Terug naar boven

Vermogensbeheer

 
In het verslagjaar heeft ABP het Strategisch Beleggingsplan 2016-2018 gecontinueerd. We hebben nieuwe stappen gezet in de verdere invulling van ons beleid Duurzaam en Verantwoord Beleggen. Verder heeft beleggen in Nederland extra aandacht gekregen. Uiteindelijk resulteerden de vermogensbeheeractiviteiten in een rendement van 7,6%.

5.1 Beleggingsplan 2017

Het Beleggingsplan 2017 vloeide voort uit het Strategisch Beleggingsplan 2016-2018. Het Strategisch Beleggingsplan is onderdeel van de driejaarlijkse herijking van het financieel beleid van ABP. Het is gebaseerd op de ambitie om de opgebouwde pensioenaanspraken en -uitkeringen jaarlijks volledig te indexeren. Wij willen een zo hoog mogelijk langetermijnpensioenresultaat behalen en tegelijkertijd voorkomen dat verlagingen van de pensioenaanspraken en -rechten moeten worden doorgevoerd. Op basis van de Asset Liability Management (ALM)-studie is het kader voor het beleggingsbeleid vastgesteld, dat past bij deze doelstellingen. Hierin is bepaald dat op lange termijn de beleggingsportefeuille bestaat uit 60% zakelijke waarden en 40% vastrentende waarden (de ALM-mix). Verder moet het renterisico dat voortvloeit uit de verplichtingen, voor minimaal 25% zijn afgedekt. De allocatie naar de beleggingscategorieën is in het Beleggingsplan 2017 niet gewijzigd.

In het Strategisch Beleggingsplan 2016-2018 staan hedge funds als beleggingscategorie benoemd en is een allocatie hieraan toebedeeld. In 2016 is door het bestuur besloten om hedge funds in de toekomst niet meer te zien als een aparte asset class. Op basis van een evaluatie in dat jaar zijn we tot de conclusie gekomen dat hedge funds moeten worden gezien als een verzameling specialistische strategieën gebaseerd op verschillende risicobronnen. Voor elke strategie willen we de daarbij behorende risicobron identificeren. Hedge funds kunnen extra rendement genereren met behulp van specialistische strategieën. Mits zorgvuldig geselecteerd kunnen deze fondsen vanuit rendementsperspectief dienen als aanvulling op traditionele beleggingscategorieën. Voor het selecteren, beheren en monitoren van succesvolle hedge funds-strategieën zijn kennis, ervaring en speciale technologie nodig. In 2017 is deze aangescherpte visie verder uitgewerkt en is een transitieplan opgesteld voor 2018.

Ten opzichte van het Strategisch Beleggingsplan 2016 is een beperkt aantal kleinere aanpassingen doorgevoerd binnen beleggingscategorieën, waaronder de verdere invulling van hoger renderende bedrijfsobligaties (high yield) binnen de bedrijfsobligatieportefeuille en een verschuiving binnen de portefeuille met obligaties van opkomende landen.

High yield geeft, zelfs na correctie voor een iets hoger beleggingsrisico, een aantrekkelijke risicopremie ten opzichte van obligaties met een hogere kredietwaardigheid. Dit geldt niet alleen onder normale marktomstandigheden, maar zeker ook in de huidige economische omstandigheden met lage rentevergoedingen op obligaties. De verschuiving binnen opkomende landen sluit beter aan bij de hoeveelheid uitstaande obligaties. In recente jaren hebben overheden een transitie gemaakt naar uitgifte van obligaties in lokale valuta, waardoor de omvang van obligaties uitgegeven in Amerikaanse dollar of euro verhoudingsgewijs is afgenomen.

5.2 Duurzaam en verantwoord beleggen

 

In het verslagjaar heeft de implementatie van ons beleid voor duurzaam en verantwoord beleggen dat eind 2015 is vastgesteld, verder vorm gekregen. Hier lichten we een aantal belangrijke stappen en activiteiten toe; een uitgebreidere toelichting is te lezen in ons aparte jaarverslag Duurzaam en Verantwoord Beleggen 2017.

