Terug naar boven

Verslag van de Raad van Toezicht

1.1

INLEIDING

Vanuit het oogpunt van toezicht is in 2017 in het bijzonder en met regelmaat aandacht geweest voor een bestendige en betrouwbare uitvoering van de pensioenregeling. In 2017 waren de belangrijkste thema’s het bestuurlijke proces van de complexiteitsreductie, de inrichting van het risicomanagement, het geschiktheidsbeleid van bestuurders en de daarbij behorende competentieprofielen en de stand van zaken rondom de evaluatie van het bestuurlijk model.
De raad spreekt zijn waardering uit voor de manier waarop het bestuur in het verslagjaar met deze thema’s is omgegaan en leiderschap heeft getoond op deze vaak moeilijke dossiers. 

VISIE OP TOEZICHT

De maatschappelijke rol en verantwoordelijkheid van ABP is leidend voor het intern toezicht. De raad is van mening dat het voor een beheerste en integere bedrijfsvoering essentieel is dat de bestuurlijke processen op orde zijn, dat het bestuur goed functioneert en dat de bestuurders passen bij de taken en bij de ontwikkelingen waar het fonds in de voorzienbare toekomst mee wordt geconfronteerd.

De raad beschouwt het bewaken van de kwaliteit en professionaliteit van de bestuurders als een van de belangrijkste pijlers van goed toezicht.

GOEDKEURINGSACTIVITEITEN EN BEVINDINGEN

Overzicht van goedkeuringsactiviteiten

Benoeming / herbenoeming bestuursleden

De raad heeft in 2017 voor twee kandidaat bestuursleden een toets aan het vastgestelde profiel uitgevoerd. Ook heeft een dergelijke toets plaatsgevonden voor twee herbenoemingen. Daaraan voorafgaand heeft de raad de profielen getoetst en goedgekeurd.

Goedkeuring jaarverslag 

Op 26 april 2018 heeft de raad in een overlegvergadering met het bestuur het jaarverslag 2017 besproken en goedgekeurd.

Overzicht van bevindingen

Algemeen beleid

De raad constateert dat het bestuur toegewijd is de missie te vervullen en daar de raad van toezicht in voldoende mate bij betrekt. Met betrekking tot de toekomst constateert de raad dat het bestuur een eigen visie heeft en daarover ook de dialoog voert met de pensioenkamer en andere belanghebbenden bij het fonds. Het meer-jaren premiebeleid dat is vastgelegd in 2016 is in 2017 volgens afspraak uitgevoerd, hetgeen bijdraagt aan stabiliteit.

De raad heeft uitvoerig aandacht besteed aan de volgende punten ten aanzien van algemeen beleid:

Strategie

In het verslagjaar is een proces gestart om de gekozen strategie te evalueren. Daarbij wordt tevens aansluiting gezocht tussen de eigen strategie en de strategie van APG. De raad onderschrijft het belang van dit strategisch proces in een veranderend pensioenlandschap. De raad constateert met tevredenheid dat het bestuur zijn eigen timing heeft gekozen voor de start van dit proces en niet wacht op de voortgang van de discussie over een nieuw stelsel en de inregeling daarvan.

De raad als toezichthouder, ziet het primair als zijn taak om het proces te monitoren en beoordelen of het ordentelijk verloopt en tevens of er voldoende ambitie ligt in de scenario’s die aan de orde komen. Daarnaast neemt de raad als gesprekspartner voor het bestuur tevens de vrijheid input te leveren voor het strategische proces op relevante punten en om een oordeel te geven over de uitkomst van het proces (met inachtneming van de bestuurlijke verantwoordelijkheid).

Complexiteitsbeheersing en waar mogelijk reductie

Zodra dit onderwerp (in 2016) op de strategische agenda van het bestuur verscheen, maakte de raad hier één van zijn acht thema’s van waaraan bijzondere aandacht werd besteed. De raad heeft in elke reguliere overlegvergadering en in door het bestuur extra ingelaste besprekingen de insteek en het proces kritisch en intensief gevolgd. Daarbij heeft de raad geïnformeerd naar alternatieven, overwegingen en afwegingen. De raad adviseerde het bestuur om alle onderzochte opties en alternatieven, overwegingen en afwegingen daarbij expliciet en separaat te documenteren. De raad heeft in het bijzonder getoetst of sprake was van proportionaliteit in voorgenomen en overwogen stappen, zowel ten aanzien van de minimaal noodzakelijke inhoudelijke aanpassingen in de regelingen als ten aanzien van de rol van het bestuur in het licht van de wettelijke rolverdeling met sociale partners. De raad heeft gedurende het traject getoetst of en geoordeeld dat het bestuur proportioneel en zorgvuldig handelde.

