Terug naar boven

Pensioenbeheer

 
Op het gebied van pensioenbeheer had de vereenvoudiging van de regeling de hoogste prioriteit en de meeste impact op onze organisatie. Ook de invoering van het nieuwe premiebeleid was belangrijk in het verslagjaar: 2017 was het eerste jaar dat dit beleid is geëffectueerd.

4.1 Ontwikkelingen vereenvoudiging pensioenregeling

Na een lange aanloop zijn in 2017 concrete stappen gezet in het vereenvoudigen van de pensioenregeling. Wij hebben de afgelopen jaren bij de sociale partners benadrukt dat de regeling in de huidige vorm niet langer beheersbaar en uitlegbaar was (zie ook onze jaarverslagen van 2015 en 2016). De belangrijkste oplossingen liggen in de inhoud van de pensioenregeling; deze wordt bepaald door de sociale partners in de Pensioenkamer.

Het was belangrijk dat de noodzakelijke vereenvoudigingen per 1 januari 2018 doorgevoerd moesten zijn. Vanaf die datum gaat de pensioenrichtleeftijd immers naar 68 jaar. Er moest voldoende ruimte zijn om ook die ingrijpende wijziging te kunnen doorvoeren met een aanvaardbare druk op alle operationele processen. Zonder ingrijpen werd het risico reëel dat pensioenen niet meer juist en tijdig zouden worden geadministreerd en uitbetaald.

4.1.1 Besluitvorming sociale partners middelloonregeling

Op 6 juli 2017 hebben sociale partners in de Pensioenkamer een Onderhandelaarsakkoord gesloten over de middelloonregeling. Dit akkoord is in september 2017 definitief bevestigd.
Het akkoord levert een goede bijdrage om de uitvoerbaarheid van de regeling te waarborgen en de uitlegbaarheid van de regeling en communicatie met deelnemers te verbeteren.

Kaderstellende principes  

Bij de besluitvorming van sociale partners is een aantal principes leidend geweest. Deze kaderstellende principes zijn in 2016 opgesteld door ABP en de sociale partners. Het zijn als het ware de spelregels waaraan de pensioenregeling en toekomstige wijzigingen van de regeling moeten voldoen, om de regeling ook na wijzigingen uitvoerbaar en uitlegbaar te houden. De principes zullen ook in toekomstige besluitvorming worden gehanteerd.

Afspraken over de middelloonregeling

In de middelloonregeling hebben sociale partners op voorstel van het bestuur over de volgende onderwerpen vereenvoudigende afspraken gemaakt per 1 januari 2018:

  • partnerpensioen (compensatie loonheffing, bijstelling bij hertrouwen);
  • Anw-compensatie;
  • arbeidsongeschiktheidspensioen;
  • pensioenopbouw tijdens werkeloosheid.

Meer informatie is te vinden op onze website.

Naast de thema’s voortvloeiend uit de vereenvoudiging zijn afspraken gemaakt over de volgende elementen van de middelloonregeling per 1 januari 2018:

  • pensioenrichtleeftijd 68;
  • wezenpensioen, hoogte en eindleeftijd uitkering;
  • vervallen van onderscheid in partnerpensioen voor en na 67 jaar;
  • maandaanlevering van salarisgegevens in 2022.

4.1.2 Overgangsregeling militairen

Het Sector Overleg Defensie (SOD) heeft 12 oktober 2017 een akkoord bereikt over de aanpassing van de eindloonregeling in 2018. Afgesproken is dat de eindloonregeling voor het jaar 2018 zal worden omgevormd tot een overgangsregeling met een eindloonkarakter. Daarbij zullen de wijzigingen in de middelloonregeling zoals hiervoor toegelicht zoveel mogelijk worden toegepast. Dit met uitzondering van het arbeidsongeschiktheidspensioen voor militairen, dat geen onderdeel is van de pensioenregeling van ABP. Verder hebben sociale partners afgesproken dat met terugwerkende kracht de ontwikkeling van de lonen als indexatiemaatstaf zal gelden voor militairen met pensioenopbouw in 2016 en 2017.