Een portefeuille met verantwoorde bedrijven

ABP heeft als doelstelling om in 2020 alleen nog aandelen en obligaties te hebben van bedrijven die financieel aantrekkelijk zijn en goed scoren op verantwoord ondernemerschap. Voor een zorgvuldige selectie hebben we in 2016 een systematische aanpak ontwikkeld die rekening houdt met de specifieke duurzaamheidsrisico’s in zo’n 60 verschillende bedrijfstakken. Op basis hiervan hebben we in 2017 de eerste 593 bedrijven beoordeeld. 478 hiervan hebben we ingedeeld bij de koplopers (waarin onze beleggers ‘gewoon’ kunnen beleggen), 115 zijn achterblijvers (waarin alleen belegd mag worden als ook wordt geprobeerd om hun duurzaamheid te verbeteren). Met 22 van deze achterblijvers zijn we inmiddels in gesprek gegaan. De komende jaren zullen we alle ongeveer 10.000 bedrijven beoordelen waarin we via aandelen en obligaties kunnen beleggen (het beleggingsuniversum).

Beleggen in de duurzame VN-doelen

Een ander belangrijke doelstelling van het nieuwe beleid is om twee keer zoveel te gaan beleggen in activiteiten die én een goed rendement opleveren én bijdragen aan een duurzamere wereld. Voor deze duurzame beleggingen, waarin we in 2020 voor € 58 miljard belegd willen hebben, sluit ABP aan bij de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen die de Verenigde Naties eind 2015 hebben aangenomen. Dit zijn doelen als armoedebestrijding, goed onderwijs en leefbare steden. In 2016 hebben we samen met andere beleggers vastgesteld welke economische activiteiten bijdragen aan de afzonderlijke doelen. Beleggingen hierin noemen we sustainable development investments (SDI’s). Eind 2017 hebben we voor € 49,8 miljard SDI’s belegd.

Onderdeel van onze SDI’s zijn beleggingen in hernieuwbare energie. Deze zijn in 2017 toegenomen met € 1,3 miljard naar € 4,1 miljard. Dit kwam onder andere doordat we ruim € 300 miljoen hebben geïnvesteerd in een nieuw windpark in een dunbevolkt deel van Zweden. In drie zonneparken in het westen van de Verenigde Staten hebben we voor ongeveer € 320 miljoen belegd. Onze duurzame obligaties (leningen voor groene of sociale projecten) namen toe van € 1,4 naar € 3,5 miljard.

Inspelen op klimaatverandering

Binnen het bestuur hebben we meerdere keren gesproken over de risico’s van klimaatverandering en hoe we daar het beste op kunnen inspelen. Bij verschillende energiebedrijven waar ABP als aandeelhouder in de afgelopen jaren klimaatverandering aan de orde heeft gesteld, werden in 2017 belangrijke stappen gezet. Zo kondigde Shell aan dat het zijn CO2-voetafdruk in 2050 wil halveren.

De CO2-voetafdruk van onze aandelenportefeuille is verder gedaald en ligt nu 28% lager dan in 2014. Hiermee hebben we onze doelstelling voor 2020 van -25% gehaald. De daling is onder meer bereikt doordat beheerders van onze aandelenportefeuille sinds 2016 werken met een maximale CO2-grens. Dit plafond wordt jaarlijks teruggeschroefd. Een uitgebreidere toelichting is te lezen in ons verslag Duurzaam en Verantwoord Beleggen 2017.

Uitsluiten van tabak en kernwapens

In 2017 heeft ABP gewerkt aan een aanpassing van het beoordelingskader voor het uitsluiten van bedrijven die bepaalde producten maken. Dit heeft erin geresulteerd dat het bestuur begin 2018 heeft aangekondigd dat ABP stopt met beleggen in tabaksbedrijven en kernwapenproducenten. We streven ernaar om binnen een jaar alle beleggingen in deze bedrijven verkocht te hebben.

