een actievere rol te kunnen hebben of eerder te worden geïnformeerd over het definitieve besluit van het bestuur. Het Verantwoordingsorgaan doet in deze dan ook een dringende oproep aan het Bestuur om de eerder waargenomen verbeteringen te continueren en verder uit te breiden.

Evaluatie bestuurlijk model

Naar het Verantwoordingsorgaan uit het jaarverslag heeft begrepen heeft het Bestuur een evaluatie van het bestuurlijk model in 2017 afgerond en vooralsnog geen reden gezien om het bestuurlijk model te wijzigen. Het Verantwoordingsorgaan is niet bij deze besluitvorming betrokken. In 2018 vindt een vervolgonderzoek plaats naar mogelijke andere vormen van bestuur.

Beleggingen  

Het Verantwoordingsorgaan gaf bij twee eerdere jaarverslagen al de aanbeveling om extra aandacht te besteden aan de beleggingscategorieën Hedgefondsen en Private Equity. Het Bestuur heeft toen aangegeven de beleggingen in hedgefondsen in een bredere evaluatie te zullen betrekken. Hierbij zou onderzoek worden gedaan naar de toegevoegde waarde zowel kwantitatief (rendement vs. kosten) als kwalitatief (transparantie, complexiteit e.d.). Het verantwoordingsorgaan  constateert dat hier stapsgewijs vorderingen worden gemaakt en wenst ook in 2018 concreet op de hoogte gehouden te worden door het Bestuur over de voortgang. Dit temeer daar APG de unieke keuze heeft gemaakt een deel van de beleggingsportefeuille in eigen beheer te doen en een deel uitbesteedt. Het verantwoordingsorgaan constateert dat de rendementen van de verschillende beheerders niet kunnen worden vergeleken maar dat het Verantwoordingsorgaan het wenselijk acht dit wel te kunnen doen.

Het Verantwoordingsorgaan verzocht bij het jaarverslag van 2016 het Bestuur om in het verslag Duurzaam en Verantwoord Beleggen 2017 een beeld te schetsen hoe lang engagement wordt volgehouden. Daarnaast verzocht het Verantwoordingsorgaan het Bestuur om ook een paragraaf op te nemen over onderwerpen die het Verantwoordingsorgaan aan de orde heeft gesteld, en hoe deze zijn afgehandeld.

Het Verantwoordingsorgaan voelde zich door het Bestuur overvallen met de plotselinge publicatie te streven haar forse belangen in tabak en kernwapens op termijn af te bouwen. Het Verantwoordingsorgaan was al langer bezig hier een analyserende themasessie aan te besteden, omdat uitsluitend “mooie rendementen” als rechtvaardiging hiervoor, door ons als te mager werd gezien. Van deze voorbereiding was het Bestuur op de hoogte. Ofschoon het Verantwoordingsorgaan instemt met de afbouw intenties, zou het Verantwoordingsorgaan graag vóóraf bij dit besluit zijn betrokken.

Verdieping van het inzicht in aspecten van evenwichtige belangenafweging

Op grond van artikel 105 lid 2 van de Pensioenwet is het bestuur gehouden zich bij de vervulling van zijn taak te richten naar de belangen van alle deelnemers, pensioengerechtigden en andere aanspraakgerechtigden en ervoor te zorgen dat zij zich allen op evenwichtige wijze vertegenwoordigd kunnen voelen.

Gezien het karakter van een pensioenfonds, waarin aspecten als solidariteit, gebundelde uitvoering er altijd toe kunnen leiden dat beleidswijzigingen voor individuele of groepen van gerechtigden tot verschillende uitkomsten leiden is vraagt deze wettelijke opdracht van het bestuur een grote inspanning. Deze inspanning richt zich op het handelen van het bestuur in de richting van de sociale partners in de Pensioenkamer die de pensioenregeling vaststellen en daarbij ook een eigen verantwoordelijkheid tot evenwichtige belangenafweging hebben, maar ook op de communicatie van het bestuur bij de uitvoering van de regeling en uiteraard ook op het handelen van het bestuur bij het vaststellen van de premies en bij discretionaire besluiten van het bestuur bij de uitvoering van de pensioenregeling. Naar het oordeel van het Verantwoordingsorgaan vraagt deze complexe taak om een regelmatige verdieping van het inzicht in alle aspecten van de evenwichtige belangenafweging. Deze aspecten kunnen betrekking hebben op de mate waarin uitvoeringskosten worden toegerekend, op effecten op de balans van het ABP en op b.v. intergenerationele aspecten. Doordat nieuwe ontwikkelingen ook kunnen doorwerken in de evenwichtigheid van eerder vastgestelde regelingen is een regelmatige actualisatie van het inzicht wenselijk.