Berekening backservice

Concreet betekent dit dat vanaf 1 januari 2018 opbouw plaatsvindt conform de systematiek van de middelloonregeling met, uitsluitend voor het jaar 2018, een aanvullende module voor de backservice. Bij de eindloonregeling zat de grootste complexiteit in de berekening van de backservice, waarbij rekening gehouden moest worden met voorwaardelijke elementen uit de middelloonregeling. Hiervan hebben sociale partners afgesproken dat deze berekening in het overgangsjaar 2018 op een andere wijze zal gaan plaatsvinden. Over de individuele salarisverhogingen in 2018 worden backserviceaanspraken berekend volgens een door het SOD vastgestelde methodiek. Deze backserviceaanspraak zal buiten de reguliere administratie om worden berekend en ingebracht in het administratiesysteem. 

Urgentie vereenvoudiging pensioenregeling Defensie blijft hoog

Sociale partners hebben binnen de overeengekomen CAO procesafspraken gemaakt om vóór 1 oktober 2018 een akkoord te hebben over een structurele pensioenregeling voor militairen in de sector Defensie, die ingaat op 1 januari 2019. De bereikte tussenoplossing van de overgangsregeling is voor ABP alleen in 2018 uitvoerbaar. Per 1 januari 2019 moet een structurele oplossing komen voor na 2018, om uitvoerbaarheid en uitlegbaarheid van de pensioenregeling voor militairen te kunnen blijven garanderen.

4.2 Vervallen Anw-compensatie zorgt voor onrust

Van de wijzigingen in de pensioenregeling heeft met name het vervallen van de Anw-compensatie het nodige stof doen opwaaien. Het bestuur erkent dat in de communicatie hierover fouten zijn gemaakt. Dat betreuren wij ten zeerste en wij trekken hier lering uit voor de toekomst. In eerste instantie was het wegvallen van de Anw-compensatie niet duidelijk opgenomen in de informatie die ABP in de zomer heeft gedeeld met deelnemers over de inhoudelijke wijzigingen die per 1 januari 2018 in de regeling zijn overeengekomen. Begin oktober 2017 zijn individuele deelnemers erop gewezen dat de Anw-compensatie zou verdwijnen. In de loop van oktober werd duidelijk dat er door de sociale partners geen collectieve oplossing aangereikt zou worden aan deelnemers buiten de pensioenregeling om. ABP heeft toen zijn inspanningen uitgebreid om deelnemers zelf tot actie aan te zetten. Deze informatie heeft veel vragen opgeroepen en geleid tot onrust en ontevreden deelnemers. Uiteindelijk heeft ABP op verzoek van sociale partners besloten de Anw-compensatie tot 1 mei 2018 in de regeling te handhaven en een ruimhartige coulance in te richten voor deelnemers die elders niet goed te verzekeren zijn. 

4.3 Nieuw premie-beleid ingegaan

4.3.1 Ontwikkelingen premie en premiedekkingsgraad


In 2016 is het premiebeleid bijgesteld. In 2017 is dit nieuwe beleid voor het eerst toegepast. Uitgangspunt voor het premiebeleid is een basispremie op basis van een reëel rendement van 2,8%. Omdat daarmee in 2017 sprake zou zijn geweest van een forse premiestijging, heeft het bestuur besloten om de premiestijging te spreiden over meerdere jaren, en in drie stappen de premie gefaseerd te verhogen. 

In onderstaande tabel zijn de componenten van de feitelijke, gedempte kostendekkende en ongedempte kostendekkende premie over 2017 opgenomen. 

Samenstelling premiebijdragen (in € mln): Feitelijk Gedempt kostendekkend Ongedempt kostendekkend
       
a. premiedeel voor onvoorwaardelijke verplichtingen 4.625 4.625 11.679
b. premiedeel opslag voor kosten pensioenbeheer 109 109 109
c. premiedeel solvabiliteitsopslag 1.286 1.286 3.247
d. premiedeel voor voorwaardelijke (indexatie-) verplichtingen 1.029 1.029 -
e. premiedeel op- of afslagen op de gedempte kostendekkende premie 1.169 - -
Totaal premiebijdragen 8.218 7.049 15.035
Totaal premiebijdragen 2016 7.002 6.750 12.436
 

In 2018 wordt het premiebeleid voortgezet en wordt de volgende stap in de fasering gezet. De premie voor 2018 is vastgesteld op 22,9% (middelloonregeling). In 2019 volgt de laatste stap. De uitsplitsing van de premie voor 2018 (en 2017) is in de volgende tabel opgenomen.