Voor het bestuur betekende het beleggen in tabak en kernwapens (voor landen die niet onder de beperkingen van het Non-proliferatieverdrag vallen) al langer een dilemma. Ook deelnemers, werkgevers en andere stakeholders lieten hun onvrede hierover horen. Twee belangrijke ontwikkelingen zorgden ervoor dat we in 2017 opnieuw naar ons beoordelingskader hebben gekeken: de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stemde voor een verbod op kernwapens, en de nauw met de VN verbonden UN Global Compact (dat de uitgangspunten opstelde die wij gebruiken bij verantwoord beleggen) besloot dat producenten van tabak en kernwapens niet langer lid mochten worden. 

Actueel onderwerp in communicatie met deelnemers 

Ook dit verslagjaar was duurzaam en verantwoord beleggen een actueel onderwerp in onze communicatie met deelnemers. Er zijn themanieuwsbrieven verzonden en de website www.belangrijkekeuzes.nl is gelanceerd om op een interactieve manier duidelijk te maken hoe ABP duurzaam en verantwoord belegt.

Ons webinar over dit onderwerp werd gewaardeerd met een 7,9.

Uit deelnemersonderzoek dat ABP in september 2017 voor het derde achtereenvolgende jaar heeft laten uitvoeren, bleek dat deelnemers zuinig gebruik van grondstoffen en hergebruik van afval belangrijke thema’s vinden voor 2018. Ook hebben zij er vertrouwen in dat ABP weloverwogen, verantwoorde beleggingskeuzes maakt. Deelnemers die interesse hebben in duurzaam en verantwoord beleggen willen graag meer informatie ontvangen over hoe het rendement zich ontwikkelt, in welke bedrijven ABP belegt en hoe ABP bijdraagt aan een beter milieu. Dit is meegenomen in de communicatieplannen voor 2018.

In gesprek met stakeholders

Gedurende het jaar hebben wij proactief gesprekken gevoerd met landelijke en lokale politiek, goede doelen en actiegroepen over andere actuele maatschappelijke beleggingsvraagstukken. Zo werd met de actiegroep Fossielvrij, de SP en de lokale politiek van Heerlen en Bergen op Zoom constructief en open gesproken over investeringen van ABP in het Franse energiebedrijf Engie. Dit bedrijf is eigenaar van de kerncentrales bij Tihange en Doel en is voorloper in Europa in de energietransitie. ABP wil hier zijn invloed aanwenden om een positieve bijdrage te leveren aan de overgang naar schonere energie en de veiligheid. Verder hebben we in samenwerking met VBDO (Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling) een evenement georganiseerd over duurzaam en verantwoord beleggen.

5.3 Beleggen in Nederland

Binnen de vastgestelde beleidskaders spant ABP zich in om beleggingsmogelijkheden te benutten die een positief effect hebben op de Nederlandse maatschappij of economie (zie ook de toelichting in ons jaarverslag Duurzaam en Verantwoord Beleggen 2017). ABP heeft hier gekozen voor een proactief best effort-beleid. Dit wordt op drie manieren vormgegeven. Ten eerste door het verruimen van de mogelijkheden waar dat verantwoord is, zoals de verlaging van de ondergrens van private equity-beleggingen. Hierdoor kunnen ook relatief kleine private equity-beleggingen worden overwogen. Bovendien worden relevante ontwikkelingen in Nederland intensiever gevolgd. Een toezegging van € 40 miljoen aan Avedon Growth Capital Fund III (dat bedragen tussen € 5 en € 10 miljoen investeert in aandelen van groeibedrijven in de sectoren business services, consumer & leisure, industriële niches en software & technologie) was daarvan een eerste resultaat. Een ander voorbeeld is dat bij de beursgang van het Nederlandse bioplasticsbedrijf Avantium een 10%-belang (ongeveer € 30 miljoen) is verworven.