Doordat bij invoering van de aanpassingen bleek dat over de consequenties voor een groep deelnemers (afschaffen ANW compensatie) grote onrust was, ontstond bij de raad de vraag of het bestuur bij alle onderdelen van complexiteitsreductie de risico’s voldoende in beeld heeft. Duidelijk is geworden dat het bestuur onvoldoende tijdig en onvoldoende volledig met betrokkenen heeft gecommuniceerd. Het bestuur erkende dat en heeft in tweede instantie adequaat de handschoen opgepakt door daarvoor verantwoordelijkheid te nemen en bij te sturen. De raad is van mening dat in het vervolg van de aanpak van complexiteit de risico’s per onderdeel van de regeling moeten worden geïdentificeerd en beheerst en dat communicatie expliciet door het bestuur moet worden afgewogen op tijdigheid en volledigheid, vanuit het perspectief van de deelnemer.

Risicohouding en risiconiveau

De wijze waarop het deelnemersperspectief wordt meegenomen in de risicobereidheid van het fonds, is al langer een expliciet punt voor de raad en onderwerp van gesprek tussen de raad en het bestuur. Het bestuur heeft de raad eerder laten weten een risicobereidheid onderzoek onder deelnemers nu niet te willen houden, maar eventueel later, gekoppeld aan het nieuwe stelsel. De raad heeft begrip voor de argumenten van het bestuur en vraagt het bestuur wel na te denken hoe het deelnemersperspectief op korte termijn meer expliciete aandacht kan krijgen in de onderbouwing van de risicohouding (en het risico van de mix).

Financiële opzet & premiebeleid en herstelplan

De Raad heeft vorig jaar geconcludeerd dat het bestuur in 2016 verantwoordelijkheid heeft genomen met een meer-jarig premiebeleid om de financiële opzet van het fonds te verstevigen. Daarbij heeft de raad het bestuur opgeroepen te volharden in dit premiebeleid. Aan de hand van de premie- en indexatienota 2018 concludeert de Raad dat het in 2016 ingezette meerjarig premiebeleid gericht op een solide financiering van de regeling inderdaad wordt voorgezet.

De raad constateert dat het bestuur zich bewust is dat de financiële positie kwetsbaar blijft vanwege de onzekerheid gericht op 2020 met het oog op een eventuele onvoorwaardelijke korting (dekkingsgraad 5 jaar onder het minimum vereist vermogen). De raad heeft zich laten informeren over de wijze waarop het bestuur met dit risico omgaat. In 2018 blijft dit een onderwerp van bijzondere aandacht voor de raad.
De raad heeft kennisgenomen van het herstelplan. De raad heeft vastgesteld dat dit plan zorgvuldig is opgesteld.

Governance

Bestuur heeft evaluatie bestuurlijk model (voorlopig) afgerond.

De ervaringen met de aanscherping van het bestuurlijk model, onder meer resulterend in een expliciete mandatering aan commissies en bestuursbureau zijn positief.
Mede om deze reden heeft het bestuur tijdens de evaluatie van het bestuurlijk model geen reden gezien om thans tot wijziging daarvan over te gaan. De raad onderschrijft dit standpunt. Wel heeft het bestuur aangekondigd om de huidige werkwijze ook naar de toekomst te blijven evalueren. De raad wijst er thans reeds op dat bij een hernieuwde evaluatie een grondige analyse van de pro’s en contra’s van bestuurlijke modellen onontbeerlijk is om tot een juiste afweging te kunnen komen.

Er zou een traject afgesproken moeten worden waarin er meer balans is tussen de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de raad en de positie die de raad heeft in het proces. 

Toekomstgerichtheid competentieprofielen bestuur en functioneren bestuursleden

De raad vervult een rol ten aanzien van profielen, deskundigheidsbeleid, het bestuursmodel en het beloningsbeleid. Deze onderwerpen heeft de raad in het verslagjaar bij verschillende gelegenheden en veelal in samenhang bekeken. Profielen werden nadrukkelijk in het kader van het strategisch beleid van het fonds beoordeeld. Enkele keren beoordeelde de raad concept-profielen voor vacatures in het bestuur. Daarbij werd het deskundigheidsbeleid dat in ontwikkeling was betrokken. De raad wil bij het goedkeuren en toetsen van kandidaten aan de profielen nadrukkelijk kijken naar het strategisch beleid en verandervermogen van het bestuur: tot welke eisen ten aanzien van kennis en competenties leidt dat in profielen? Ook bij herbenoeming wil de raad niet alleen beoordelen of een kandidaat in de afgelopen vier jaar aan de eisen heeft voldaan maar ook of deze de benodigde bijdrage in de komende vier jaar kan leveren. Bespreking van concept-profielen in de raad heeft soms tot aanpassingen geleid.