Premies

in % van de bijdragegrondslag (pensioengevend salaris na aftrek franchise)

  2018 2017
     
Premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen 21,9 21,1
Premieopslag op de premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen 1,0 -
Premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen inclusief opslagen 22,9 21,1
- voor rekening van werkgevers 16,0 14,8
- voor rekening van werknemers 6,9 6,3
     
Premie voor Anw-compensatie - 0,4
- voor rekening van werkgevers - 0,3
- voor rekening van werknemers - 0,1
     
Sectorale premie voor arbeidsongeschiktheidspensioen (gemiddeld) (1) 0,5 0,4
- gemiddeld voor rekening van werkgevers 0,3 0,3
- gemiddeld voor rekening van werknemers 0,2 0,1
     
- Subtotaal uitgedrukt in premiegrondslag (gemiddeld) 23,4 21,9
- Subtotaal uitgedrukt in salaris (gemiddeld) 17,6 16,4
Premie voor inkoop van voorwaardelijk ouderdoms- en nabestaandenpensioen 2,6 2,6
     
- voor rekening van werkgevers 2,6 2,6
- voor rekening van werknemers - -
     
- Totaal uitgedrukt in salaris (gemiddeld) 20,2 19,0
     
De franchises voor de betreffende jaren bedragen (in €):    
voor collectieve en individuele regelingen 13.350 13.150
voor sectorspecifieke regelingen 19.450 20.100
     
 
(1) De AOP-premie is voor dit overzicht omgerekend van de AOP-franchise naar de OP/NP-franchise.

In 2017 kwam de premiedekkingsgraad uit op 69%. De premiedekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen de premie die in een jaar wordt betaald en de waarde van de pensioenopbouw die aan de voorziening pensioenverplichtingen wordt toegevoegd. De pensioenopbouw wordt gewaardeerd op basis van de rentetermijnstructuur zoals voorgeschreven door DNB. De premie die wordt afgedragen wordt eenmalig vastgesteld en is gebaseerd op een reëel rendement van 2,8%. De betaalde premies zijn in 2017 gestegen. Toch is de premiedekkingsgraad in 2017 gedaald (van 72% in 2016 naar 69%). Dit komt doordat de rente voor waardering van de pensioenverplichtingen in 2017 is gedaald. Hierdoor stijgt de waarde van de opgebouwde pensioenverplichtingen. Door de opslag op de premie voor 2018 en de rentestijging in 2017 zal de premiedekkingsgraad 2018 naar verwachting hoger liggen in vergelijking met 2017.

4.4 Wettelijk verplichte pensioencommunicatie

In 2017 is ABP eerder gestart met de voorbereiding van de verzending van het Uniform Pensioen Overzicht (UPO). Op de peildatum 30 september 2017 was 99,3% van de UPO’s verzonden; aan het einde van het jaar lag dit percentage op 99,8%. De afgelopen jaren komen we steeds dichter bij de norm van 100%, maar de complexiteit van de regeling maakt nu nog (te) veel handmatige verwerking nodig. De verwachting is dat de vereenvoudiging van de regeling, zoals die in het verslagjaar is afgesproken, positief zal bijdragen aan een tijdige verzending binnen de gestelde normen.

In 2017 hebben wij voor het eerst het Gepensioneerden Uniform Pensioen Overzicht (GUPO) verzonden. Deze variant van het UPO is bedoeld voor gepensioneerden; het is een sector-breed geïntroduceerde informatiedrager naast bijvoorbeeld de jaarlijkse betaalspecificatie. Helaas zijn we er in 2017 niet in geslaagd tijdig de verzending van de GUPO’s 2017 af te ronden. In het laatste kwartaal van 2017 waren er veel vragen van deelnemers over het afschaffen van de ANW-compensatie in de pensioenregeling. Dit besluit was onderdeel van het pakket om te komen tot vereenvoudiging van de regeling waarover sociale partners in juli 2017 overeenstemming hebben bereikt. Deelnemers hebben in groten getale hun zorg met ons gedeeld over deze maatregel en veel vragen aan ons gesteld over hun persoonlijke situatie. Deze druk op al onze communicatiekanalen heeft ons in eind november 2017 doen besluiten de GUPO-campagne van 2017 op te schorten. Voor 2018 is besloten deze verzending te doen voordat de reguliere verzending van UPO’s start.