Het creëren van nieuwe beleggingsmogelijkheden is de tweede manier om het best effort-beleid in de praktijk te brengen. Door in 2016 de allocatie naar INKEF Capital te verhogen, stelt ABP INKEF in staat hun commitments gericht op veelbelovende Nederlandse bedrijven in Healthcare en de ICT/new media/fintech-sector te verruimen. Ook zijn er gesprekken met Startup Delta geïnitieerd over de wijze waarop ABP de omstandigheden voor startende Nederlandse ondernemingen kan bevorderen.

De derde manier om het best effort-beleid te realiseren, is een andere manier van werken. Deze houdt in dat APG namens ABP al in de voorbereidende fase en de opstart van initiatieven en projecten kennis en ervaring inbrengt, mede structureert en coördineert en zodoende het aanbestedingsrisico (het verliezen van het biedingsproces) mitigeert. Ten slotte ontwikkelen ABP en APG samen met PfZW en PGGM duurzame energie-initiatieven op gebied van onder meer geothermie en waterstof tot beleggingsproposities.

Beleggingen die aantrekkelijk zijn vanwege rendement, risico, kosten en duurzaamheid kunnen we maar voor een beperkt deel van ons vermogen in Nederland vinden. Bovendien is een regionale spreiding nodig voor goed risicomanagement. ABP draagt ook bij aan de Nederlandse welvaart en werkgelegenheid via beleggingen in buitenlandse bedrijven die ook in Nederland actief zijn; in belangrijke handelspartners beleggen we respectievelijk zo’n € 6 miljard (België) en € 20 miljard (Duitsland).

De waarde van de Nederlandse beleggingen die een reëel economisch belang vertegenwoordigen, is per eind 2017 gelijk aan 4,0% (€ 16,5 miljard). In 2016 was dit gelijk aan 4,4% (€ 16,7 miljard).

In deze cijfers zijn alleen meegenomen de directe beleggingen (bijvoorbeeld aandelen en vastrentende waarden), indirecte beleggingen (onder andere in infrastructuur en vastgoed) en beleggingen in participaties in externe beleggingsfondsen. In de grafiek met de verdeling naar regio verderop in dit hoofdstuk en in de toelichting op de jaarrekening staan andere cijfers vermeld voor de beleggingen in Nederland. Deze komen hoger uit doordat daar vanuit historisch perspectief ook derivaten, swaps, geldmarktproducten, shortposities en cashposities zijn opgenomen.

 

5.4 Samenstelling beleggingen

Verdeling naar categorieën

De keuze van de beleggingsmix is bepalend voor de omvang van de beleggingsrisico’s.

Onderstaande grafiek toont de strategische verdeling over de categorieën in de beleggingsportefeuille eind 2017.

APG kan binnen de bandbreedtes die door ABP zijn vastgesteld in het beleggingsplan, per categorie afwijken van de strategische gewichten, bijvoorbeeld wanneer dit een positieve bijdrage kan leveren aan het resultaat. De grafiek geeft ook de daadwerkelijke positie eind 2017 weer, op basis van het netto belegd vermogen.

Change layout to 1 column

Change layout to 2 columns

Verdeling naar regio en sector

Het spreiden van onze beleggingen over regio’s en sectoren reduceert de risico’s binnen de beleggingscategorieën.

De twee grafieken hieronder laten deze risicospreiding zien, met een grafische weergave van de verdelingen in 2017 en 2016 (door afronding is de som van de regio’s of sectoren niet overal gelijk aan 100%). De cijfers in de grafieken zijn gebaseerd op de actiefposten, gerelateerd aan het totaal van de activa. Derivatenposities zijn onderdeel hiervan. 

Change layout to 1 column

Change layout to 2 columns

De verdeling van de beleggingsportefeuille is grotendeels gelijk aan 2016. De beleggingen in Noord-Amerika liggen eind 2017 iets lager.

Hier tegenover staat een lichte stijging van de beleggingen in de regio's Azië/Pacific en Overig Europa. 