Het beloningsbeleid is in 2017 intensief besproken tussen de raad en het bestuur. De raad heeft aangedrongen op een samenhangend beleid waarbij de samenhang duidelijk was tussen uitgangspunten, randvoorwaarden en procesregels waarbij de hoogte van de beloning het resultaat is van het gevoerde beleid. Eind 2017 is het beleid goedgekeurd door de raad. De beloning van de raad zelf was niet aan de orde.

Adequate risicobeheersing

De raad heeft gedurende het jaar een aantal commissievergaderingen bijgewoond en de werkwijze van de commissies geobserveerd. In een presentatie kreeg de raad een toelichting op de laatste ontwikkelingen in de opzet van het risicomanagement. Tevens is met een delegatie van de commissie Risico & Balans een gesprek gevoerd en heeft de raad zich laten informeren over de wijze waarop het risicomanagement op aan APG uitbestede activiteiten plaatsvindt en hoe dit bijdraagt aan het in control zijn van ABP over de uitbesteding. Op grond hiervan heeft de raad zich een beeld gevormd van de opzet en de werking van het risicomanagement.

De raad ziet naast de structuurverbeteringen dat er nog ruimte voor verbetering is om te komen tot een meer risicobewuste cultuur. Zo bevat nog niet elke beleidsnotitie een risicoparagraaf en is het nog niet altijd een tweede natuur om stil te staan bij risico’s.
Daarnaast is het niet altijd zichtbaar of in de beleidsvoorbereiding en de besluitvorming over beleidsvoorstellen voldoende tijd en aandacht wordt besteed aan de afweging van risico’s en risico mitigerende maatregelen.

Het bestuur heeft in 2017 de governance ten aanzien van het risicomanagement gewijzigd. Het uitgangspunt voor de nieuwe structuur van het bestuur is om te komen tot integraal risicomanagement. De belangrijkste wijziging betrof de introductie van de bestuurscommissie Risico & Balans, die verantwoordelijk is voor advisering over het risicobeleid, alsmede voor de norm- en kaderstelling van risico’s (de voorkant). De monitoring op de beheersing van de risico’s vanuit de beheersmaatregelen en processen is belegd bij het Audit Committee (de achterkant). Hierdoor is het integraal risicomanagement ten aanzien van beleidsvoering in een aparte commissie belegd en is er een meer holistische benadering van het risicomanagement. In de bemensing van de commissies is gekozen geen overlap te hebben van expert-bestuursleden in de commissie Risico & Balans (beleid) en de audit commissie (monitoring). Ook wordt er gewerkt aan een management dashboard voor sturing en monitoring. Het bestuur neemt maatregelen om de afbakening van het risicomanagement tussen ABP en APG te verduidelijken en om het risicomanagement aan de zijde van ABP te versterken door invulling te geven aan 1e en 2e lijns risicomanagement. Hiertoe is onder andere binnen het bestuursbureau de risicomanagement functie versterkt door het opzetten van een gespecialiseerd team. De raad constateert dat de genomen stappen bijdragen aan een meer volwassen opzet van het risicomanagement.

De raad constateert dat het niveau van risicomanagement adequaat is. Het bestuur geeft in 2017 op een systematische en gestructureerde wijze invulling aan risico-inventarisatie en risicobeheersing met adequate beheersmaatregelen die in 2018 voor verdere verbeteringen zullen zorgen.

Evenwichtige belangenafweging

Voor de raad is de discussie over evenwichtigheid bij twee dossiers zeer expliciet aan de orde geweest. Dat was verleden jaar bij de totstandkoming van het meer-jaren premiebeleid. Dat werkt door in het verslagjaar. En afgelopen jaar bij de behandeling van het dossier complexiteitsreductie. Beide dossiers zijn elders in het verslag besproken en in beide gevallen oordeelt de raad positief over de wijze waarop de belangen van diverse groepen van deelnemers ten opzichte van elkaar zijn gewogen.

Beleggingsbeleid en vermogensbeheer

Het bestuur van ABP heeft in 2017 de herinrichting van het vermogensbeheer conform het plan van 2016 geïmplementeerd. De raad ziet dat het bestuur dit op degelijke wijze heeft opgepakt. De herziene processen en de inrichting van de fiduciaire functie bij APG leiden tot een toegenomen beheersing en duidelijker afbakening van verantwoordelijkheden. De mandatering draagt bij aan meer focus van de beleggingscommissie op de strategische onderwerpen. De raad observeert dat in de beleggingscommissie met de ‘performance dialoog’ veel explicieter aandacht is voor gedrag en cultuur. De raad heeft de implementatie van de herinrichting gemonitord. Tevens heeft de raad met het bestuur gesproken over de ervaringen met de nieuwe manier van werken en de bevindingen van DNB in het validatieonderzoek naar taken, rollen en verantwoordelijkheden. De raad is van mening dat het bestuur en de beleggingscommissie grote stappen voorwaarts hebben gemaakt.