Meer digitaal

Inmiddels maakt meer dan de helft van alle deelnemers gebruik van de optie om pensioeninformatie digitaal te ontvangen. Dit percentage is in 2017 fors gestegen, na een gerichte campagne. De keuze voor digitaal spaart kosten en het milieu.
Digitale toepassingen maken bovendien gerichtere, persoonlijke relevante communicatie mogelijk. Deelnemers die meer interesse hebben in pensioen kunnen wij bijvoorbeeld verdiepende informatie aanbieden. Bovendien hoeven deelnemers dankzij verdere digitalisering van de processen minder formulieren in te vullen en kunnen pensioenaanvragen digitaal worden ingediend via de MijnABP-omgeving. Deze omgeving is in 2017 voor nieuwe groepen deelnemers toegankelijk gemaakt en er zijn nieuwe functionaliteiten toegevoegd.

Overzicht aantallen digitaal

  Totaal Digitaal %
       
Deelnemers 1.111.106 921.204 82,9%
Nabestaanden 206.130 50.657 24,6%
Gepensioneerden 662.324 339.688 51,3%
Gewezen deelnemers 946.097 448.955 47,5%
Totaal 2.925.657 1.760.504 60,2%
 

DigiD en Berichtenbox Mijn Overheid

ABP maakt voor het inloggen van deelnemers gebruik van DigiD en voor verplichte pensioencommunicatie voor een beperkt aantal deelnemers van de Berichtenbox van Mijn Overheid. Het gebruik hiervan was tot en met 2017 gratis voor alle pensioenfondsen. Met ingang van 2018 rekent de overheid wel kosten voor dit gebruik, terwijl ABP zelf geen invloed heeft op de opzet van het systeem. Dit motiveert ons om alternatieven te onderzoeken, die niet alleen kostentechnisch aantrekkelijker maar ook gebruikersvriendelijker zijn voor onze deelnemers. Ook zullen we zoveel mogelijk direct communiceren via de e-mailadressen die deelnemers aan ons doorgeven.

4.5 Overige ontwikkelingen 2017

4.5.1 Totale deelnemerspopulatie stijgt

In het verslagjaar groeide onze deelnemerspopulatie voor het zevende jaar op rij. Bij de deelnemers was de groei te verklaren door de aantrekkende economie en de toegenomen werkgelegenheid. Het aantal gewezen deelnemers steeg eveneens. Dit komt doordat er tot 1 november geen uitgaande waardeoverdrachten zijn geweest. De verwachting is dat dit aantal wel gaat afnemen nu waardeoverdrachten vanaf die datum weer mogelijk zijn. Dit effect is in 2017 nog niet zichtbaar. De toename van het aantal pensioengerechtigden ligt in lijn met de vergrijzing.

Deelnemerspopulatie

in aantal personen

  31-12-2017 31-12-2016 31-12-2015 31-12-2014 31-12-2013
           
Deelnemers 1.111.106 1.104.792 1.080.490 1.092.337 1.095.654
Gewezen deelnemers 946.097 933.126 941.586 927.148 922.350
Pensioengerechtigden 868.454 850.385 834.529 816.746 793.129
Totaal 2.925.657 2.888.303 2.856.605 2.836.231 2.811.133
           
Ouderdomspensioen 621.218 603.308 586.859 568.566 543.717
Arbeidsongeschiktheidspensioen 41.106 41.740 43.106 44.491 46.383
Nabestaandenpensioen 198.978 197.911 196.788 195.565 194.467
Wezenpensioen 7.152 7.426 7.776 8.124 8.562
Totaal aantal gepensioneerden 868.454 850.385 834.529 816.746 793.129
 

  