Change layout to 1 column

Change layout to 2 columns

Net als in 2016 vertegenwoordigen de sectoren 'financiële instellingen' met 28% (2016: 28%) en 'overheid' met 22% (2016: 24%) de belangrijkste sectoren waarin ABP belegt.

5.5 Beleggingsrendement komt uit op 7,6%

Het nettorendement op de beleggingen, inclusief het rendement van de renteafdekking van -0,4% (2016: 1,3%) is uitgekomen op 7,6% (2016: 9,5%). Het nettorendement bedraagt daarmee in totaal € 28,7 miljard (2016: € 33,0 miljard). Het (unhedged) rendement op de beleggingen is vooral gedreven door positieve rendementen van aandelen van 12,3% (2016: 12,1%). Het rendement van alternatieve beleggingen 0,1% (2016: 12,5%) is positief gedreven door private equity en infrastructuur, en negatief door grondstoffen en hedgefondsen. Vastgoed was goed voor een rendement van 3,4%. Vastrentende waarden hebben een rendement van -0,2% behaald (2016: 5,5%).

Voor pensioenfondsen (die een langetermijnhorizon hebben met hun beleggingen) is het relevant om naast het rendement per jaar ook het rendement over een langere termijn te beoordelen. Onderstaande grafiek geeft het cumulatieve rendement van de afgelopen 15 jaar weer, zowel nominaal als reëel. Het reële rendement wordt bepaald door het nominale rendement te corrigeren voor de inflatie

Voor ABP is het reële rendement vanaf 2016 bepaald op basis van prijsinflatie (tot en met 2015 is het reële rendement bepaald op basis van looninflatie). Het gemiddelde jaarrendement over de periode van 2002 tot en met 2017 bedraagt nominaal 7,6% en reëel 5,9%. Voor alleen 2017 is het nominale rendement 7,6% en het reële 6,2%.

De grafiek toont een indexstand die tot stand komt op basis van cumulatief rendement. De percentages zijn gemiddelde jaarlijkse rendementscijfers.

Outperformance

Het cumulatieve extra rendement ten opzichte van de normportefeuille over de afgelopen 5 jaar is 4,9% (2016: 4,5%), wat neerkomt op € 16,5 miljard (2016: € 14,1 miljard). Het extra rendement komt voor een belangrijk deel uit de portefeuilles aandelen ontwikkelde markten en credits.
Gecumuleerd over de afgelopen 10 jaar is het extra rendement 5,1% (2016: 5,1%), oftewel een bedrag van € 18,2 miljard (2016: € 16,1 miljard).

Change layout to 1 column

Overzicht rendement per beleggingscategorie

Rendement en benchmark

Categorie Gewicht Rendement Rendement Benchmark Verschil Relatieve bijdrage Relatieve bijdrage
  % % € mln % % % € mln
Vastrentende waarden 36,8 -0,2 -326 -0,7 0,5 0,2 704
Staatsobligaties 5,4 0,3 61 0,2 0,1 - 32
Langlopende staatsobligaties 7,0 1,2 401 1,2 - - 4
Bedrijfsobligaties 13,4 -2,2 -1.162 -3,4 1,2 0,2 625
Obligaties opkomende landen 2,8 -1,0 -115 -0,9 - - -6
Inflatiegerelateerde obligaties 8,2 1,5 489 1,3 0,1 - 48
Aandelen 35,3 12,3 16.014 10,8 1,3 0,4 1.464
Aandelen ontwikkelde landen 26,5 8,7 8.658 7,8 0,8 0,2 752
Aandelen opkomende landen 8,7 23,0 7.356 20,6 2,0 0,2 713
Alternatieve beleggingen 16,5 0,1 113 -0,5 0,7 0,1 488
Private equity 4,7 9,7 1.738 11,6 -1,7 -0,1 -324
Grondstoffen 4,4 -4,9 -664 -7,2 2,4 0,1 370
Opportunity fund 0,4 -12,6 -296 7,0 -18,3 -0,1 -411
Infrastructuur 2,7 8,3 807 1,1 7,1 0,2 742
Hedgefondsen 4,4 -7,5 -1.472 -8,1 0,7 - 111
Vastgoed 9,8 3,4 1.308 3,3 0,1 - 35
Vastgoed 9,8 3,4 1.308 3,3 0,1 - 35
Overlay 1,7 3,1 11.626 3,0 - 0,3 1.186
Overlay 1,7 3,1 11.626 3,0 - - 177
Rentehedge   -0,4 -1.457 -0,4 - - 111
Inflatiehedge   - 79 - - - -
Valutahedge   3,4 12.870 3,4 - - -99
Overig   0,0 134 - - - 165
Active asset allocation           0,3 1009
  100% 7,6 28.735 6,5 1,0 1,0 3.877
 