Duurzaam en verantwoord beleggen

De raad ziet met genoegen dat het bestuur consciëntieus en stapsgewijs het duurzaam en verantwoord beleggen implementeert conform het in 2016 ingezette plan. De raad ziet dat er in het bijzonder goede voortgang wordt gemaakt in de richting van de Sustainable Development Goals. ABP heeft besloten tabak en kernwapens uit te sluiten. De raad heeft met het bestuur het gevolgde proces besproken dat hiertoe heeft geleid. De raad constateert dat het bestuur een zorgvuldig proces heeft gevolgd. Aan de basis van dit proces ligt de keuze voor een beoordelingskader voor uitsluitingen waardoor productuitsluitingen niet kwestie-gedreven zijn, maar een gevolg van toepassen van eenduidige criteria. Wel begrijpt de raad dat het VO zich te laat geïnformeerd voelde inzake het door het bestuur genomen besluit gegeven de grote betrokkenheid en de getoonde maatschappelijke verantwoordelijkheid van het VO bij dit dossier. De raad onderschrijft overigens de motivatie van het bestuur dat voortijdig informeren van het VO problemen geeft met betrekking tot voorkennis.

Uitbesteding

Het uitbestedingsbeleid is door het bestuur in het verslagjaar opnieuw vastgesteld. De raad heeft hier kennis van genomen en zich in 2017 beperkt tot het monitoren ervan.

Met betrekking tot de uitbesteding van Vermogensbeheer hebben zich in het verslagjaar geen belangrijke wijzigingen voorgedaan. Op de uitbestedingsrelatie wordt primair toezicht gehouden door het bestuursbureau met een rapportagelijn naar het audit committee. De KPI’s voor sturing zijn – als onderdeel van regulier onderhoud – aangescherpt op onderdelen.
Ten aanzien van de uitbesteding van Rechtenbeheer is een project ingericht in lijn met Vermogensbeheer in 2017. Doel is te komen tot een vernieuwde uitbestedingsrelatie met APG in 2018.

Communicatie

Bij monde van de voorzitter van het bestuur trad ABP in 2017 veelvuldig op in de openbaarheid op basis van door het fonds vastgestelde uitgangspunten over de wijziging van het Nederlandse pensioenstelsel. Deze uitgangspunten worden echter door delen van de stakeholders opgevat als een voorkeur voor één van de mogelijke modellen die momenteel nog op de tekentafel liggen. Zij zijn van mening dat het niet de rol van het bestuur van ABP is om een mening te geven of advies te formuleren, en dat het bestuur terughoudender moet zijn in zijn optreden in het publieke debat. Hoewel de raad dit dilemma onderkent is de raad van mening dat ABP als grootste fonds van Nederland een verantwoordelijkheid heeft naar de Nederlandse samenleving in het algemeen en naar zijn deelnemers in het bijzonder, om de discussie over een nieuw pensioenstelsel met relevante kennis en de juiste vragen te ondersteunen. Wel gaf de raad het bestuur mee dat naarmate er tussen sociale partners (tijdelijk) eerder minder dan meer overeenstemming lijkt te bestaan over de inrichting van de stelselwijziging, het bestuur toenemend vatbaar wordt voor kritiek over zijn bijdrage aan de discussie.

OPVOLGING AANBEVELINGEN RAPPORT 2017

In het rapport 2017 heeft de raad enkele concrete aanbevelingen gedaan aan het bestuur. Deze aanbevelingen zijn met regelmaat onderwerp van gesprek geweest tijdens de gezamenlijke vergaderingen van de raad met het bestuur. Ten aanzien van de aanbevelingen voelt de raad zich voldoende gehoord door het bestuur.

VOORUITBLIK 2018

In 2018 zal de raad van toezicht, naast de wettelijke en statutaire toezichttaak, aan eigen specifieke thema’s aandacht geven, waaronder:

  1. strategie van het fonds en de sturing door het bestuur op innovatie en verandervermogen;
  2. integraal risicomanagement, effectief risicobeheer;
  3. complexiteitsbeheersing;
  4. governance en bestuurseffectiviteit;
  5. balans- en beleggingsrisico;
  6. deelnemer centraal;
  7. evaluatie Duurzaam en Verantwoord Beleggen.

De raad zal zijn toezichtrol invullen door afhankelijk van het onderwerp te monitoren, te klankborden of te challengen. De raad heeft een werkplan voor 2018 gemaakt waarin de werkwijze en planning nader zijn uitgewerkt.

De raad van toezicht,

Huub Hannen, voorzitter
Kitty Roozemond
Peter de Groot
Nicolette Loonen
Anneke van der Meer

Amsterdam, 26 april 2018