4.5.2 Status waardeoverdrachten

Op 31 oktober 2017 was de beleidsdekkingsgraad van ABP boven de 100,0% gestegen. Hierdoor kon ABP, tot genoegen van het bestuur, in november deelnemers en pensioenuitvoerders informeren over het feit dat het proces van individuele waardeoverdracht weer opgestart kon worden. Voorwaarde is wel dat de beleidsdekkingsgraad van het andere betrokken pensioenfonds dat ook toelaat. Sinds 1 oktober 2015 verwerkte ABP geen waardeoverdrachten meer vanwege de tot onder 100,0% gedaalde beleidsdekkingsgraad. Verzoeken tot waardeoverdracht konden door onze deelnemers wel  worden ingediend. Tussen 1 oktober 2015 en 31 oktober 2017 zijn 45.847 aanvragen tot waardeoverdracht ingediend. Van de 45.847 verzoeken konden er 12.792 op 31 oktober 2017 nog niet in behandeling worden genomen omdat de andere pensioenuitvoerder op dat moment nog in onderdekking was. Voor ruim 33.000 aanvragen is de behandeling inmiddels gestart.

4.5.3 Actuariële grondslagen

Buiten enkele kleine wijzigingen zijn de actuariële grondslagen in 2017 ongewijzigd gebleven. Bij de bepaling van de voorziening pensioenverplichtingen houdt het bestuur rekening met de verwachte ontwikkeling van de levensverwachting. Vanaf 2016 gebruiken wij hiervoor de tweejaarlijkse prognoses van het Actuarieel Genootschap (AG) als basis (in de jaren daarvoor de CBS-prognoses). De AG-prognoses worden eerder in het jaar gepubliceerd, waardoor de meest actuele gegevens kunnen worden meegenomen in de premiestelling voor het opvolgende jaar. Daarnaast is het gebruik van de AG-prognoses het meest gangbaar in de pensioensector. 

De actuariële grondslagen zijn, naast de verwachte ontwikkeling van de levensverwachting van de gehele bevolking, gebaseerd op specifieke waarnemingen op basis van het ABP-deelnemersbestand en de eigen pensioenadministratie. Die waarnemingen krijgen vorm in een driejaarlijks grondslagenonderzoek. In 2018 wordt een nieuw grondslagenonderzoek uitgevoerd dat betrekking zal hebben op de waarnemingsjaren 2014-2016.

De volgende tabel toont de ontwikkeling van de cohort-levensverwachting van deelnemers die eind 2017 66 jaar zijn (de cohort-levensverwachting geldt voor mensen die in een bepaald jaar zijn geboren of van een bepaalde leeftijd). Voor 2015 is gebruik gemaakt van de levensverwachting volgens de CBS-prognose uit 2015 die destijds nog als basis diende; voor 2016 en 2017 is de meest recente AG-prognose uit 2016 opgenomen. Voor alle drie de jaren is daarnaast gebruik gemaakt van het ABP-grondslagenonderzoek 2011-2013. Voor 2016 en 2017 zijn dus dezelfde onderliggende grondslagen gebruikt om de levensverwachting te bepalen.  

Levensverwachting 66-jarigen eind 2017

  Prognose 2017 Prognose 2016 Prognose 2015
Mannen 87,1 87,1 87,2
Vrouwen 89,1 89,1 88,7
       
 
(1) De levensverwachting 2015 is nog gebaseerd op de CBS-prognose, de levensverwachting 2016 en 2017 op de AG-prognose.
 

In 2018 zullen zowel de effecten van de nieuwe AG-prognose als de resultaten uit het nieuwe ABP-grondslagenonderzoek worden verwerkt in de premie en de voorziening pensioenverplichtingen.

4.5.4 Systemen aangepast en verder verbeterd

Voor de pensioenadministratie van ABP wordt gebruik gemaakt van het Generiek Pensioen Systeem (GPS). In 2017 is dit systeem aangepast, onder andere conform wijzigingen in wet- en regelgeving, en verbeterd. Resultaat hiervan is dat deelnemers meer zelf kunnen regelen op MijnABP en dat processen zijn geoptimaliseerd.

In het kader van de reductie van complexiteit zijn wijzigingen in GPS doorgevoerd in de pensioenregeling voor militairen, het partnerpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen (zie ook hiervoor). Verder is de richtleeftijd voor het ouderdomspensioen middelloon gewijzigd naar 68 jaar vanaf 1 januari 2018.

In 2018 staan verdere verbeteringen gepland met als belangrijkste doelstellingen de mogelijkheden op MijnABP voor deelnemers uit te breiden en de pensioenadministratie efficiënter uit te voeren.