De outperformance is geometrisch bepaald. Door afronding is het mogelijk dat de getallen niet exact tot het weergegeven totaal optellen.

Change layout to 2 columns

De tabel toont de rendementen van de verschillende beleggingscategorieën en zet deze af tegen de benchmark. Het zijn nettorendementen, na aftrek van de kosten van vermogensbeheer en exclusief valuta-afdekresultaten. Omdat niet alle beleggingen in euro's zijn, wordt het valutarisico deels afgedekt (zie ook verderop in dit hoofdstuk). Hierdoor worden gerealiseerde rendementen in 2017, met name van de US dollar-beleggingen, negatief beïnvloed. Voorbeelden hiervan zijn hedge funds en grondstoffen. Het rendement over 2017 is onder andere vergeleken met het rendement van de vooraf vastgestelde normportefeuille (gebaseerd op de benchmarks voor de verschillende beleggingscategorieën). Ten opzichte van de normportefeuille heeft APG Asset Management door een actief beleggingsbeleid een extra rendement van 1,0% gehaald (2016: 0,56%). Dit komt neer op een bedrag van € 3,9 miljard (2016: € 2,1 miljard).

Alle vier de hoofdcategorieën hadden toegevoegde waarde in het extra rendement dat ABP behaalde.

Vastrentende waarden

Over het algemeen zijn rentes niet veel veranderd ten opzichte van begin 2017. Van de belangrijkste markten stond de rente in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk aan het eind van het jaar licht lager dan aan het begin van het jaar, terwijl de meeste eurozonerentes licht stegen. Op de staatsobligatiemarkten was in het eerste halfjaar door het politieke risico in Europa nog sprake van enige onrust, wat tot uiting kwam in een steeds verder oplopend verschil tussen de Duitse en andere rentes, vooral ten opzichte van Frankrijk. Na de Nederlandse en Franse verkiezingen en daarmee het afwenden van het risico van het uiteenvallen van de eurozone, stabiliseerden deze zaken zich weer. Langer lopende staatsobligaties deden het beter dan de korter lopende; beide categorieën behaalden een positief rendement. Bedrijfsobligaties profiteerden ook van de goede bedrijfsresultaten alsmede van het obligatie-opkoopbeleid van de centrale banken. De Amerikaanse titels behaalden vanwege de valutaontwikkeling een lager rendement dan de Europese titels. Door de overvloed aan goedkoop geld en de relatief hoge rentes van obligaties uit opkomende markten bleef de instroom van kapitaal naar opkomende markten obligaties hoog. De inflatie-gerelateerde obligaties profiteerden van de gestegen inflatie waardoor een  positief rendement kon worden opgetekend.

Aandelen

Aandelenbeleggingen kenden een goed jaar. Aandelenmarkten profiteerden van de hoger dan verwachte wereldwijde groei en de lager dan verwachte inflatiecijfers waardoor centrale banken hun soepele monetaire beleid bleven voortzetten. De stijging ging gepaard met een historisch lage volatiliteit. De aandelen uit opkomende markten behaalden het hoogste rendement. Alle regio’s eindigden het jaar in euro-termen hoger. Azië was de sterkst presterende regio, vooral dankzij China, dat profiteerde van het ruime investeringsbeleid. Ook de regio’s Latijns-Amerika en opkomend Europa, Midden-Oosten en Afrika noteerden sterke rendementen. De aandelen uit ontwikkelde landen behaalden ook positieve rendementen. Aantrekkende economische groei in Europa en een betrekkelijk hoog niveau in de Verenigde Staten zorgen voor een goed klimaat voor de bedrijfswinsten.