Onderzoek naar risicobereidheid onder deelnemers

Het is evident dat belangrijk is dat het risicoprofiel van de beleggingen van ABP aansluit bij de voorkeuren van deelnemers. Het is echter niet makkelijk om die voorkeuren goed in beeld te krijgen. Het Verantwoordingsorgaan heeft het bestuur eerder verzocht na te gaan op welke manier een beeld kan worden verkregen van de risicovoorkeuren van deelnemers, en het Verantwoordingsorgaan te informeren over de uitkomsten en te betrekken bij mogelijk vervolgonderzoek. Helaas heeft het bestuur hieraan in 2017 nog geen opvolging gegeven.

OORDEEL

Op grond van de eigen bevindingen, de bevindingen van de accountant, actuaris, compliance officer en Raad van Toezicht, oordeelt het Verantwoordingsorgaan met inachtneming van de gemaakte kanttekeningen positief over het handelen van het Bestuur inzake het gevoerde beleid, de gemaakte beleidskeuzes en de naleving van goed pensioenfondsbestuur.

AANBEVELINGEN

Tijdens de overlegvergadering tussen Bestuur en Verantwoordingsorgaan op donderdag 26 april 2018 heeft het Verantwoordingsorgaan onderstaande aanbevelingen aan het bestuur gedaan.

Complexiteitsreductie

Structurele oplossing om te komen tot een definitieve vereenvoudiging van de pensioenregeling voor de sector Defensie. 

Het Verantwoordingsorgaan doet een dringend beroep op het Bestuur om in 2018 sociale partners Defensie aan te spreken op een tijdige wijziging van de inhoud van de pensioenregeling. Mocht onverhoopt een akkoord tot een definitieve vereenvoudiging van de pensioenregeling voor de sector Defensie uitblijven dan roept het Verantwoordingsorgaan het Bestuur nu reeds op om te zoeken naar alternatieven en te doen wat in het vermogen van het Bestuur ligt om patstellingen te vermijden.

Verdergaande complexiteitsreductie binnen de Pensioenregeling.

Het Verantwoordingsorgaan deelt de urgente zorgen van het Bestuur daar waar het gaat om het reduceren van de complexiteit in de regeling. Het Verantwoordingsorgaan verwacht dat het Bestuur, in overleg met sociale partners, tot oplossingen komt met betrekking tot de uitvoerbaarheid van de regeling.

Complexiteitsreductie mag echter geen doel op zich worden. De risico’s in de pensioenregeling moeten worden geïdentificeerd en beheerst waarbij de menselijke kant van het verhaal, vanuit het perspectief van de deelnemer, niet uit het oog verloren mag worden. Het Bestuur dient zich goed te realiseren wat de gevolgen zijn voor individuele deelnemers en de sociale partners hierop te wijzen. Ook dient het overleg tussen de uitvoeringsorganisatie en het Bestuur op een inhoudelijk kritische manier gevoerd te worden en dienen sociale partners in de Pensioenkamer goed meegenomen te worden in de soms verstrekkende individuele gevolgen. Alleen dan kunnen noodzakelijke maatregelen genomen worden die bijdragen aan een stabiele uitvoering en een regeling die goed communiceerbaar is.

Het Verantwoordingsorgaan verzoekt het Bestuur een vertaling te maken van de inzichten uit het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met de titel: “Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid.” van april 2017. Deze vertaling en een meer gedragswetenschappelijke oriëntatie zou een belangrijk onderdeel van de uitvoeringstoetsing van wijzigingen in de pensioenregeling en van de communicatie daarover moeten worden.

Blijvende aandacht voor spanning tussen ambitie en realisatie 

Het Verantwoordingsorgaan herhaalt in deze de aanbeveling als gedaan in 2017. Dit betekent dat het Verantwoordingsorgaan het Bestuur oproept vast te houden aan de uitgangspunten bij het premiebeleid 2017 en volgende jaren. Dit in het streven om te komen tot een stabiele premie.
Ook vraagt de financiële positie, mede in het licht van een mogelijke onvoorwaardelijke korting in 2021 om structurele monitoring waarbij proactieve communicatie met deelnemers van groot belang is.

Financieel beleid

Kosten van pensioenbeheer

Geadviseerd wordt dat in het streven naar verdere verlaging van de kosten van het pensioenbeheer het niveau van de serviceverlening aan de deelnemers en pensioengerechtigden niet uit het oog mag worden verloren en hierop gericht te monitoren. Alertheid op kosten is geboden waarbij het wel van belang is dat het basisniveau van de dienstverlening niet in gevaar mag komen.

Beleggingskosten

Geadviseerd wordt het beleid voor meer intern beheer, meer directe investeringen en verlaging van de vergoedingen voor een aantal externe vermogensbeheerders te intensiveren mede om reputatie schade in de publiciteit te voorkomen.