Vastgoed

In algemene zin presteerden beursgenoteerde vastgoedinvesteringen dit jaar beter dan de private investeringen. Op macro-economisch niveau bleef het sentiment zich positief ontwikkelen. Samen met positieve economische groeicijfers getuigt dit van economische verbeteringen. Wereldwijd hadden beleggers nog steeds veel belangstelling voor vastgoed, met in de meeste markten stijgende vastgoedwaarderingen tot gevolg.

Alternatieve beleggingen

Alternatieve beleggingen, waar private equity, grondstoffen, opportunity fund, infrastructuur en hedge funds onder vallen, lieten een divers beeld zien. Binnen private equity was sprake van een toename in de omvang en de hoeveelheid transacties. Deze groei was toe te schrijven aan een combinatie van meer transacties bij een grotere transactieomvang. Het aandeel van private equity in de wereldmarkt voor fusies en overnames loopt steeds verder op. De grondstofbeleggingen behaalden een positief rendement in dollars; onder andere dankzij de productiebeperkende afspraken van de OPEC eindigden de prijzen van ruwe olie hoger. De gedaalde waarde van de dollar had echter een negatieve invloed op het rendement van de grondstoffenbeleggingen, waardoor het rendement in euro’s negatief uitkwam. Het opportunity fund – dat onder meer intellectueel eigendom zoals rechten op films en televisieseries en energie-gerelateerde beleggingen omvat – behaalde een negatief rendement, vooral vanwege ontwikkelingen in de energiemarkt (zoals milde zomers en de lage gasprijs). Positieve herwaarderingen van diverse infrastructurele projecten hebben voor een positief rendement gezorgd. De hedge funds behaalden in de valuta waarin zij werken (US dollar) een positief rendement van 5,4%, maar door de gedaalde waarde van de US dollar kwam het rendement in euro’s negatief uit. Het valutarisico (inclusief dat van hedge funds) wordt op overlay-niveau afgedekt. Onder het kopje Valuta-hedge binnen het Overlay-beleid worden de resultaten van de valuta-afdekking beschreven.

5.6 Overlay-beleid

Rente-hedge

Om de rentegevoeligheid van de dekkingsgraad te beperken hanteert ABP een renteafdekkingsbeleid. Naast de renteafdekking die uitgaat van de vastrentende-waardenportefeuille geeft ABP zijn afdekkingsbeleid vorm in een overlay. Door het renterisico deels af te dekken wordt de dekkingsgraad minder gevoelig voor veranderingen in de rentetermijnstructuur. Het totale rendement is te splitsen in het rendement van de beleggingsportefeuille en het rendement van de rente-afdekking.

De volgende tabel toont deze splitsing van het rendement voor de periode 2013-2017.

Splitsing van het rendement

in %

  2017 2016 2015 2014 2013
           
Beleggingsportfolio 8,0 8,2 3,2 10,6 7,2
Renteafdekking -0,4 1,3 -0,5 3,9 -1
Totaal 7,6 9,5 2,7 14,5 6,2
 
rendement beleggingsportfolio bepaalt na optelling totaal plus renteafdekking
 

In lijn met voorgaande jaren is de rentegevoeligheid van de pensioenverplichtingen in 2017 voor minimaal 25% afgedekt. (2016: 25%). Als gevolg van de stijging van de rente was het negatieve effect hiervan op het rendement -0,4% (2016: 1,3%). Dit komt neer op een bedrag van - € 1,5 miljard (2016: € 4,4 miljard). 