Aandacht voor communicatie

In de relatie met de deelnemer is de communicatie van groot belang. Geef invulling aan het voorgenomen beleid en laat dit ook zien in de dagelijkse uitvoering, zowel schriftelijk als mondeling.
In dat kader roept het Verantwoordingsorgaan het Bestuur op om:

-       de voor 2018 voorgestelde prestatie indicatoren voor deelnemers – en werkgevers onverkort te realiseren en daar actief op in te zetten;
-       aandacht te besteden aan de lessons learned uit de incidenten als het beëindigen van de AOW partnertoeslag in 2015 en het vervallen van de ANW compensatie en deze lessons learned te integreren in de communicatie uitingen;
-       aandacht te besteden aan de inrichting van crisis(-communicatie) teneinde snel en adequaat (in één keer goed) te handelen in geval er zich incidenten voordoen;
-       ervoor zorg te dragen dat alle uitingen gericht aan deelnemers eind 2018 voldoen aan het criterium duidelijk & eenvoudig communiceren.

Volwaardige medezeggenschap

Het Verantwoordingsorgaan roept het Bestuur op om bij de instelling van het nieuwe Verantwoordingsorgaan op 1 juli 2018 te investeren in een volwaardige medezeggenschapsrelatie. Ontwikkel een inhoudelijk opleidingsprogramma maar besteed ook aandacht aan cultuur & gedrag. Uiteraard is deze laatste aanbeveling wederzijds. Vooraf goed de rollen en verantwoordelijkheden vastleggen leidt achteraf niet tot discussies.

Evaluatie bestuurlijk model 

Het Verantwoordingsorgaan doet een oproep aan het Bestuur om het Verantwoordingsorgaan mee te nemen in het onderzoek naar een (mogelijk) nieuw bestuurlijk model en ook tussentijds eventuele resultaten of voorlopige conclusies te delen.

Grondslagenonderzoek / actuariële analyse

In 2018 zal wederom een grondslagenonderzoek plaatsvinden. Het Verantwoordingsorgaan adviseert om hierbij expliciet aandacht te besteden aan de volgende elementen:
-       de verwachte toekomstige trend als gevolg van een verdere verhoging van de AOW leeftijd.
-       te voorkomen dat door het verschuiven van de AOW leeftijd er sprake is van een onterechte vrijval van de voorziening.
-       in aanvulling op het grondslagenonderzoek het in 2017 gerealiseerde resultaat op langleven nader te onderzoeken.

Tot slot verzoekt het verantwoordingsorgaan nader onderzoek te doen naar de vervuiling van de resultatenanalyse als gevolg van een negatief resultaat op de uitruil van partnerpensioen in ouderdomspensioen. In deze aanbeveling past tevens om een audit te laten uitvoeren op de actuariële analyses zoals die door het systeem worden vastgesteld.

Beleggingen

Het Verantwoordingsorgaan constateert dat de Duurzaamheid doelstelling ten aanzien van het reduceren van de CO2 afdruk (-25%) van de portefeuille die voor 2020 gesteld was al in 2017 gehaald is. Het Verantwoordingsorgaan vraagt daarom het bestuur om deze doelstelling aan te scherpen voor de komende jaren.

Het Verantwoordingsorgaan dringt er nogmaals op aan de rendement resultaten van eigen beheer en uitbesteed beheer inzichtelijk te maken en onderling te vergelijken.

Verdieping van het inzicht in aspecten van evenwichtige belangenafweging

Het Verantwoordingsorgaan roept het Bestuur op om mede met behulp van (extern) onderzoek het inzicht in alle aspecten van evenwichtige belangenafweging te verdiepen en dit inzicht regelmatig te actualiseren, dit mede als hulpmiddel voor een goede onderbouwing op het aspect van de evenwichtige belangenafweging van in de toekomst te nemen besluiten.

Onderzoek naar risicobereidheid onder deelnemers

Het Verantwoordingsorgaan verzoekt het bestuur alsnog na te gaan op welke manier een beeld kan worden verkregen van de risicovoorkeuren van deelnemers, en het Verantwoordingsorgaan te informeren over de uitkomsten en te betrekken bij mogelijk vervolgonderzoek. 

REACTIE BESTUUR OP HET OORDEEL VAN HET VERANTWOORDINGSORGAAN

Het bestuur heeft met belangstelling kennisgenomen van de bevindingen en aanbevelingen van het verantwoordingsorgaan en bedankt het verantwoordingsorgaan voor het uitgebrachte positieve oordeel over het gevoerde beleid in 2017. De aanbevelingen van het verantwoordingsorgaan zullen door het bestuur worden meegenomen.

Tot slot dankt het bestuur het verantwoordingsorgaan voor zijn inzet, de constructieve samenwerking en de grote betrokkenheid van zijn leden gedurende de afgelopen vier jaren.