Valuta-hedge

Gedurende 2017 zijn de beleggingen in Amerikaanse dollar, Britse pond, Zwitserse frank en Japanse yen deels afgedekt. Hiermee zijn de valutarisico’s beperkt. Over 2017 bedraagt het totale rendement van de afdekking van het valutarisico 3,4% (2016: -1,3%), oftewel € 12,9 miljard (2016: € -4,7 miljard). Belangrijkste oorzaak van het positieve rendement op deze afdekking is de waardeontwikkeling van de Amerikaanse dollar ten opzichte van de euro.

Actieve asset-allocatie

Met een actieve asset-allocatie wordt getracht voordeel te behalen uit de rendementsverwachting van beleggingscategorieën op korte termijn. Deze allocatie houdt geen rekening met de verplichtingenstructuur van het pensioenfonds, maar neemt de strategische asset-allocatie als uitgangspunt. Vanuit de asset-allocatie heeft de overweging naar aandelen en de onderweging van staatsobligaties voor de grootste bijdrage gezorgd.

Inflatiederivaten

ABP kent geen expliciet inflatie-afdekkingsbeleid. De relatief geringe portefeuille met inflatiederivaten, voortkomend uit eerder beleid op het gebied van inflatieafdekking, heeft een beperkt resultaat opgeleverd. Over 2017 is het rendement op inflatieafdekking evenals dat van de benchmark 0,0% (2016: 0,0%). Dit komt neer op € 79 miljoen (2016: € -39 miljoen).

5.7 Optimaliseren processen

Nieuwe fiduciaire functie operationeel

In het kader van het verbeteren van de governance heeft ABP in 2016 met APG de vermogensbeheerprocessen opnieuw ontworpen en is een afgebakende, zelfstandige fiduciaire functie binnen APG Asset Management gecreëerd. Dit geeft een impuls aan de verdere professionalisering van de samenwerking, omdat rollen en verantwoordelijkheden duidelijker zijn afgebakend en processen transparanter worden. Het verslagjaar heeft in het teken gestaan van de implementatie van deze nieuwe structuur. Het bestuursbureau van ABP krijgt hiermee een duidelijker opdrachtgeversrol ten aanzien van de aan APG Asset Management uitbestede vermogensbeheeractiviteiten. Ook binnen het bestuursbureau zijn in het verslagjaar aanpassingen doorgevoerd (zie ook het hoofdstuk Governance), om de nieuw afgebakende taken en verantwoordelijkheden goed in te kunnen vullen.In 2018 ligt de nadruk op het efficiënter maken van de uitvoering van het nieuwe proces en op de monitoring, om erop toe te zien dat deze verandering daadwerkelijk bijdraagt aan meer onafhankelijkheid in de rolverdeling en transparantie in de processen. 
 

Herinrichting Treasury Center

De beleggingsportefeuille van ABP wordt bij voorkeur primair samengesteld met reguliere beleggingstitels zoals aandelen en obligaties. Voor het afdekken van belangrijke risico’s wordt de beleggingsportefeuille aangevuld met derivaten. Derivatentransacties zijn daarom noodzakelijk om de strategie van ABP uit te voeren. Tot en met 2017 verliepen deze derivatentransacties via Treasury Center B.V. In 2017 is ABP vanwege regelgeving gestart met de voorbereidingen om in de toekomst zelfstandig op naam van ABP derivaten te kunnen verhandelen via de treasury & trading-functie van APG. De treasury & trading-functie zorgt ervoor dat:

  • interne transacties worden gecombineerd en/of met elkaar tegengesloten (interne ‘netting’);
  • derivatentransacties zo efficiënt mogelijk worden uitgezet in de markt;
  • risico’s worden gereduceerd, zoals kredietrisico's en operationele risico’s;
  • liquiditeitsposities worden beheerd door het uitvoeren van depositotransacties en door het kasgeld via geldmarktransacties gesaldeerd uit te zetten bij marktpartijen.

De overgang naar de nieuwe inrichting zal naar verwachting medio 2018 zijn afgerond. In het hoofdstuk Risicomanagement wordt beschreven hoe we omgaan met de risico's rondom dit proces.